In onze nieuwe rubriek ‘Verdienstelijke Karmelieten’ : 18 oktober Jerónimo de San José, ocd 1587-1654

(Mallén, mei 1587 – Saragossa , 18 oktober 1654)

 Spaans schrijver, dichter, biograaf en historicus
 
Jeronimo de San José is één van de interessantste figuren uit de Gouden Eeuw van Aragon omwille van zijn historisch en literair werk.
 
Jerónimo Ezquerra y de Rozas werd in mei 1587 geboren in de stad Mallén (provincie Saragossa, Spanje). Hij was de zoon van een notaris van de stad, Martin Ezquerra, en van Isabel de Blancas, beiden van hoge gerespecteerde afkomst.
 
Jerónimo studeerde rechten in Salamanca. In deze stad trad hij toe tot de Orde van Ongeschoeide Karmelieten en nam het habijt op 20 mei 1609. Hij volgde een studie Kunsten in Segovia en keerde toen terug naar Salamanca om theologie en de heilige geschriften te bestuderen.
 
Hij werd hij door de oversten benoemd tot officiële kroniekschrijver van de orde en kreeg de opdracht de geschiedenis van de hervorming van de Karmel te schrijven. Zijn bezorgdheid voor historische nauwkeurigheid bracht hem ertoe historische documenten uit eerste hand te zoeken, zoals brieven en geschriften van de oprichters, en hij stelde zelfs een vragenlijst op die door getuigen in verband met de stichtende heiligen moest worden beantwoord . Hij voltooide zijn werk in 1635 en presenteerde het manuscript aan zijn oversten. Deze verboden echter de publicatie zoals die was, dwongen Jeronimo om tal van wijzigingen in de tekst aan te brengen en een en ander weg te laten. Broeder Jeronimo weigerde echter. Hij negeerde het verbod en liet zijn historische verslag (“Historia de la Reforma”) afdrukken zoals het was. Zijn handelen veroorzaakte aldus een schandaal: alle exemplaren van de tekst werden in beslag genomen en hij verloor zijn positie als kroniekschrijver van de orde. Toen het werk twee jaar later toch werd gepubliceerd, gebeurde dat met de “wijzigingen” opgelegd door de censurerende oversten; uiteindelijk zou alleen het eerste deel verschijnen.
 
Deze mislukking leidde Jeronimo niet af van zijn verlangen om te blijven schrijven. Hij schreef een uitgebreide, zo volledig en correct mogelijke biografie van Johannes van het Kruis, onder de titel “Vida de San Juan de la Cruz” (Leven van de heilige Johannes van het Kruis), wat uiteindelijk in 1641 gepubliceerd werd in Madrid met de titel “Historia del venerable padre fray Juan de la Cruz” (Geschiedenis van de eerbiedwaardige vader Johannes van het Kruis).
 
Reeds in 1629 had hij een “Dibuxo del Venerable var. Joan de la Cruz” geschreven, een korte tekst die in bijna alle edities van het werk van deze heilige is opgenomen. Bovendien publiceerde hij andere geschriften van Johannes van het Kruis, waaronder een verzameling de “Declaración de las canciones que tratan del ejercicio de amor entre el alma y el esposo Cristo ” (Verklaring van liederen over de uitoefening van liefde tussen de ziel en de echtgenoot Christus), titel die hij veranderde in “Cántico espiritual entre el alma y Cristo, su esposo” (Spiritueel Hooglied tussen de ziel en Christus, haar echtgenoot) . Deze titel zal in alle volgende edities behouden blijven. De censuur van de Orde toonde zich ook niet welwillend ten opzichte van dit werk, waaruit het vele dingen verwijderde of veranderde; zelfs de correctie van bewijzen werd Jeronimo niet toegestaan. In diezelfde periode hielp hij bij de eerste officiële uitgave van werken van Johannes van het Kruis, met o.a. het Geestelijk Hooglied.
 
Jerónimo de San José was korte tijd prior van het klooster van Gerona en vestigde zich vanaf 1641 in het klooster van San José in Saragossa, waar hij het grootste deel van verdere leven doorbracht. Daar sloot hij vriendschap met de dichters Bartolomé Leonardo en Lupercio de Argensola, en de geleerden Lastanosa, Tamayo de Vargas, Ramírez de Prado, Pellicer de Salas en vooral met de kroniekschrijver Juan Francisco Andrés de Ustarroz.
 
“Genio de la historia” (1651) wordt beschouwd als het belangrijkste werk dat Jeronimo de San José geschreven heeft. Het was een opdracht van zijn religieuze orde om het aan te bieden aan de gouverneur van het Koninkrijk Sicilië – met de uitdrukkelijke bedoeling om “te onderrichten en een politicus te adviseren in de kunst van goed bestuur ” en werd gepubliceerd dankzij het beschermheerschap van Martín Abarca de Bolea y Castro, Markies de Torres.
 
Dit werk bevat o.a. voorwaarden waaraan een historicus zich moet houden. Bij het van op afstand vertellen van niet-hedendaagse gebeurtenissen dient hij zich te bevrijden van wat hij zelf denkt te zien en te weten, om ze hun juiste plaats te geven, en moet hij ze in alle opzichten onderzoeken met een geest “vrij van liefde en angst”. Hij stond erop dat de historicus aan emotieloze geschiedschrijving deed waarbij de waarheid zijn werk beheerst tot in de details, zonder de successen van zijn medeburgers te overdrijven, noch hun daden of fouten te minimaliseren. Op dit punt sprak hij het gebruik van de tijd tegen om historische verslagen bij te kleuren in het belang van de Spaanse vorsten. “Genio de la historia” is het enige van hem dat tot ons is gekomen zonder te zijn aangepast door proeflezers of uitgevers.
 
Zijn tweede grote werk, “La Historia del Pilar”, werd echter nooit gepubliceerd ondanks het grote belang dat hij er aan hechtte.
 
Jeronimo de San José bleek ook een begenadigd dichter. Sommige van zijn gedichten werden verzameld en gepubliceerd in 1876. Ze volgen het model van Lope de Vega. Deze gedichten behandelen verschillende thema’s: historische, ascetische, lofzangen en gelegenheidssonnetten. Tot zijn geschriften behoort eveneens een toen welgesmaakte satire getiteld “Disparates de religiosos imperfectos” (Absurditeiten van onvolmaakte religieuzen). Zijn werken werden na zijn dood meermaals heruitgegeven en vertaald in verschillende talen.
 
Jeronimo de San José overleed in Saragossa op 18 oktober 1654.

 

 

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven