Uit de Karmelvlam van juli-augustus 2022

Voorwoord
 
Goede zusters en broeders,
 
de vakantie is begonnen voor heel wat scholieren, studenten en de actieve beroepsbevolking. Een periode waarin men even vrij is van verplichtingen en terug op zijn plooi kan komen. In vroegere tijden bestond er geen vakantie maar de nood aan rust natuurlijk wel. In deze Karmelvlam lees je o.m. wat enkele bijbelauteurs hierover te zeggen hebben. Je vindt verderop ook enkele vakantietips van paus emeritus Benedictus XVI.
 
Maak je geen zorgen als je niet op reis kunt gaan om wat voor reden ook. Het massatoerisme dat ons een vakantiepatroon oplegt, is niet altijd een bron van ontspanning. Soms komen mensen met meer stress terug van vakantie dan ervoor.
 
De nodige rust, het terug op zijn plooi komen na een drukke werkdag kunnen we ook vinden in ons gebed, ons dagelijks gesprek met de Heer. Het is dus geen must om hetgeen we zo nodig hebben ver te zoeken.
 
En als we op reis gaan hoeven we onze rust niet te laten afhangen van het aantal bezienswaardigheden dat we bezocht hebben of dat we erin geslaagd zijn onze “bucketlist” af te werken. Terwijl het lezen van een simpel gedicht, helemaal alleen op een illusieloze hotelkamer ons met anderen verbindt, schreef Rik Torfs ooit in een column.
 
Begrijp me nu niet verkeerd. Ik hou van reizen maar ik probeer er mijn welzijn niet van te laten afhangen. Over je landsgrenzen heen kijken en ontdekken wat ons vreemd en onvertrouwd is, is boeiend en aangenaam maar laten we er geen basisbehoefte van maken die we ten allen prijze willen afdwingen als hing ons leven ervan af.
 
Aangename vakantie ! Robrecht
 



De bijbel over “rust houden”
 
(“vakantie” bestond toen natuurlijk nog niet)
 
Ook zag ik dat alles wat mensen tot stand brengen, op onderlinge naijver berust. Ook dat is ijdel en grijpen naar wind. Zeker: de dwaas zit met zijn handen over elkaar en ruïneert zo zichzelf. Maar: beter een handjevol rust dan handenvol zwoegen en grijpen naar wind. (Prediker 4, 4-6)
 
Eet daarom je brood met vreugde en drink je wijn met een opgewekt hart. Dat heeft bij voorbaat Gods zegen. Ga altijd feestelijk gekleed en zorg steeds voor parfum op je hoofd. Geniet van het leven met de vrouw van je hart, heel het ijdel en kortstondig bestaan dat God je geeft onder de zon. Dat is het enige wat je hebt in dit leven voor al je zwoegen en tobben onder de zon. (Prediker 9, 7-9)
 
Daarop sprak hij tot hen: “Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit.” Want wegens de talrijke gaande en komende mensen hadden zij zelfs geen tijd om te eten. (Marcus 6, 31)
 
Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.” (Mattheüs 11, 28-30)

 


 



Paus opent synodale reis (eind 2021)
 
Met een even scherpe als uitnodigende toespraak, waarin hij aan het einde dominicaan Yves Congar citeerde, opende paus Franciscus op 9 oktober 2021 de ‘synodale reis’ van de Kerk.
 
De paus wil met de synode de hele Kerk betrekken bij de zending van de Kerk. Hij beschouwt dat niet als een parlement, maar als een kerkelijke gebeurtenis waarin de Heilige Geest leidend is. Synode is een vorm van Kerk zijn voor alle gedoopten, want ‘de doop is onze identiteitskaart’, aldus Franciscus.
 
De paus wees op drie risico’s. De eerste is formalisme, alsof de synode enkel een buitengewoon event is. ‘Dat zou hetzelfde zijn als het be- wonderen van de prachtige gevel van een kerk zonder ooit echt naar binnen te gaan’, maar ‘we hebben inhoud, middelen en structuren nodig die dialoog en interactie binnen het volk van God kunnen verge- makkelijken, vooral tussen priesters en leken’.
 
Volgens Franciscus is er soms sprake van elitarisme van priesters, die zich meer opstellen als ‘een huurbaas dan als een herder van een gemeenschap die samen verder trekt. Dit vereist het veranderen van bepaalde overdreven verticale, verwrongen en onvolledige visies op de Kerk, het priesterambt, de rol van de leken, kerkelijke verantwoordelijkheden, bestuursrollen, enzovoort.’
 
‘Die uitdrukking – “Zo hebben we het altijd gedaan” – is vergif voor het leven van de Kerk’
 
Het tweede risico is intellectualisme, alsof de synode ‘een soort studiegroep is, die geleerde maar abstracte benaderingen biedt van de problemen van de Kerk en het kwaad in onze wereld’.
 
Volgens de paus eindigt dat ‘in de bekende en onvruchtbare ideologische en partijdige tweespalt, ver weg van de werkelijkheid van het heilige Volk van God en van het concrete leven van gemeenschappen over de hele wereld’.
 
Het derde risico is de verleiding van zelfgenoegzaamheid, ‘de houding die zegt: “We hebben het altijd zo gedaan” (Evangelii Gaudium, 33) en het is beter om niet te veranderen’, zei de paus. ‘Die uitdrukking – “Zo hebben we het altijd gedaan” – is vergif voor het leven van de Kerk. Wie zo denkt maakt, misschien zonder het zelfs te beseffen, de fout om de tijd waarin we leven niet serieus te nemen. Het risico is dat we dan oude oplossingen toepassen op nieuwe problemen, zoals verstelwerk met een nieuwe lap stof die uiteindelijk een grotere scheur veroorzaakt (vgl. Mt 9:16).’
 
Franciscus ziet de synode als een proces van wording, die de kans biedt om een opener, luisterende en meer nabije Kerk te worden. ‘Laten we blijven terugkeren naar Gods eigen “stijl”, die nabijheid, mededogen en tedere liefde is. God heeft altijd zo gewerkt. Als we deze Kerk van nabijheid niet worden met een houding van mededo- gen en tedere liefde, zullen we niet de kerk van de Heer zijn. Niet al- leen met woorden, maar met een aanwezigheid die grotere vriendschapsbanden met de samenleving en de wereld kan weven. Een Kerk die zich niet afzijdig houdt van het leven, maar zich onderdompelt in de problemen en noden van vandaag, wonden verbindt en gebroken harten geneest met de balsem van God.’
 
De paus citeerde de dominicaanse theoloog Yves Congar: ‘Het is niet nodig om nog een Kerk te creëren, maar om een andere Kerk te creëren’. In augustus hield de voormalige magister Timothy Radcliffe o.p. via YouTube een pleidooi voor de synode. ‘Zonder verschil zijn we dood.’
 
(bron : Dominicanen Nederland)

 

 



Gaat de paus wel eens op vakantie?
 
De paus zal, met het oog op zijn drukke agenda, weinig tijd voor vakantie hebben, maar de meeste pausen ontsnappen ’s zomers aan de beklemmende hitte van de stad. Ze gaan naar het pauselijke buitenverblijf, Castel Gandolfo. Paus Benedictus werkte daar het grootste deel van de tijd gewoon door.
 

 
Op de Vaticaanse radio heeft Benedictus eens verklaard waar hij zijn vakantie het liefst aan besteedt: het doorbrengen van tijd met anderen en met God. Voor deze laatste optie gaf hij drie adviezen. Je kunt je tijd met God volgens de voormalige paus het beste doorbrengen terwijl je in de natuur bent, tijdens het lezen van godsdienstige teksten en door een bezoek te brengen aan heilige plaatsen.

 

 



ONTMOETING MET EEN WONDER (VERVOLG)
 
De wonderbare genezing van Maria Pellemans bij het graf van de H. Theresia, op 22 maart 1923.
 
Na de genezing
 
Terug in het hotel ging ik met lichte tred de trap op, nam een deel van de relikwie in, en keerde terug naar beneden en vroeg de pastoor of ik met de andere pelgrims aan tafel mocht. Men had namelijk voor mij geen pension besteld. Ik kreeg een plaats tussen de pastoor en de vicaris-generaal. Dit stoorde me echter niet. Ik at van alles een kleine lepel. De pastoor vroeg sinds wanneer ik dit niet meer gedaan had : het was twee à drie jaar geleden. Ik voelde generlei onpasselijkheid. Na het eetmaal zei de pastoor : “nu moet ge wat rusten, en om twee uur gaan we dan met de wagen alles bezichtigen : de “Buissonnets”, het klooster van de Benedictinessen, de kathedraal”. Alles was mij goed en zo gebeurde het dan.
 
Toen we om vier uur in het hotel terugkwamen vroeg de pastoor : “verlangt ge misschien nog een maal naar het graf terug te gaan? Ik heb de dodengraver gevraagd om ons rond vijf uur binnen te laten, dan is er anders niemand”. “O ja” zei ik “met grote vreugde”. Rond vijf uur gingen we er samen naar toe : de drie priesters, mijn zuster en ikzelf. Bij het graf heb ik geweend. Ik begreep dat het leven me terug geschonken werd om mijn roeping te volgen en zo spoedig mogelijk in de Karmel te treden.
Zonder bijzondere gelofte nam ik me voor me geen enkele vrijheid te veroorloven en, wat mijn genezing betrof, de grootste bescheidenheid aan de dag te leggen en op uitnodigingen niet in te gaan. De tijd en het leven die ik op het graf van de Heilige Theresia had gekregen behoorde de Heer. Doch ik beloofde dit alleen indien het tot Zijn eer kon strekken. Ik zou alleen doen wat men van mij wenste. Dat is het wenselijk wat ik kon en kan zeggen. Twee uren ben ik bij het graf gebleven terwijl tranen mij voortdurend uit de ogen vloeiden. Rond zeven uur verlieten we het lieve graf en nu was ik gans op aarde teruggekeerd. ’s Avonds telegrafeerde ik naar Papa : “Genezen. Kom eerst na acht dagen terug”. Vermits ik nu gezond was wilde ik nog blijven om de ontgraving bij te wonen. De priesters, de pelgrims en ook een vriendin zouden ’s vrijdags afreizen, 23 maart 1923.
 
Maandag 26 maart 1923
 
Op nauwelijks een meter afstand was ik getuige van de ontgraving. Ik had niemand om dat voorrecht verzocht, doch ik stond nu eenmaal zo dicht bij, zo ook de anderen. Bij het openen van het graf stroomde rozengeur ons toe. Aan de prachtige stoet van het kerkhof door de stad naar de Karmel toe heb ik samen met mijn zuster en een vriendin zonder vermoeienis kunnen deelnemen.
 
De met ons familie bevriende Dame wilde toen terug naar huis om Papa alles te vertellen. “Ik moet het zien voor dat ik het kan geloven” verklaarde deze. Zo sprak ook de pastoor van onze parochie. De geneesheer wilde afwachten.
 
Acht dagen verbleef ik nog in Lisieux. Opnieuw naar het karmelieten- klooster te gaan kwam nochtans niet in mijn geest op. Van Pierre, de koster, die heel de zaak van de Pastoor vernomen had, en die ik elke dag ontmoette, kreeg ik een aantal relikwieën.
 
Onze terugreis liep over Parijs waar we enige dagen verbleven om alles te bezichtigen. En daarna naar huis.
 

 
Ik was, ondanks een stralende gezondheid, uiterst mager en bleek. Papa kon zijn ogen niet geloven : “als het maar duurt” zei hij. “Ik ben genezen en het zal zo blijven, dat voel ik”. De dokter was diep onder de indruk. Hij zei : “juffrouw, dat is niet één wonder, er zijn er twee die God aan u heeft verricht”. Ik : “indien u dat denkt, dan zal u me zeker een verklaring daarover schrijven”. “Ja, maar eerst zes weken wachten”. “Goed zo, dokter”.
 
Ik schreef aan niemand iets over deze zaak. Eerst afwachten…? Na veertien dagen ontving ik een schrijven van de pastoor van de Basiliek van Koekelberg : “nu, juffrouw, wat nieuws over uw gezondheid?” Ik bezocht hem in Koekelberg. Enige dagen later kwam er een brief van Moeder Agnes uit Lisieux met verzoek om nieuws. Ik moest al de geneesheren opzoeken die me behandeld hadden. Afschriften moest ik vragen van attesten, voorschriften en verloop van de ziekte. Ook een relaas van de gebeurtenis werd gevraagd. De volgende zondag ontving ik het bezoek van de vice-postulator, uit Frankrijk, vergezeld van een Pater uit Brussel. Hij zei me dat mijn genezing in aanmerking zou komen voor de heiligverklaring van de Kleine Theresia. Ik was verbluft. Toen ik deed opmerken dat de zaligverklaring nog niet had plaats ge- had antwoordde de pater : “wanneer het decreet “de tuto” voorlicht dank zij de voor de zaligverklaring nodig vastgestelde wonderen, moeten er nadien nog verschillende wonderbare genezingen voorgebracht worden alvorens tot de heiligverklaring te kunnen overgaan. Uw gene- zing is van zo’n uitzonderlijk belang dat ze in de Akten zal opgenomen worden. U zijt ogenblikkelijk en volledig in het bijzijn van tien getuigen genezen. Een kerkelijk gerecht zal opgericht worden voor onder- zoek van uw genezing. Het gaat immers om het eerste grote wonder dat zich heeft voorgedaan na de bekendmaking van het decreet van zaligverklaring”. Ook bij deze onverwachte verklaring bleef ik rustig. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat mijn genezing zulke gevolgen zou hebben.
 
Het kerkelijk gerecht werd in het aartsbisdom Mechelen opgericht en Pater Albertus à Puero Jesu werd vice-postulator. Intussen was het nieuws van mijn genezing zowat overal bekend geraakt. Ik wees be- leefd alle uitnodigingen af, doch als Pastoor Barette me iets vroeg kon ik niet weigeren. Ik dacht ook aan mijn kloosterroeping. Ik stond in betrekking met onze paters uit Brussel, doch daar wilde ik niet intreden, het was immers te dicht bij mijn familie. Papa had ik om zijn toelating gevraagd. Het was een zwaar offer voor hem : ik was bijna gans mijn leven ziek geweest en nu dat ik gezond was wilde ik heengaan. Doch Papa was een overtuigd katholiek en hij gaf zijn toestemming. Alle getuigenissen en officiële papieren waren nu klaar en verzameld. Lisieux en de vice-postulator zorgden voor het overige. In juli werd in de Karmel van Gent een Triduum gehouden ter ere van de gelukzalige. Te dezer gelegenheid kwam ik voor de eerste maal naar Gent en woon- de er, samen met de bevriende Dame die getuige was geweest van mijn genezing, het Triduum bij. Doch voor dat ik intreden in deze Karmel kon denken moest ik voor het kerkelijk gerecht verschijnen, en dit was vastgesteld op 13 december 1923.
 
Het was een indrukwekkend gerechtshof van priesters. Voorzitter was Mgr. Van Roey (die later kardinaal werd). Zeven uren lang duurde het verhoor, onderbroken door een middagmaal in het Ordinariaat en een kort bezoek aan de Mechelse Karmel.
 
De hand op het Evangelieboek moest ik de eed afleggen dat ik de waarheid had gezegd. Gedurende veertien dagen mocht geen enkele van de opgeroepen getuigen over de aangelegenheid spreken. Dit mochten ze ook niet doen onder elkaar.
 
Intrede in de Gentse Karmel
 
In de loop van de volgende week werd ik onderzocht door Dr. Peeters uit Mechelen, een röntgenfoto werd genomen. Vervolgens werd ik nog onderzocht door Dr. Brusselmans en door Dr. Neefs. Na dat laatste onderzoek was voor mij alles afgehandeld. Ik kon nu mijn voorbereidingen aanvangen voor de intrede in de Karmel. Ik was daar reeds geweest en had met de Pater Provinciaal Andreas gesproken. Sinds mijn genezing was ik ongeveer 20 kg bijgekomen – in november 1922 woog ik 27 kg maar de laatste maanden in gevolge hulp geboden in de pastorie had ik opnieuw wat verloren. In januari 1924 nam ik af- scheid van mijn familie. Ik was in de Gentse Karmel met voorbehoud aangenomen. Mijn intrede werd vastgesteld op 9 april. Mijn postulaat verliep normaal. Op 19 oktober werd ik ingekleed en ontving de naam van mijn lieve heilige zuster Theresia van het Kind Jesus en van het H. Aanschijn. Op 14 oktober 25 legde ik mijn tijdelijke geloften af. Aan het bijwonen van de heiligverklaring van Theresia op 17 mei 1925 had ik verzaakt : ik zou dan langer in de wereld hebben moeten blijven.
 
In 1926 -als ik me niet vergis- kwam de Hoog Eerwaarde Heer Barette op bezoek vergezeld van Dr. Lebecq, de leider van de consultatiebureaus van Lourdes. Deze laatste onderzocht mij samen met de huisarts van het klooster : ze vonden mijn gezondheidstoestand normaal, alleen was de bloeddruk wat te laag.
 
Op 14 oktober 28 legde ik mijn eeuwige gelofte af en ontving op 16 oktober de zwarte sluier. Tot grotere ere van God en in dankbaarheid voor de H. Theresia van het Kind Jesus.
 
Getekend Zuster Theresia van het Kind Jesus en van het H. Aanschijn. (vertaald uit het Duits uit “Teresienkalender 1965”)
 

 
Met dank aan: Provinciaal Archief Karmelieten in Gent
 


 

 
Onze maandelijkse vergadering gaat door op de 3e zondag van de maand.
Traditiegetrouw is er echter geen vergadering in augustus (en ook geen Karmelvlam) en gaat de vergadering in september telkens door, niet op de 3e zondag maar
de 3e ZATERDAG van de maand.
Bovendien is die vergadering in september (zaterdag 17 september) altijd een zgn. Algemene Vergadering van onze verschillende afdelingen in Vlaanderen. Gastspreker is de Nederlandse karmeliet Dick Cobben die in twee conferenties een karmelitaans thema zal behandelen.

 
Wie interesse heeft, is hartelijk welkom.  Gelieve wel eerst pater Lukas of Robrecht te verwittigen van uw komst. 
P. Lukas : 09/225.57.87 of lukas.martens@karmel-gent.be
Robrecht : 0473/74.61.00 of robrechtdezuttere@yahoo.com

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven