Zondag van het woord van God … en de Karmel

“Zo evenwel dat jullie in de gemeenschappelijke eetruimte wat jullie gegeven zal worden tot je nemen, gemeenschappelijk horend naar een of andere lezing van de Heilige Schrift. (…)Laten zij ieder afzonderlijk in hun cellen blijven of in de buurt daarvan, dag en nacht in de wijzing van de Heer, zich bezinnend en in gebeden wakend…”

Uit de Karmel Leefregel – vertaling Kees Waaijman

 
In zijn apostolische brief bij de invoering van de zondag van het Woord van God (2019) schrijft paus Franciscus: “Door een specifieke zondag van het liturgische jaar aan het Woord van God te wijden, kan de Kerk opnieuw ervaren hoe de verrezen Heer de schat van zijn Woord voor ons opent om ons in staat te stellen de onuitputtelijke rijkdom ervan aan de wereld te verkondigen. (…) Daarom is het goed dat deze cruciale relatie met het levende Woord nooit ontbreekt in het leven van ons volk. De Heer houdt immers nooit op tot zijn Bruid te spreken om haar liefde en geloofsgetuigenis te doen groeien.” 1
 
Wanneer ik er zo eens even over nadenk, dan bemerk ik dat “het Woord van God” een centrale plaats inneemt in de spiritualiteit van de Karmel.
 
Reeds van in mijn humanioratijd is bij mij de liefde voor de H.Schrift beginnen groeien. Voor de godsdienstles moesten we een bijbel kopen. Dat werd ‘De Bijbel. Uit de grondtekst vertaald.’ – Willibrordvertaling, uitgegeven in 1978.

 


 
Sindsdien heb ik me wel meerdere bijbels aangeschaft voor lezing en studie. Toch is het deze bijbel die nog steeds, binnen handbereik, op mijn schrijftafel ligt. Ondertussen zijn die bladzijden al lang niet meer vlekkeloos…maar ‘verrijkt met onderstrepingen, inkleuringen en nota’s die ik er in de loop der jaren bij schreef.

 


 
Dat heeft zeker ook te maken met mijn jaren van theologiestudies aan het Grootseminarie te Brugge waar Frans Lefèvre (Oud Testament) en Adelbert Denaux (Nieuw Testament) onze professoren exegese waren. Maar dát verhaal is verder blijven gaan…die bijbelstudie (exegese) is nooit af. Er komen dus nog steeds nieuwe aantekeningen bij. Bovendien grijp ik dan wel eens terug naar uitgaven met een uitgebreider voetnotenapparaat.

 


 

In de versie van onze Leefregel, zoals die vooraan bij onze Constituties staat afgedrukt, lees ik: “Ieder moet alleen in zijn cel, of in de nabijheid ervan verblijven, ER DAG EN NACHT DE WET DES HEREN OVERWEGEN EN WAKEN IN GEBED. Tenzij hij/zij door andere geoorloofde bezigheden in beslag genomen wordt .“ Met daarbij de verwijzing naar psalm1, 2 “die veeleer in de wet van de Heer zich vermeit, zijn wet overpeinst dag en nacht” en naar Jozua 1,8 “Nooit moet ge ophouden in dat wetboek te lezen. Ge moet het dag en nacht overwegen en ge moet alles wat daarin geschreven staat nauwkeurig volbrengen. Dan zult ge voorspoed en geluk hebben in alles wat gij doet.” Tenslotte is er de verwijzing naar 1 Pet 4, 7 “Weest dus bezonnen en nuchter opdat gij kunt bidden”. 2
 
Wat me reeds bij de eerste lezing opviel was dat dit de enige plek in de Leefregel is waar woorden met hoofdletters staan afgedrukt. Dat wijst direct op het grote belang dat we in de Karmel geven aan het omgaan met Gods Woord. Lees ik een beetje verder in onze Constituties zelf dan wordt er direct van in het begin gewezen: onze ‘Regel’ is een ‘leefvorm’ en tot één van de voornaamste aspecten van de levensvorm/houding van een karmeliet/karmelietes behoort “het voortdurend de wet des Heren overwegen, de geestelijke lezing behartigen, ons gemoed beschutten door heilige gedachten, zodat het woord van God in overvloed ons op de lippen komt en leeft in ons hart en we in alles te werk gaan volgens het woord van de Heer”. Met andere woorden: we moeten gewoon vertrouwd geraken met het woord van God. Dat Woord Gods moet ons leven zijn. Ik denk dat het daarom is dat ik telkens grijp naar die eerste eigen bijbel. Het boek staat gewoon voor die vertrouwdheid.
 
Natuurlijk gebruik ik voor mijn lectio divina, geestelijke lezing, ook wel eens andere bijbels. Een andere vertaling, of de lectuur in een andere taal dan het Nederlands doet nieuwe aspecten oplichten.
 
Op mijn eigen cel heb ik een klein gebedshoekje met de bijbel open. De ‘Kloosterbijbel’. 3 Af en toe lees ik daar ook een stukje in. Je krijgt er stukjes uit de H.Schrift aangevuld met teksten uit de kloostertraditie.

 


 
In de monastieke traditie traditie gebeurt die geestelijke lezing vooral in het ‘scriptorium’. In de kluizenaarstraditie, kartuizers, monastieke familie van Betlehem,… gebeurt dit in de eigen kluis. In de Karmel is de cel (je eigen kamer) daarvoor de geëigende plek.
 
Tijdens het middagmaal is er in onze kloosters nog steeds de traditie van het luisteren naar het woord van de H.Schrift: één van de broeders leest voor terwijl de anderen eten. In de kloosterrefter van ons Brugs klooster staat dit heel mooi verwoord boven de ingangsdeur: “Niet van brood alleen leeft de mens, maar van ieder woord dat komt uit de mond van God.

 


 
Uiteraard zijn er ook de lezingen die we beluisteren tijdens de verschillende gebedsmomenten en tijdens de eucharistieviering.

 


 
Dat het omgaan met het Woord Gods, met de H.Schrift in onze kloosters eeuwenoude wortels heeft bewijst onze bibliotheek. Het is een weldaad dat we kunnen beschikken over oude én hedendaagse boeken die uitleg geven bij de schriftteksten.

 


4   5

Om mijn verhaal te eindigen nog dit citaat uit de apostolische brief rond ‘de zondag van het woord van God’: ”Vooral de homilie heeft een bijzondere functie, omdat zij “een quasi sacramenteel karakter” heeft (Evangelii Gaudium, nr. 142). Door de luisteraars, in een eenvoudige en passende taal, te helpen om dieper op het Woord van God in te gaan, kan de priester hen ook “de schoonheid van de beelden die de Heer gebruikt om aan te zetten tot goede werken” laten ontdekken (Ibid.). Dit is een pastorale kans die niet verloren mag gaan! Voor veel van onze gelovigen is dit inderdaad de enige gelegenheid om de schoonheid van het Woord van God te vatten en om te zien welke verwijzingen naar hun dagelijks leven het inhoudt. Daarom moet voldoende tijd worden besteed aan de voorbereiding van de homilie.”
 
De dienst aan de Kerk, aan het Volk van God, is voor ons in de Karmel ook een belangrijk aandachtspunt. Daarom besteedt elke karmeliet-priester veel tijd en aandacht aan het schrijven van homilies, het uitschrijven van studie- en bezinningsdagen.

 


 
 

Pater Paul

24 januari 2021
 
Voetnoten
1. Motu Proprio / Apostolische brief, Aperuit illis, paus Franciscus, Rome, St-Jan van Lateranen, 30 september 2019.
Nederlandse vertaling van deze apostolische brief op Kerknet.
2. Citaten uit De Bijbel. Uit de grondtekst vertaald. Willibrordvertaling, 1978.
3. Kloosterbijbel, Royal Jongbloed, Heerenveen.
4. Foto’s links en midden: kloosterbibliotheek Gent.
5. Foto rechts: Kloosterbibliotheek Brugge – nieuw gedeelte.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven