Geschiedenis en actualiteit van de Karmel in Vlaanderen en Gent

Luchtfoto: Google Maps

Minicollege door P. Piet Hoornaert op de OPEN DAG, 25 juni 2022

 
Te midden van deze drukke wereld, in het hart van de stad Gent, ontvangt onze karmelietengemeenschap je graag vandaag in haar sfeervolle gebouwen. Onze aanwezigheid hier wil van-God-sprekend zijn.
 
In een seculiere cultuur, die soms andere accenten legt, bewonen we – profetisch – een Karmelsite. Voor ons én voor jou is het een echte oase. Je ervaart verademing, herbronning, natuurschoon, vernieuwde zingeving, levende stilte en gebed in zijn variaties. Wat God menselijk waardevol vindt: dàt gaat ons ter harte en dàt mag je hier ook proeven.
 
Als karmelieten zijn wij (hier) niet van gisteren! Onze historische oorsprong ligt in een ver verleden op de berg Karmel in Noord-Israël. Vandaar de benaming “karmelieten” of “caermers”. Vanaf 1150 vormen verspreide kluizenaars daar stilaan een broedergemeenschap. Hun dagen en nachten brengen ze vooral door in vurig gebed.
 
Een eigentijdse stichter is niet aan te wijzen. Wèl zorgt de bijbelse profeet Elia voor de grondinspiratie. Vooral zijn liefde voor de positieve eenzaamheid en zijn contemplatief gebed willen die karmelieten navolgen. Ze wonen bij een bron naar hem genoemd. Ook Maria, de Moeder Gods, zijn ze bijzonder genegen. De benaming “Lievevrouwebroers”, zoals ze later hier in de volksmond vaak genoemd worden, verwijst naar deze verering van O. L. Vrouw van de Karmel.
 

 

 

De polsslag van de Karmelspiritualiteit is haar duidelijke openheid voor de bijzondere ervaring van Gods liefde: dit is de mystieke contemplatie. Het typische van óns charisma als kloosterorde binnen de Kerk is: deze openheid voor mystiek gebed zèlf blijvend ter harte nemen, er bezoekers voor te sensibiliseren en hen daarin te begeleiden. Dit blijft respectvol, het is zeker geen pushen. Maar de totaalervaring hier is een weldaad voor mensen. Je komt tot rust en verstilt. Zo komt er openheid voor het transcendente.

 

 

 
Rond 1210 ontvangt de karmelietengemeenschap in Israël een bekrachtiging van haar levenswijze door een kloosterregel. Albertus, de patriarch van Jeruzalem, zorgt daarvoor. Onder druk van de veroveringsdrang van de Islam, trekken karmelieten al vroeg in de 13e eeuw naar Europa. Ze vestigen zich daar in de steden onder het statuut van broederorde (1247).
 
De Karmelieten worden zich in het Westen bewust van hun volledige roeping: het Karmel-ideaal blijft hoofdzakelijk contemplatief, maar wordt nu verrijkt met een grotere pastorale zorg naar de bevolking toe. De Orde breidt zich zo uit over heel Europa.
 
Vanaf 1272 duiken de eerste karmelieten hier op in Gent en vestigen er zich aan de Lange Steenstraat, in de huidige Patersholwijk. Halfweg de 15e eeuw komt er ook een vrouwelijke tak: de zusters karmelietessen en wordt de grondslag gelegd voor de Seculiere Karmelorde (1452).
 
Na een periode van interne onrusten en achteruitgang in de 15e-16e eeuw, beginnen vanaf 1562 in Spanje twee grote figuren met de hervorming van de Karmelorde: nl. de H. Teresia van Avila (1515-1582) en de H. Johannes van het Kruis (1542-1591). Beiden zijn kerkleraars en begenadigde mystici. Met deze hervorming wordt een nieuwe tak van de Karmel geboren: de “Teresiaanse Karmel” genoemd. Vanuit Spanje, via Frankrijk, komen in de 17e eeuw eerst de zusters karmelietessen en daarna de paters karmelieten naar Vlaanderen.

 

 


 
De eigenlijke stichting van de Ongeschoeide Karmelieten van deze Teresiaanse karmel te Gent begint met de aankoop in 1651 van een deel van het voormalige Prinsenhof van Keizer Karel, de zogenaamde “Leeuwenmeers”.
 
Deze naam komt van de leeuwen die Keizer Karel van zijn veldslag bij Tunis (1535) meebracht en hier onderbracht in zijn prestigieuze stal met leeuwen. Dit was in feite een kleine exclusieve dierentuin om mee uit te pakken voor zijn hoge bezoekers. In het later leegstaande en verbouwde “Leeuwenhok” namen de paters karmelieten tijdelijk hun intrek in 1653. Ze bleven er 15 jaar wonen. In de 17e eeuw werd in de tuin ook een tijd groenten geweekt, en in de kloostergebouwen bier gebrouwen en linnen geweven voor eigen gebruik.
 
Het huidige klooster en de eerste kapel worden in 1668 voltooid en vanaf 1687 uitgebreid. De huidige kerk wordt opgebouwd naar een ontwerp van de lekenbroeder-karmeliet Leonardus van Langenhove en ingewijd in 1714. Ze is een typisch voorbeeld voor de overgang tussen volkse barok en classicisme.
 

 

 

Vóór de Franse revolutie telde de Vlaamse Karmelprovincie 7 kloosters die praktisch allemaal door de revolutie gesupprimeerd werden. Maar dankzij het Concordaat van Napoleon l in 1801, konden onze Vlaamse karmelieten vanaf 1812 terug hun intrek nemen in de kloosters van Ieper, Brugge, Gent.
 
Enkele paters die in het geheim in Ieper waren gebleven, deden grote inspanningen om hun kloostergemeenschap terug te zien herleven. Zo aanvaarden ze postulanten uit Italië om hier hun volledige opleiding te volgen.
 
Bij de ‘Onafhankelijkheid van België’ in 1830 traden deze 4 Ieperse paters volledig uit de schaduw en verschenen in het publiek opnieuw in kloosterkleed. Jonge kloosterlingen uit Italië en van nog andere landen – vooral uit Spanje – vervoegden hen. En zo kwam het hier tot een nieuwe groei en bloei.
 
Hier in Gent werden dus de kerk en het klooster vanaf 1797 door de Franse militairen bezet. De kerk was vier jaar lang een échte paardenstal, slaap- en eetruimte voor soldaten en opslagplaats voor hooi en wagens.
 
Pas in 1801 wordt de kerk terug beschikbaar gesteld voor de liturgische diensten. Maar de kloostergebouwen bleven – onder druk van de Franse overheid – grotendeels het logement van armen, ballingen en vluchtelingen. Pas in 1845-1848 kon het klooster naar zijn oorspronkelijke bestemming worden heringericht.
 
Maar het Caermersklooster en de kerk in de Lange Steenstraat, het Patershol, gaan wél bij de Franse bezetting voorgoed verloren. Ze hebben recent hun herbestemming ontvangen tot ‘Provinciaal Centrum voor kunst en cultuur’.
 
Oudere Gentenaars noemen de karmelieten van de Burgstraat vaak “discalsen” naar het Latijnse woord “discalceatus”. Dat betekent “ongeschoeid”. Vandaar ook “ongeschoeide” karmelieten. We zijn dus een terug-naar-de-wortels versie van de oorspronkelijk “geschoeide” karmelieten: nl. contemplatiever en soberder. In Spanje liepen ze inderdaad in de 16e eeuw blootsvoets. Hier in Vlaanderen staken de paters hun voeten wel in open sandalen. Nu lopen wij buitenshuis ook gewoon met eenvoudige schoenen.

 

 


 
In onze communiteit hier wonen 4 kloosterlingen: P. provinciaal Paul, P. prior Lukas, Br. Rik en P. Piet. Iedereen heeft een eigen persoonlijke leefruimte. Als gemeenschap komen wij samen in het privé-gebedskoor en de eetplaats. Want in de Karmel leeft niet “elk voor zichzelf”. We vinden het samen-zijn in gebed, de uitwisseling, de gemeenschappelijke maaltijd waardevol.
 
Die gemeenschap wordt door ons als een rijkdom èn als een opgave ervaren. Het eenvoudig samenleven is vredevol. Maar soms kan het ook – zoals in een gezin, instelling of vereniging – als een lastigheid ervaren worden. Hoe je daarmee omgaat bij ons, toetst de echtheid van je beleving van eenzaamheid en stilte. Het toont de oprechtheid van je liefde tot God en tot de medemens.
 
Met onze liturgische diensten in de kerk, onze Uitgeverij-boekhandel Carmelitana en met ons Centrum “Het Rustpunt” ontvangen en bereiken we talloze mensen. Ook via onze website en digitale media. Vanaf 1960 is een belangrijke renovatie van de kloostergebouwen en bijgebouwen begonnen en sinds 2006 tot nu – eigentijds en intensief – verder gezet.

 

 


 
In het klooster van Gent wordt een belangrijke dienstverlening verstrekt naar de Vlaamse Karmelprovincie toe. Tot de Vlaamse Karmel behoren 21 karmelieten, met kloosters in Berchem-Antwerpen, Brugge en Gent. Ook het klooster Norraby (Zweden) behoort tot onze Vlaamse provincie.
 
De karmelietessen, die zich aan het zuiver contemplatief leven wijden, wonen in Vlaanderen met zo’n 80 zusters in 8 kloosters. De karmelietessenkloosters van Rydebäck (Zweden) en HillerØd (Denemarken) horen hierbij.
 
Wereldwijd tellen we zo’n 4.000 karmelieten, 10.000 karmelietessen en 40.000 leden van de Seculiere Karmel, verspreid over de vijf continenten.
 
De karmelietengemeenschap te Brugge is de vormingsgemeenschap binnen de Vlaamse Karmelprovincie. Er zijn daar nu recent twee kandidaten. Mensen die op zoek zijn en zich geroepen voelen tot het karmelitaans gebeds- en gemeenschapsleven, wordt daar de mogelijkheid geboden tot “mee-leef-dagen” met de kloostergemeenschap. Op die manier kan men zijn persoonlijke roeping laten onderscheiden.
 

 

 

Wereldwijd is de Karmelorde in groei. Hier in Europa én in Vlaanderen is het wel wat wintertijd geworden. Maar niet overal en de geschiedenis leert je hoe het kan draaien en keren. Ook nù zijn we voor onze maatschappij een soort gist in het deeg, een licht op de berg. We zijn zeker hoopvol om een zinvolle aanwezigheid te kunnen blijven in het hart van onze Seculiere maatschappij hier in Gent.
 
Uw aanwezigheid vandaag betekent voor ons daarbij zeker een échte bemoediging. Ik wens je graag nog een prachtige dag toe op deze Karmelsite van Gent.

 


 

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven