Homilie Pater Roeland Van Meerssche 20 juni 2021 : 12de zondag door het jaar B

Broeders en zusters,
 
In het hartje van de storm slaapt Jezus rustig achter in de boot. We kunnen ons de vraag stellen: hoe is het mogelijk te slapen in zulke barre weersomstandigheden! Alleen een kind zou het kunnen wanneer het kan rusten aan de borst van zijn moeder. Maar de leerlingen staan overeind en spannen zich in. Terwijl Jezus slaapt, zijn zij druk bezig en bijna aan de rand van de wanhoop. Ze begrijpen Jezus niet en misschien ergeren ze zich wel aan zoveel onbezorgdheid. Maar Jezus begrijpt ook zijn leerlingen niet: “Waarom zijt ge zo bang?” Jezus gelijkt hier meer op dat kleine kind dan op zijn leerlingen. Het kind zal niet ongerust worden. Het is hem voldoende door liefde omringd te zijn, zich tegen de liefde te kunnen aanleunen, zich aan de liefde over te geven.
 
De storm kan ook Jezus niet raken want ook Jezus leunt aan tegen de borst van zijn Vader. Hij beluistert voortdurend de stem van zijn Vader die hem zegt: “Gij zijt mijn Zoon, mijn Veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen”.
 
Jezus verwacht evenveel van zijn leerlingen en ook van ons. Hij is verbaasd over hun paniek en hun tekort aan geloof. Waarom bang zijn! Waarom zo weinig geloof hebben! Want de Vader van Jezus is ook onze Vader. Een Vader die ons liefheeft en die ook tot ieder van ons zegt: “Jij bent mijn geliefde kind. Ik vind er mijn vreugde in bij jou te zijn”. Op die liefde mogen wij beroep doen.
 
We mogen God op zijn teerste plek treffen: “Gij houdt toch immers van ons!” Meer is niet nodig. En God luistert. Hij ziet ons. Hij kent onze nood. En er gebeurt wat. Heel dikwijls is dat iets anders dan wij zouden verwachten. De leerlingen hadden er geen flauw vermoeden van dat Jezus zo’n noodweer de baas zou kunnen. Hun reactie is ook niet: “Dat was een ferm mirakel. Hoe heb je dat gedaan?” Het resultaat is een dubbele vraag: een vraag van Jezus: “Waarom zijn jullie bang? Hebben jullie nog geen vertrouwen?” En een vraag van de leerlingen: “Wie is Hij toch?”
 
Ja, wie is Jezus voor ons! We kunnen met theologische antwoorden afkomen. Maar wie is Hij heel concreet voor ons? Welke plaats heeft Hij in ons leven? Jezus verwijt zijn leerlingen niet dat ze Hem hebben wakker gemaakt. Maar Hij vraagt hen wel: waarom zijn jullie zo angstig, hoe is het toch mogelijk dat jullie geen geloof hebben! Geloven wil zeggen: God, God laten zijn Als we God God laten zijn, is het niet verwonderlijk dat we al eens met stormen te maken hebben. Stormen die in staat zijn onze hele binnenkant overhoop te halen. En misschien klinkt het ook cliché, maar Jezus is niet minder aanwezig in deze stormen van het leven, dan op momenten dat onze levenszee schijnbaar rustig is. Zoals de leerlingen kunnen ook wij dan de indruk hebben dat Jezus slaapt. Misschien doet Hij het ook, maar het feit is: Hij is er. En zoals Hij het gezag heeft om de storm te luwen, zo laat Hij het schijnbaar ook toe dat het af en toe stormt. En inderdaad, stormen horen bij het leven. Stormen voeden op. Ze maken ons volwassen in het geloof. Ze doen ons groeien in overgave en liefde. En Liefde vraagt overgave en vertrouwen in de Heer. Liefde trekt je weg van jezelf en doet je schenken aan Christus die in je woont En Hij zal je trekken in de brand van zijn eigen liefde, in het vuur van zijn totaal gegeven zijn voor de wereld, in volle overgave aan de wil van de Vader.
 
Dat is het wat Hij doet om ons te helpen in elke storm stand te houden . Hij geeft ons de zekerheid dat Hij steeds bij ons is en wij altijd op Hem kunnen vertrouwen. Ook als God ons niet verhoort zoals wij Hem zouden willen voorschrijven, dan wil dat nog niet zeggen dat Hij ons niet helpt. Schijnbaar kan God slapen, afwezig zijn, maar dat is dan nog geen reden ons vertrouwen in Hem te verliezen. Hij is onze God en dat blijft Hij, ook als we Hem op een bepaald moment niet ervaren als onze Helper. Zoals een kind zich veilig voelt aan de borst van zijn moeder, zo mogen wij in alle omstandigheden van ons leven onze hoop en ons vertrouwen stellen op God, die ons altijd nabij blijft. Laten we dan naar die Jezus kijken die misschien dan ook tot ons zegt: “Kom, kleingelovige, Ik zal je sterk maken, in staat om lief te hebben.
 
P. Roeland

 

Ik wil eindigen met een gedichtje van Mary Stevenson, geschreven in 1936:

 
Ik droomde eens dat ik aan ’t strand liep bij lage tij. Ik was daar niet alleen, want God liep aan mijn zij.

We liepen samen het leven door en lieten in ’t zand een spoor van stappen, twee aan twee, want God liep aan mijn hand.

Ik stopte en keek achter mij en zag mijn levensloop in tijden van geluk en vreugd, van diepe smart en hoop.

Maar als ik goed het spoor bekeek zag ik langs de hele baan, daar waar het juist het moeilijkst was, maar één paar stappen staan.

Ik zei toen: ‘God, waarom dan toch? Juist toen ik U zo nodig had. Juist toen ik zelf geen uitkomst zag, op ’t zwaarste deel van mijn pad’…

God keek mij vol liefde aan en antwoordde op mijn vragen: ‘Mijn lieve kind, toen het moeilijk was, toen heb Ik jou gedragen”.

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven