Overweging bij het Paastriduum 2021 door P. Paul De Bois, provinciaal

deze brief in pdf

PAAS OVERWEGING
GENT PAASTRIDUUM 2021
P. PAUL provinciaal

 


Goede broeders,
Goede zusters,
 
Graag richt ik me gedurende deze “heilige dagen” tot jullie. Sommigen van u heb ik in de voorbije tijd kunnen ontmoeten, anderen niet. In alle geval merk ik dat het hele gebeuren met corona voor iedereen toch wel een beetje begint te wegen. Dat is ook heel normaal. Mensen moeten mensen kunnen ontmoeten. Onze sociale contacten met familie, vrienden en zo vele andere contacten zijn belangrijk. We hebben het de laatste maanden ondervonden dat je ze niet zomaar tussen haakjes kan, mag zetten.
Ook christenen voelen de nood aan elkaar ontmoeten, aan samen uitwisselen over ons geloof, aan samen de sacramenten kunnen vieren.
In de Evangelies zien we trouwens overduidelijk hoe belangrijk ook voor Jezus ontmoetingen met allerlei mensen waren. Jezus zoekt de eenzaamheid en de stilte op voor ontmoeting met de Vader en Jezus begeeft zich midden onder de mensen.
 
Als ik er zo op terugkijk, dan hebben we bewogen maanden achter ons liggen. Maanden ook met veel discussie op politiek vlak, zowel nationaal, als op Europees niveau en op wereldniveau. Een zelfde turbulentie heb ik ook opgemerkt binnen onze wereldwijde kerkgemeenschap. De voortdurende oprispingen tussen plaatselijke Kerk en het instituut Kerk… Het enorme scala aan interpretaties van ‘synodaliteit’ en de spanningen rond de invulling van dat woord. Het blijvend in de actualiteit staan van het schandaal van sexueel misbruik binnen de Kerk. Kers op de taart: het document van de Congregatie van de geloofsleer over ‘zegening voor homoparen’ en de storm van protest die daar op volgde. In de literatuur lees ik een steeds luider wordende roep om verandering, vernieuwing.
Wanneer een bisschop schrijft: ”De Kerk, zoals we die in haar huidige vorm kennen sterft” 1 Wanneer een andere bisschop “plaatsvervangende schaamte voelt voor zijn Kerk” 2 en wanneer ik in een interview lees dat nog een andere bisschop zich de vraag stelt “zal ik nu vereenzelvigd worden met een instituut …” 3 Vergeef het me, maar dan is er voor mij toch wel iets aan de hand. Op zijn minst kan je van een spanning spreken.
 
Bij die spanning wil ik even blijven stil staan. Spontaan vinden we spanningen vervelend, onaangenaam. Spanningen horen echter bij ons geloof. In de Bijbel lees je – om maar iets te noemen – over de steeds weerkerende ‘spanning’ tussen God en zijn volk. Ik lees in de Evangelies ook over de spanning die ontstaat tussen de oude vertrouwde patronen die de farizeën en schriftgeleerden hanteren en de ongewoon nieuwe gezindheid van Jezus en zijn leerlingen.
 
Wie iets van de kerkgeschiedenis kent is vertrouwd met de spanning die er geregeld is ontstaan tussen opkomende nieuwe kloostergemeenschappen en de bredere Kerk. Er waren ook spanningen die soms hoog opliepen tijdens concilies.
Laten we dus niet direct de moed opgeven wanneer er spanning ontstaat. Laten we ons niet meeslepen met de (sociale) media die deze spanning soms opkloppen tot een niveau dat alle werkelijkheidszin verliest.
 
Spanningen behoren gewoon tot het leven. Ook tot het kerkelijk leven. Ja zelfs tot ons geestelijk leven. Binnen de Kerk heeft het religieuze leven steeds een relatieve vrijheid gekend. Een vrijheid die we ook vandaag niet mogen loslaten.
 
Zo kom ik bij een volgende bedenking: hoe gaan wij broeders en zusters behorend tot de ‘familia carmelitana’ om met vrijheid, met spanning ? Nog anders gezegd: klinkt ons woord voldoende in de Kerk van vandaag ? Durven we ‘spanning’ nog zien als een moment van onderscheiding ?
 
Op Witte Donderdag gedenken we het ‘Laatste Avondmaal’ dat Jezus vierde met zijn leerlingen. Daarna trekt hij met hen naar de hof van Olijven. Maar tussen de regels van de evangelieverhalen voel je de spanning. Er is de spanning tussen Jezus die zijn weg consequent wil verder gaan en de leerlingen die in slaap vallen, zelfs weg vluchten of Jezus verloochenen… Er is ook spanning bij Jezus zelf: “Vader als het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbij gaan. Maar niet wat Ik wil, maar zoals Gij wilt”. 4 Het hele verhaal van Witte Donderdag tot en met de Paasmorgen zegt me dat we niet moeten weglopen van spanningsvelden, maar juist in de spanning moeten gaan staan.
 
Het evangelieverhaal van deze dagen zegt me bovendien heel duidelijk: doe je dat, dan blijft dat niet zonder gevolgen.
 
Soms heb ik de indruk dat we spiritualiteit liefst zo comfortabel mogelijk houden. Maar is échte vrijheid, de “vrijheid van de kinderen Gods”, de vrijheid van het hart, niet juist het kunnen uithouden tussen uitersten om zo rustig tot onderscheiding te komen ?
Is onze karmel spiritualiteit niet de uitnodiging om te midden van alle “automatisme” onze relatie tot de vrijheid te behouden? 5 “Voor mij is de karmelieter mystiek de grootste stimulans op de weg naar het begrijpen van het geloof – de mystiek van Johannes van het Kruis, die leerde dat we moeten gaan tot aan de grens van onze ‘geestelijke vermogens’: verstand, geheugen en wil. Want waar geloof, echte liefde en hoop, ontstaan pas wanneer we ons in een doodlopende steeg bevinden, op de ‘kleine weg’ van Thérèse van Lisieux, die tot inzicht kwam in de donkere uren van haar sterven. Ik vraag me af of ons geloof ook niet – net als onze Heer – veel moet lijden, gekruisigd moet worden en sterven – om pas dan ‘uit de doden op te staan”. 6
 
We mogen er niet voor terug deinzen om de gezindheid van Jezus tot de onze te maken. In zijn leven heeft Jezus nooit gekozen voor veiligheid. Hij is steeds in het spanningsveld blijven staan. Ook wanneer duidelijk werd dat dit Hem zou voeren naar lijden en dood. Bij Matteüs klinken de woorden “Mijn God, mijn God, waarom hebt Ge Mij verlaten ? (…) Jezus slaakte andermaal een luide kreet en gaf de geest”. 7 Het lijkt bij het eerste aanvoelen een uiting van vertwijfeling van een mens die hangt te sterven op een kruis. Maar dat zijn deze woorden (uit psalm 22) niet. Veel meer zijn ze midden in het leed en de verlatenheid van dat moment een roepen naar God. Jezus’ vraag ‘waarom’ vraagt niet naar een verklaring van wat gebeurd is maar kijkt vooruit: het is de vraag naar de zin van zijn lijden en sterven. Zal alles eindigen met de rotsblok die voor het graf wordt gerold ?
Het antwoord horen we op de vroege paasmorgen. De rotsblok is weg gerold en twee mannen in stralend wit kleed zeggen: “Wat zoek je de levende bij de doden ? Hij is niet hier. Hij is verrezen”. 8
 
Ik blijf dit een ongehoorde boodschap vinden. Eigenlijk weten we niet wat Jezus’ opstanding betekent. Maar we geloven dat “Hij leeft”. En het is niet het geloof van de leerlingen, dat Jezus tot opstanding wekt… Hij heeft door de overwinning op de dood het gekruisigde geloof van zijn leerlingen opgewekt. Zijn Geest voert ons steeds weer in de volle waarheid, in het volle leven. Jezus bevrijdt ons van alles wat ons aan banden legt: onze angst, onze schuld, ons egoïsme … tenslotte ook onze dood. 9
 
Ook wij worden met Pasen uitgenodigd om vooruit te kijken. Met vertrouwen én met de dynamiek van Gods Geest in ons hart.
 
Leven we vandaag in een wereld die “wat op zijn kop staat”, in een Kerk die in zwaar stormweer is gekomen. In kloostergemeenschappen die het steeds moeilijker krijgen … dan mag dat allemaal geen excuus zijn om achterom te blijven kijken, om te blijven dromen van de Kerk van het verleden, van het religieuze leven van het verleden. Daar kunnen we wel eventjes ‘genieten’ van de romantiek van het verleden. Het echte leven zullen we er niet vinden.
 
Jezus is door de crisis gegaan om te leven ! Ook ons geloof, ons beleven van de karmel spiritualiteit moet door het vuur van de crisis gaan. We verliezen dan heel veel zekerheden. Dit kan onrustig maken. Onze opdracht is het te blijven zoeken naar de ontmoeting met de Verrezen Heer, met God … “tot ons hart rust vindt in Hem”.
Net als Jezus zullen we ons moeten laten ontledigen om vrij te worden voor de ontmoeting met Hem.
 
De vrouwen gingen vroeg in de morgen op weg naar het graf van Jezus. Groot is hun ontreddering wanneer ze de steen weg gerold zien en het graf leeg vinden. De twee mannen in een stralend wit kleed vertellen hun dat Hij leeft. De vrouwen gaan met hun verhaal naar de leerlingen … ook de leerlingen gaan bij het graf kijken … geen van hen begreep wat er gebeurd was. Hun geloof is zich volop aan het verdiepen. Ze moeten geduld hebben. Houden aan elkaar vast, ondersteunen en bemoedigen elkaar en bidden samen.
 
Pas als ze dit een hele tijd hebben vol gehouden worden ze allemaal vervuld van de Geest en beginnen te spreken.
 
Goede broeders en zusters in de Karmel, mijn paaswens voor ieder van u is eenvoudig. Laten we deze dagen “in de wijzing van de Heer staan, het verhaal van God met zijn volk in overweging nemen en bidden en waken bij het verhaal van Jezus” zo dat ieder van ons in de vroege paasmorgen heel voorzichtig en broos diep in het hart de woorden mag horen “Hij leeft !” Die ervaring zal ons inspireren en moed geven om als authentieke christenen, als authentieke broeders en zusters in de Karmel onze dienst in Kerk en wereld op ons te nemen. Vertrouwde zekerheden zijn daarbij niet écht noodzakelijk … wel noodzakelijk is dat je de levende Heer mag ontmoeten, de Verrezene die je de kracht geeft jouw weg te zoeken in verbondenheid met je broers en zussen in de Karmel, in de Kerk, in de wereld van vandaag.
 
 

Zalig Pasen !
P.Paul provinciaal
 
VOETNOTEN
 
1. Bisschop Peter Kohlgraf (bisdom Mainz)
2. Bisschop Johan Bonny in De Standaard van 17.03.2021
3. Bisschop Lode Van Hecke in Knack-magazine 29.03.2021
4. Mt. 26, 36-46
5. Gedachte die ik lees bij filosoof Ernst Jünger, ‘Der Waldgang’, Frankfurt-am-Main, 1951.
6. Tomas Halik, ‘De nacht van de biechtvader’, Zoetermeer, uitg. Boekencentrum, 2016, blz. 27.
7. Mt. 27, 46.50 en ook Mc. 15, 34
8. Lc. 24, 5
9. Tomas Halik, ‘Zeit der leeren Kirchen’, Freiburg, Herder Verlag, 2021, blz. 137-139.

deze brief in pdf

 

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven