Previous Article Next Article Homilie Pater Roeland 24 november 2019 : 34ste zondag door het jaar C : Jezus Koning van het heelal
Posted in Homilie

Homilie Pater Roeland 24 november 2019 : 34ste zondag door het jaar C : Jezus Koning van het heelal

Homilie Pater Roeland 24 november 2019 : 34ste zondag door het jaar C : Jezus Koning van het heelal Posted on 24 november 2019

Broeders en zusters,

Jezus, Koning van het heelal, dat is het feest dat wij vandaag vieren. Wellicht heeft niemand het ooit beter verwoord dat Jezus Koning is dan S. Paulus in de tweede lezing, in zijn brief aan de Colossenzen. Paulus zingt de lof over het koninkrijk van Gods geliefde Zoon. Hij heeft ons bevrijd en door Hem zijn onze zonden vergeven. Hij is de eerstgeborene in wie alles geschapen is in de hemel, op de aarde en in het heelal. In Hem heeft God willen wonen met heel zijn volheid, en door zijn bloed, aan het kruis vergoten, heeft God zich met alles verzoend.

Bij de boodschap aan Maria had de engel gezegd: “Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal Hij koning zijn” (Lk. 1,32-33).

Maar nu hangt Jezus aan het kruis en sterft die verschrikkelijke dood. Het klinkt onbegrijpelijk. Gods Eerstgeborene, de Koning van het heelal die gekruisigd wordt. Lukas beschrijft de harde werkelijkheid van Jezus’ dood. Zijn vreselijk lijden de bespotting van de omstaanders: “Anderen heeft Hij gered, laat Hij nu zichzelf ook redden. Als Gij de koning van de Joden zijt, red dan uzelf”. Ook Pilatus had Jezus gevraagd: “Zijt Gij koning?” En Jezus had geantwoord: “Mijn koningschap is niet van deze wereld”. Jezus is geen koning die te paard en met wapens ten strijde trekt om volkeren te onderwerpen. Hij is een Koning die Gods liefde openbaart.

En omdat Hij zelf Liefde is heeft Hij anderen gered, niet zichzelf. In koninklijke vrijheid heeft Hij zich solidair verklaard met mensen die lijden, die vernederd en geslagen worden, de armen die niet geholpen, maar uitgebuit worden, dat zijn de zieken, de zondaars, dat zijn al degenen die vanuit hun armoede naar Hem toekomen.

Juist op het kruis toont Jezus dat Hij koning is. Nagels hebben zijn handen en voeten doorboord, maar niet zijn hart. Diep in zijn binnenste weet Hij zich bemind door de Vader al schreeuwt Hij het uit: “Waarom heb Je Mij verlaten!”

Hier op het kruis begint het koningschap van Jezus en zoals Hijzelf getuigde voor Pilatus is dit koningschap niet van deze wereld maar het kan en moet wel in deze wereld een begin maken. Overal waar mensen gaan leven in navolging van Jezus daar neemt dat Rijk een aanvang. Een Rijk zoals de prefatie zegt, een Rijk van waarheid, heiligheid en liefde, recht en gerechtigheid, een koninkrijk van vrede.

Broeders en zusters, ligt daarin niet de opdracht van ons christen-zijn! Onszelf durven loslaten en ons durven toevertrouwen aan de liefde en de tederheid van God, zoals Jezus zich liet wegglijden in de handen van zijn Vader! Onze maatschappij zegt dat we alles kunnen op eigen krachten, werken aan zelfverwerkelijking, je moet niet teveel rekenen op de anderen. Neen, zegt Jezus: lààt je redden. Zoek het geluk bij God. Alleen zijn liefde heeft eeuwigheidswaarde. Als christen zullen we met die boodschap dikwijls alleen staan. Misschien worden we er om uitgelachen. Maar in de tijd van Jezus was het niet anders.

Het evangelie, broeders en zusters, eindigt met dat prachtige verhaal van de man die wij noemen: ‘de goede moordenaar’. Op het kruis zegt hij tot Jezus: “Heer, denk aan mij wanneer je in je Koninkrijk gekomen bent”. In een denkbeeldige dialoog vraagt S. Augustinus aan die man waarom hij zo’n geloofsbelijdenis heeft kunnen uitspreken toen hij Jezus aan het kruis zag. En S. Augustinus geeft voor de moordenaar dit antwoord: “Neen, ik kende de Schriften niet. Ik heb niet gemediteerd over de Verlosser en de tekenen waaraan je Hem kunt herkennen. Maar Jezus heeft me aangekeken en in zijn blik heb ik alles begrepen”.

Die man ziet in dat hij zichzelf niet kan redden en dat zijn veroordeling terecht is, maar in zijn hart schuilt een groot geloof. Tegen allen die Jezus bespotten en zelfs tegenover de ander ter dood veroordeelde getuigt hij van zijn geloof. En ook al komt zijn bekering tamelijk laat, toch stelt Jezus hem niet teleur: “Vandaag nog zul je met Mij zijn in het paradijs”. God zal nooit zeggen: “Het is te laat”.

Broeders en zusters, durven wij met dezelfde woorden bidden: “Jezus vergeet mij niet; denk aan mij”. Jezus zal ons met dezelfde liefdevolle blik aankijken en zeggen: “Laat je hart niet verontrust worden. Ik zal er altijd zijn voor jou”. Alleen bij Hem vinden we redding, nu al en in eeuwigheid. Amen.

P. Roeland

Download of print deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.