Previous Article Next Article 29 mei Z. Elia di San Clemente 1901-1927
Posted in Zalige

29 mei Z. Elia di San Clemente 1901-1927

29 mei Z. Elia di San Clemente 1901-1927 Posted on 24 mei 2019

(Bari, 17 januari 1901 – 25 december 1927)

Teodora Frecasso, geboren op 17 januari 1901, was het derde kind van Guiseppe Fracasso en Pascua Cianci. Haar vader opende, niet zonder pijnlijke financiële offers een verfwinkeltje, terwijl haar moeder het huishouden bestierde; ze hadden negen kinderen waarvan er vier op jonge leeftijd overleden. Het gezin stond bekend als heel vroom en gelovig. De vijf kinderen – Prudence, Anna, Teodora, Domenica en Nicolas – werden door ieder bewonderd omwille van hun uitzonderlijk gevoel van medeleven en spiritualiteit.
Teodora bleek een gevoelig vroegrijp kind te zijn dat er van hield veel tijd door te brengen in het tuintje van hun huis en er dikwijls de bloemen bewonderde. In 1905 ervaarde Teodora iets merkwaardigs: in een droom zag ze in de tuin een “mooie Dame” wandelen tussen bloeiende lelies die plots veranderde in een stralend licht. Nadat haar moeder haar dit droombeeld had verklaard, beloofde Teodora dat ze, als ze groter was, haar leven aan de “de mooie Dame” zou wijden en aan Diegene die al dat moois geschapen had.

In de nacht voor haar eerste communie op 8 mei 1911, droomde Teodora dat St. Thérèse van Lisieux haar aankeek en voorspelde dat ze kloosterlinge zou worden zoals zij. In de daaropvolgende jaren volgde Teodora les in het naai-atelier van de Zusters Stimmantine en leerde er borduren. Tussendoor nodigde ze in haar kleine kamertje regelmatig gelovige vriendinnen uit om samen te bidden en te mediteren, het evangelie en heiligenlevens te lezen en andere religieuze werken, maar vooral de autobiografie van St. Thérèse van Lisieux. Ze trad toe tot de derde orde van de Dominicanen die een sterke devotie voor de eucharistie hadden. Later werd ze lid van de “Milicia angelica de S. Thomas de Aquino”.

Tijdens de moeilijke jaren van de Eerste Wereldoorlog vond Teodora haar apostolaat in catechese en weldadigheidswerken en in al wat ze maar goed kon doen aan haar naaste. In december 1918 leidde haar toenmalige biechtvader, P. Sergio Di Goia s.j., haar naar het klooster van de Ongeschoeide Karmelietessen van St. Jozef te Bari. Ze legde er de eeuwige geloften af op 11 februari 1925 en nam de naam Elia di San Clemente aan. Ze schreef: “Alleen aan de voeten van mijn gekruisigde Heer keek ik Hem lang aan en in dit aankijken zag ik dat Hij heel mijn leven was“.

Vanaf het begin verliep haar kloosterleven over een moeilijke weg. Ze ervaarde een nacht van de geest, als een muur van brons, schreef ze, die alles verdoezelde waarin ik had geloofd. Maar net in deze schaduwen vond Elia de zekerheid dat God haar enige liefde was. Deze liefde viel samen met haar dagelijks leven; sereen en standvastig, steeds in gebed, werkte ze zonder zichzelf te sparen, in absolute gehoorzaamheid, maar had altijd tijd voor een gebaar van naastenliefde en een glimlach.

De priorin, M. Angelica Lamberti, benoemde haar tot lerares in het naaiatelier voor jonge meisjes, verbonden aan het klooster. De goedheid en vriendelijkheid die Zr. Elia aan haar leerlingen betoonde werd echter niet met goedkeurend oog bekeken door de priorin en na twee jaar werd ze uit haar functie ontheven. Zr. Elia, steeds gehoorzamend aan de Regel van de Karmel en aan haar plichten tot de gemeenschap, vergaf en zweeg, bracht sindsdien het grootste deel van haar tijd door in haar cel, naai- en borduurwerken uitvoerend. Moeder Priorin die wel waardering opbracht voor dit werk, benoemde haar tot zuster van de sacristie.

Enkele jaren tevoren, in 1922, bracht de Procureur Generaal van de Orde van Ongeschoeide Karmelieten, P. Elia van St. Ambrosius, een bezoek aan de Karmel van St. Jozef. Hij bemoedigde Zr. Elie in haar moeilijkheden met de priorin en de beproevingen die ze moest doorstaan. Er bloeide in de daaropvolgende jaren een mooie en vruchtbare correspondentie tussen beiden op die haar veel vertroosting bracht.

In de winter van 1927 werd ze getroffen door griep die haar ernstig verzwakte en zware hoofdpijnen veroorzaakte, maar Zr. Elia klaagde niet en weigerde elke vorm van medicatie. Op 21 december, enkele dagen voor Kerstmis, leed ze hoge koorts, maar men dacht dat het een voorbijgaand fenomeen was. Haar toestand verslechterde echter zienderogen. De dokter die haar op 24 december bezocht, stelde meningitis vast maar vond een ziekenhuisopname niet noodzakelijk. Twee dokters die de volgende dag in allerijl werden geroepen, konden slechts de onomkeerbaarheid van de situatie vaststellen en zo stierf Zr. Elia di San Clemente op 25 december 1927 om 12 uur ‘s middags, zoals ze zelf ooit voorspeld had: “Ik zal sterven op een feestdag”. Honderden mensen brachten haar een laatste groet en woonden haar begrafenis bij.
Op 18 maart 2006 werd ze met goedkeuring van paus Benedictus XVI in de kathedraal van Bari zalig verklaard. Ze wordt herdacht op 29 mei.

De gelijklopendheid met de spiritualiteit van Thérèse van Lisieux en van hun levensloop – beiden traden jong in de Karmel in en stierven enkele jaren later – gaven Z. Elia di San Clemente de bijnaam “de kleine Thérèse van Italië”. Deze jong overleden karmelietes, geliefd door zovelen, liet ons in haar geschriften en brieven een geestelijk testament na en gedichten over de Bruidegom aanwezig in de Eucharistie. Zo schreef ze o.a.:

“De goede God is voor mij een tedere moeder”

“Men moet met vreugde naar het paradijs toe leven want dat is het omega-punt van alle gelovigen”.