Homilie Pater Piet Hoornaert 16 mei 2021
: 7de Paaszondag cyclus B

Joh. 17,11b-19

Tussen Hemelvaart en Pinksteren ligt een noveen. Het zijn vanouds dagen van gebed om een intense komst van de H. Geest met Pinksteren. Na Hemelvaart keerden de apostelen terug naar Jeruzalem en ze zochten de bovenzaal op, waarin ze het laatste avondmaal hadden gevierd. Eensgezind, als een kleine huisgemeenschap, bleven ze in het gebed bij elkaar. Maria, de moeder van Jezus, was er ook bij.

Vandaag ademt het evangelie extra gebed.

Het evangelie van vandaag ademt in een sfeer van gebed. De tekst komt uit de afscheidsrede van Jezus. Net voor Hij zijn lijdensweg aanvangt, bidt Hij voor zijn leerlingen en vertrouwt hen toe aan zijn Vader.
 
Afscheid nemen is vaak een moment waarop mensen verwoorden wat hen sterk bezighoudt. Het is allemaal zo menselijk wat dan gebeurt. Het is vanzelfsprekend dat je bij je heengaan denkt aan de mensen die je nauw aan het hart liggen en die je moet achterlaten. Het minste wat op zo’n momenten gezegd wordt, laat onuitwisbare sporen na, omdat het hele leven dat eraan voorafgaat erin weerkaatst wordt.
 
Oog in oog met de dood spreekt Jezus het diepste uit van wat Hem persoonlijk beroert. Vanuit een diepe geborgenheid met zijn Vader, bidt Hij voor zijn leerlingen dat zij, wat er ook gebeuren mag, zich verbonden zouden weten met Hem en met elkaar. Als we elkaar blijven liefhebben, blijven we verbonden met God en woont Hij in ons.

Spijtig gemis aan zingeving en levensvervulling.

Onze tijd wordt gekenmerkt door een spijtig gemis aan zingeving en levensvervulling. Mensen kunnen inderdaad de trappers kwijt raken of losgeslagen zijn. Ze missen het anker van het geloof en van belangrijke levenswaarden. Sommige bejaarden raken daardoor in een impasse. Jongeren kunnen zo ten prooi vallen aan twijfel, onzekerheid, stress en depressie, aan gemis aan motivatie.
 
Kunnen ‘leven in verbondenheid’ is nu heel belangrijk geworden. Dan weet je je één met elkaar, en dat maakt je sterk. Net zoals mensen die echt van elkaar houden, elkaar kunnen dragen in lief en leed. Liefdevolle betrokkenheid is een krachtbron die duidelijk aanwezig was bij Jezus. Al zijn woorden en daden kwamen uit een diepere bron, waarnaar Hij telkens terugkeerde en er zijn bestaan aan voedde. Dat was voor Hem bidden: herbronning van zijn leven bij zijn Vader.

Je leven laten bezielen met warme liefde.

Bidden is een krachtbron, als je het leven kunt ervaren als geborgen in het mysterie van een God die liefde is. Een God die met ons verbonden wil zijn, om ons leven te bezielen met die warme liefde, die in Jezus zichtbaar werd. Jezus is onze grote voor-bidder.
 
Voordat Hij grote beslissingen moet nemen, zien we Hem steeds in gebed. In beproeving en lijden bidt Hij om innerlijke rust en klaarheid. Stervend wendt Hij zich heel bewust naar de Bron: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn leven.’ Hij is uit de Vader en leeft naar de Vader toe, altijd. Ons bidden betekent: deelnemen aan Jezus’ bronbesef, je geborgen weten in een eeuwige persoonlijke Liefde.
 
Tussen Hemelvaart en Pinksteren worden wij aangespoord te volharden in het bidden om Gods Geest. Het is de H. Geest die leven schenkt, die ons bezielt met de overtuiging dat, naast de drijfveren van macht, verdeeldheid en egoïsme, een goddelijke dynamiek werkzaam is, die ons doet leven in liefde en verbondenheid met God en met elkaar. Alles wat duurzaam is, groeit slechts geleidelijk. Daarom mogen we ook met goddelijk geduld op het resultaat wachten. Al doorkruisen tegenslagen onze verwachtingen, de moed mag ons niet ontvallen om christelijk verder te gaan. We mogen niet negatief ingesteld zijn of onredelijk veeleisend.

Geloof in God schenkt niet dé garantie tegen ongeval of tegenslag.

God is altijd goed bezig. Hij geeft je wel niet de garantie van een levensverzekering of een verzekering tegen ziekte, ongevallen en tegenslag. Niets van dat alles horen we in de boodschap waarmee de leerlingen van Jezus de wereld in trekken. Wat zij verkondigen, is: Jezus is uit de dood herrezen, daar staan wij borg voor … en dàt is het … waar God zélf borg voor staat. Niets van wat werkelijk goed is, in geen enkel mens, gaat definitief verloren. Wat goed is, wordt in stand gehouden over de dood heen, tegen alle schijn van het tegendeel in. Neen, het gaat niet verloren, het zal definitief worden verheerlijkt, want God is getrouw. De naam van elke mens staat geschreven in de palm van zijn hand.
 
Dat God betrouwbaar is, houdt in dat je ook op die mensen kunt vertrouwen, die zeggen te geloven in de betrouwbare God. Daarin bestaat ook de opdracht van ons christelijk geloof. Er is de grote wereld waarover de media het hebben en waarin ook ontrouw en geweld aanwezig zijn. Er is de kleine wereld waarin soms jalousie opduikt tussen partners of tussen collega’s; de wereld van het ressentiment, dingen die iemand in het verleden zijn aangedaan en waarover deze nog steeds wrokt. Ressentiment is een kwaadaardige virus, een gif dat voortdurend door druppelt en alles zuur, bitter en haatdragend maakt.
 
Voor deze werelden met hun soms negatieve manieren van leven, wil Jezus zijn leerlingen bewaren. Hij hoopt dat zij, dat wij, leven in dezelfde vrijheid en vreugde waarin hij heeft geleefd. Jezus bidt daarom dat wij, zijn leerlingen, één mogen zijn, zoals hijzelf en God één is. Dat is een dynamische relatie van toewijding. De leerlingen worden uitgezonden in deze samenleving om daar dit tegengif, het evangelische vaccin binnen te brengen.

Waarom draait Gods molen langzaam?

Is de liefde daarvoor sterk genoeg? Wellicht moet je erkennen dat het je moeilijk valt sporen van jaloersheid of ressentiment om te vormen tot krachten ten goede. Soms maak je een stap vooruit, een ander keer twee stappen achteruit. Het gaat heel langzaam. Want in de liefde is geen geweld. Daarom moet Gods molen langzaam draaien. Ze is een zachte kracht die uitnodigt en niets wil afdwingen.
 
Christenen moeten er op bedacht zijn dat medemensen hun basisvertrouwen, hun godsgeloof niet mogen verliezen, omdat christenen hen ontgoochelen of laten vallen. Met het Pinksterfeest in het vooruitzicht, willen we daarvoor bijzonder bidden. Dat de zeven gaven van Gods Geest ons allen te beurt mogen vallen. Misschien moeten we vooral bidden, opdat we zélf positiever en dankbaarder in het leven mogen staan en meer bezieling mogen ontvangen. Dat zo’n levenshouding ook op anderen aanstekelijk mag werken.

 

VOORBEDEN 16 MEI 2021

V. In dankbaar gebed en smeking
richtte Jezus zich in volle verbondenheid tot zijn Vader.
Bidden ook wij, hier verenigd, tot diezelfde God en Vader:
 

  1. Om geestdrift en vertrouwen
    voor wie in de Kerk
    een ambt van leiding en verkondiging op zich nemen:
    dat zij meewerken om de Blijde Boodschap te bewaren en door te geven;
    dat ze standhouden en vreugde vinden in hun opdracht.
     
  2. Om eenheid en samenhorigheid in onze kerkgemeenschap:
    dat er een geest van dialoog heerst
    bij discussies en meningsverschillen;
    dat men blijft zoeken naar goede leiding
    vanuit de boodschap die allen verbindt.
     
  3. Heilige Jozef,
    toegewijde vader van Jezus, de Zoon van God,
    en trouwe echtgenoot van Maria.
    Wij vertrouwen op uw voorspraak
    in dit “Jaar” speciaal aan u toegewijd
    en ook in ons groot verlangen
    naar Karmelroepingen :
    wees voor jongeren nu een ervaren gids
    in hun thuiskomen in het vriendelijk mysterie
    van Gods uitverkiezing.
     
  4. Om een goede geest van gebed
    voor ons die hier graag samenkomen rond de Heer Jezus:
    dat God elk van ons mag behoeden en bewaren;
    dat we door ons bidden ook elkaar
    tot steun en bemoediging zijn.
     

V. Heer God, schenk ons uw Heilige Geest:
dat Hij ons bezielt en begeestert
om moedig van U en uw liefde te getuigen.
Door Christus onze Heer.

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven