Uit de Karmelvlam van september 2020

 

Broeders en zusters,
 
thema’s als geloof, roeping, trouw, waarheid wekken steeds mijn aandacht. We kunnen bij deze onderwerpen nooit genoeg stilstaan, ons er nooit genoeg in verdiepen. Inhoudelijk zijn geloof, roeping, trouw, waarheid steeds in evolutie. We kunnen ons afvragen: ‘Hoe ver staan we en wat betekenen ze, welke inhoud geven we ze?
Voor ieder van ons is dat verschillend. Wie kan zeggen dat hij het ‘al’ omvat? We kennen niet eens een fractie van wat te kennen valt.
In een gesprek met een Joods orthodox rabijn hadden we het over samenkomsten in de synagoge. Wanneer er gediscussieerd wordt over bepaalde onderwerpen, dan is de gedachtewisseling enkel geslaagd als er stevig geredetwist werd, hoe feller hoe beter. Joden zijn er van overtuigd dat iedereen een stukje van de waarheid heeft.
 
Welnu, hier volgt misschien een heel klein stukje waarheid.
Ik wil het (nog ‘s) hebben over onze roeping. Welke is onze roeping als gelovige, christen, karmeliet… ook die is voortdurend aan evolutie onderhevig. We beginnen steeds als zoekende. Geleidelijk aan groeien we. Na jaren zoeken en groeien kunnen we misschien zeggen: ‘God blijft voor mij de grote onbekende. Hij ontsnapt mij telkens opnieuw, zoals het door liefde gewonde hart blijft zoeken naar de grote liefde’.
Lieve zusters en broeders, wij weten dat wij geroepen zijn tot eenvormigheid met de eeuwige God. We moeten Gods gelijke worden, nooit een god.
Op aarde is dit niet mogelijk omdat we telkens tekort schieten als schepsel. Het is aan slechts weinigen gegeven bij leven God te zien van aangezicht tot aangezicht. Mozes, Elia op de berg, de vertegenwoordigers van wet en profeten…
 
Wanneer we de standvastigheid in het geloof en voldoende kennis over het Woord verworven hebben, wanneer we vele malen de Aanwezige hebben mogen ervaren, wanneer we ervaren hebben dat we ons steeds op de Eeuwige kunnen verlaten en we een spiegel zijn van Gods aanwezigheid kunnen we God bij de mensen brengen, kunnen we mensen echt nabij zijn.
Niets is belangrijker dan God tastbaar aanwezig stellen bij de mensen.
Een recente uitspraak van paus Franciscus vind ik hier heel toepasselijk: ‘De allerbelangrijkste mens is de mens die voor je staat.’
Wat een gave en opgave! We zijn steeds omringd door belangrijke mensen in wie God aanwezig is.
 
God wil een volk, een natie…. waar iedereen zich thuis voelt, gewaardeerd en gerespecteerd wordt. God wil dat elk mens tot hetzelfde volk behoort, een gemeenschap van liefde, gerechtigheid, geduld, vreugde, vrede, zachtmoedigheid.
 
We hebben als gelovigen een profetische rol. Een rol die te weinig aandacht krijgt. We maken er ons niet populair mee. En toch… Profeten zijn mensen zoals jij en ik; zwak en kwetsbaar, bang…
Steunend op Gods kracht verandert zwakheid in sterkte.
De profetische rol die wij moeten vervullen is Gods stem laten horen in deze tijd, een boodschap van liefde voor de hele wereld. Elk schepsel en de schepping moeten in en door God hun vervulling krijgen, in een nieuwe hemel en nieuwe aarde.
We moeten een kritische en terzelfder tijd een hoopvolle en bemoedigende boodschap brengen. Het moet een stem zijn die overal klinkt, vooral daar waar mensen tekort komen aan liefdevolle zorg en genegenheid, warmte, geborgenheid, aan essentiële en materiële goederen.
 
Broeders en zusters, dit is een uitnodiging tot ons allen.
Niemand kan zeggen dat hij of zij niets meer betekent of niets meer kan doen. Laat je door H. Geest inspireren!
Van harte,
Ignace +
 

Onze derde orde vlag. 

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven