Brief van P. Provinciaal n.a.v. het Feest van de Kruisverheffing 14 september 2020

14 september 2020

Goede broeders en zusters,
 
Het is zowat ’een goede gewoonte’ dat de provinciaal bij gelegenheid van het feest van de Kruisverheffing een ‘bemoedigende’ brief schrijft. Een traditie die ik graag in ere wil houden.
 
Naast feestdag waarop in de Rooms-Katholieke, Orthodoxe en Anglicaanse Kerk het Heilig Kruis centraal staat is 14 september ook het begin van onze zogenaamde ’ordesvasten’.
 
Beide aspecten hebben stevige historische wortels. Het feest gaat terug tot de kerkwijding van de basiliek van het H.Graf in Jeruzalem in 335. Tijdens het jaarlijkse kerkwijdingsfeest werd het kruis – waaraan volgens de traditie Jezus geleden had – aan het volk getoond. De idee van ’ordesvasten’ vinden we al terug in de Regel van Sint-Benedictus (geschreven rond het jaar 530). Hij heeft het over “de kleine vasten”, niet zo streng als de vasten ter voorbereiding van het paasfeest.
 
Zet je beide aspecten om in spiritualiteit dan kom je heel gemakkelijk in de buurt van ‘lijden’ en ‘ascese’. Lijden dat je in navolging van Christus moet aanvaarden (het kruis) en ascese (ordesvasten) die je omwille van de navolging van Christus moet beoefenen. En laat nu precies die beide begrippen, lijden en ascese, vandaag nu niet direct meer hoog aangeschreven staan. We proberen er in onze hedendaagse beleving alles aan te doen om het lijden te vermijden en je iets ontzeggen kan eigenlijk alleen nog maar tegen het licht van sportprestaties of een of ander dieet.
 
Wees gerust, ik hou helemaal niet van een spiritualiteit die het lijden koestert. Al evenmin voel ik veel voor een doorgedreven ascese. Maar we kunnen er ook niet rond: lijden maakt deel uit van ons leven en ascese behoort ook tot onze monastieke traditie.
Ik wil jullie daarom graag aan het begin van onze ordesvasten enkele gedachten meegeven die kunnen helpen om deze tijd zinvol te benaderen en te beleven.
 
Ik hoop me niet te bezondigen aan ‘het opgestoken vermanende vingertje‘. Je weet wel ‘begin van de ordesvasten’ als sleutel om iedereen weer eens aan te manen alle puntjes van het kloosterleven “in al zijn gestrengheid te beleven”. Kost dit je onderweg moeite “kijk dan op naar het Kruis van Christus”. Dat is dus niet mijn bedoeling. Wel wil ik proberen – in alle eenvoud en nederigheid – jullie een hedendaagse invulling van onze ordesvasten aan te reiken.
 
Vasten is, in de religieuze tradities, steeds een periode van verdieping … van heroriëntering op de essentie van de navolging van Christus. Een bezinning ook op de beleving van ons eigen karmel charisma.
 
Ik duik daarom even in onze Constituties (1), het hoofdstuk over ’De gemeenschap met God’. Daar staat heel duidelijk: “Onze karmelroeping zet er ons toe aan om in dienst van Jezus Christus te leven”. Dát en niets anders is onze roeping! Daarom zijn we naar de Karmel gekomen. Al het andere kan ons daarbij helpen. La Madre (Teresa de Jesús), in aansluiting bij de centrale gedachte uit onze Leefregel wijst op het leven van gebed “als het centrale punt waarin alle elementen van ons charisma samenkomen en waaruit ze voortvloeien”. Alle karmelheiligen tonen ons hoe het hele leven in de geest van het Evangelie moet doordrongen zijn van gebed. Zo drukt het gebed je godverbonden leven uit en is het de belangrijkste dienst die we de Kerk kunnen geven.
 
Bijna vijf eeuwen Hervorming van de Karmel hebben geprobeerd hieraan vorm te geven. Dit doorheen heel wisselende omstandigheden. We noemen het ’onze traditie’. Een traditie waarvan we allemaal houden. Een traditie die ons blijvend inspireert. Onze traditie improviseren we niet en is ook geen eindpunt. Het is “zin voor continuïteit en groei, het besef van het voortzetten van het bouwwerk waarvan vorige generaties zijn begonnen en dat ze hebben doorgegeven, een zoeken naar een evenwicht tussen het nu al en het nog niet. (…) Alleen mensen met een diepe zin voor de traditie kunnen een even diepe zin hebben voor vernieuwing”. (2) Ik ben er van overtuigd dat we onze karmeltraditie in ere moeten houden. Alleen zo kunnen we onze authenticiteit bewaren. Ik ben wel een beetje bezorgd over hoe we met onze traditie omgaan. Een echte toeleg op een degelijke kennis van onze traditie is daarom onontbeerlijk. Niet zozeer de vorm waarin het allemaal gegoten werd is het belangrijkste maar wel “het dynamisch principe dat het monastieke leven in de eerste plaats tekent als een levenservaring: het wordt ontvangen zoals leven wordt ontvangen en het wordt ontvangen van de Kerk, die het heeft voortgebracht, vanuit een gemeenschap van broeders en zusters die het dag na dag beleven”. (3) Het is nodig met liefde én met kritische zin naar ons verleden te kijken. Alleen zo leren we – met vallen en opstaan – onderscheiden wat belangrijk is en wat niet.
 
Het is mijn overtuiging dat Christus ons roept tot vrijheid. De Karmel is toch de ruimte waarbinnen de ontmoeting met God mogelijk wordt. De ontmoeting met de god van de Bijbel, van de profeten en van de psalmist.
 
Goede medebroeders, medezusters, de ontmoeting met Jezus, ”als met een Vriend met wie we graag omgaan” (4) dat heeft ons toch aangetrokken om ja te zeggen aan het project van de Karmel. Dat is toch het ”unum necessarium” waarvan onze traditie de levende getuigenis is.
 
Albertus patriarch van Jeruzalem, die ons onze Leefregel gaf, heeft bewust het leven in de Karmel niet in alle details willen beschrijven en vastleggen. Het zijn meer ’krijtlijnen’ waarbinnen elke generatie en in welke situatie ook de moed, de kracht en
de ascese moet opbrengen om vanuit de doorgegeven traditie de eigen levenservaring te vinden. Het gaat daarbij ook om de levende ervaring van wie ons in de Karmel zijn voorgegaan te ontdekken en verder te zetten. Dat vraagt grote vrijheid om ook vandaag de juiste vormgeving te kiezen! Kunnen we dit niet opbrengen, hebben we hiervoor niet de moed dan hebben we nauwelijks toekomst. Dan zijn we enkel nog bezig met overleven … maar dat is een heel ander perspectief dan leven.
 
Mag ik je daarom uitnodigen om samen (5) daarover niet alleen na te denken maar ook stappen te zetten. Laten we vanuit onze rijke geschiedenis vooruitkijken en op weg gaan.
 
Elke periode uit het bestaan van onze Vlaamse karmelprovincie heeft keuzes moeten maken. Soms was dat gemakkelijk soms iets minder vanzelfsprekend. Vandaag rekening houdend met onze broze situatie zal dat maken van keuzes allerminst vanzelfsprekend zijn. Paulus nodigde de christenen van Thessalonika reeds uit om keuzes te durven maken: “Toetst alles en behoudt het goede.” (1 Thess 5, 21) Dit vraagt respect en vooral een grote liefde voor elkaar. Enkel in samenhorigheid, vertrouwen en heel veel liefde voor elkaar kan dit proces van onderscheiding ‘het werk van de Geest’ worden. Het vraagt bovendien een groot respect voor elkaars angsten en onzekerheid.
 
Het is tegen deze achtergrond dat ik graag in dialoog zou gaan met al onze gemeenschappen en geledingen. Het perspectief dat we daarbij voor ogen moeten hebben is niet ’overleven’. Het perspectief reikt la Madre ons aan: “Ik ben voor U geboren, wat wilt Gij met mij doen?”
 
Een mooi feest van Kruisverheffing, een inspirerende ordesvasten en God zegene en beware ons in zijn barmhartige liefde,
 
Van ganser harte,
P.Paul De Bois OCD
provinciaal
 
————————————
 
(1) Constituties Ongeschoeide Broeders van de orde van O.L.Vrouw van de berg Karmel, 1986, hfst IV nr 53
(2) uit een conferentie van P.Rafal Wilkowski OCD. Citaat: G. Penco,’monachismo, chiesa, società alla fine del secondo millenio’, in monachesmo e terzo millenio, Praglia, 1998, 79.
(3) Idem. citaat: A.piovano, la vita monastica tra memoria e progretto, s.l., 2016, 26.
(4) Teresa de Jesús, Vida, hfst 8; 5
(5) broeders, zusters, leden seculiere Orde, leden Seculier Instituut en geassocieerden bij de Vlaamse karmel

 

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven