Homilie Pater Piet 6 december 2020 : 2de zondag van de Advent B-cyclus, met voorbeden

(Marcus 1,1-8)

Advent is een uitgelezen tijd van verwachten, uitzien, waken. Wie waakzaam is, is niet alleen wakker, maar die let ook goed op. En waar moeten we dan op letten? In de adventstijd doorleven we samen een drievoudige verwachting van Jezus Christus. We weten hoe de mensen vroeger al wachtten op de komst van de Messias, die namens God de wereld zou verlossen. We kijken zélf nù ook uit naar het liturgisch vieren van dit Kerstfeest, naar het verder gastvrij ontvangen van Jezus in ons hart én naar zijn beloofde extra-terugkomst.

Merk op hoe Jezus naar je toekomt.

Jezus komt ons nabij en Hij blijft altijd bij ons om ons te helpen. Als wij eenzaam zijn, wat depressief of bang, en we bidden tot Jezus en vragen Hem om hulp, dan komt Hij bij ons. Het is niet altijd meteen duidelijk hóe Hij dan komt. Daarom is het op zijn plaats om goed op te letten, om waakzaam te zijn. Want dan herkennen we Hem.
 
We herkennen zijn hulp als er iemand is die ons steunt, een schouderklopje, of een prima goede raad geeft. Of we herkennen Hem in een diepe rust die over ons komt. Of in deze Eucharistie bij zijn levensgave aan ons in de H. Communie. Of hoe dan ook. Jezus is God en Hij heeft heel veel manieren om te helpen.
 
Deze advent bereidt ons voor op een verder binnenkomen van de Heer Jezus in ons hart en in de wereld. Je zou hierbij kunnen spreken van de stille, uitzuiverende kracht van het verlangen.

Je verlangen naar God laten uitdiepen.

Als God je doet wachten op de verhoring van een welgemeende, concrete vraag, is het misschien om je de kans te geven om wat méér naar Hem te verlangen. Hij voorziet in een advent, omdat Hij wil dat je verlangen naar Hèm dieper en groter wordt.
 
Als iets moois en kostbaars geheel onverwacht, zonder waarschuwing vooraf, uit de hemel valt, ben je wellicht blij. Maar je bent dan nauwelijks in staat om het helemaal in je op te nemen en de inhoud ervan te waarderen. Om iets dat echt waardevol is te ontvangen, moet je je daarop kunnen voorbereiden.
 
In het mooie verhaal van Saint-Exupéry, “Le petit prince”, geeft de vos dit mee als raad aan zijn vriend, die kleine prins, in verband met het uur van afspraak van hun vriendschapsontmoeting. Ze spreken af dat ze om drie uur in de namiddag elkaar zullen ontmoeten. Zo kunnen ze daarnaar verlangen, ernaar uitzien, zich ervoor klaar maken.

Je energie wordt gestroomlijnd.

Je verlangen is dus je belangrijke voorbereiding. Verlangen verdiept je vermogen om te ontvangen. Een rivierbedding die maar een paar meter diep is, kan niet veel water bevatten. Het verlangen verdiept de bedding in je binnenste, het mobiliseert ook je energie, zodat al je krachten verenigd worden en gestuwd naar het doel van je verlangen.
 
Als een kind geboren moet worden, bereidt de moeder zijn komst voor door een lang, intens verlangen. Zo kun je Gods komst in je hart en in de wereld voorbereiden. Hoe meer je verlangt, des te meer kan Hij heel de wereld vervullen.
 
De karmelietes Elisabeth van Dijon schrijft daarover: “Ik hou van de gedachte dat het leven van een priester is als een advent, die de menswording van de Heer in de ziel van medemensen voorbereidt. Is het ook niet onze zending om Gods wegen voor te bereiden door onze vereniging met Hem? Door dit contact met God zal onze ziel als een vlam van liefde worden, die zich verspreidt door alle ledematen van het lichaam van Christus dat de Kerk is”.

Een waslijst van wensen hoeft niet.

De wereld gonst straks van kerst- en nieuwjaarswensen. Met een eigen accent en sfeer toch in deze corona-situatie. Mensen menen te weten wat hun verlangen kan vervullen. Maar toch. Wat tenslotte verlangd wordt en beleefd volledig los van God, kan die inwendige honger nooit echt stillen. Als je verzadiging zoekt in iets dat niet transparant beleefd wordt naar God toe, iets dat losstaat van zijn liefde, bewijs je alleen maar dat je je eigen hart niet goed kent. Joannes van het Kruis in zijn Boek “Geestelijk Hooglied” vertelt daar meesterlijk over.
 
De mens is geschapen met een vurig verlangen. Je bent voor God geschapen. Hij is je thuis. Alleen in Hem kan je verlangen rust vinden. De aanhoudende honger en dorst van je lichaam is een beeld van de voortdurende honger van je hart naar Hem die je geschapen heeft.
 
Jezus is in de wereld gekomen om te tonen waar je moet zoeken en naar wie je moet verlangen. “Wacht op Mij”, zegt Hij, “verlang naar Mij, Ik zal je rust geven. Je bent geschapen om één met Mij te worden”. Je eigen verlangen en dat van heel de mensheid en heel de schepping wordt samengevat in het gebed: “Kom, Heer Jezus” (Apk 22,20).

 

Maria toont je de juiste instelling.

In deze adventstijd staat Maria als het lichtende voorbeeld op de weg die ons wil brengen naar het Hoogfeest van Kerstmis. God sprak haar aan tot in het diepst van haar bestaan, tot in haar moederschoot.
 
Bij deze onvoorstelbare verwachting van God voelde ook Maria haar onmacht, haar onvermogen. Ze vroeg aan de engel: “Hoe zal ik, als eenvoudig meisje, aan deze grote verwachting van God ooit kunnen beantwoorden?” De engel gaf als antwoord: “Alleen in de nabijheid van de H. Geest kan een mens het aan geen grenzen te stellen aan Gods liefde, aan Gods mogelijkheden.”
 
We kennen het gelovig antwoord van Maria. Deze mariale levenshouding wil ons helpen Jezus ook in ons hart te laten geboren worden. En waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over.
 
De “verkondiging” van dit heil, waarvan dit nieuwe liturgische jaar spreekt, wordt dan geen moeilijke opdracht, maar een soort tweede natuur, die ons doet zeggen: “We kunnen ons diepste geluk niet verzwijgen”.

 



 

VOORBEDEN
6 DECEMBER 2020

 

CELEBRANT: Bidden wij nu tot de Heer Jezus
die naar ons toekomt:

 

1. help ons om U te herkennen
in de vraag om begrip, liefde en nabijheid,
in de blik van een kind of een bejaarde,
van een zieke of van een mens in moeilijkheden …
 
2. in deze adventstijd bidden wij U met aandrang:
maak een einde aan alle geweld,
schenk vrede en verzoening;
neem alle haat en verdeeldheid weg uit deze wereld;
geef dat de angst in het hart van zoveel mensen
plaats maakt voor opluchting, zekerheid en vreugde …
 
3. voor al wie terecht of onschuldig in de gevangenis zit,
voor al wie ter dood veroordeeld is;
wij bidden U voor een rechtspraak zonder wraak …
 
4. voor zieken, bejaarden, 
voor daklozen en eenzamen,
voor vrouwen en kinderen die misbruikt worden,
voor al wie om ons gebed gevraagd heeft …
 
5. liefdevolle God,
wij ervaren een grote nood
aan roepingen tot de Karmel.
Wij bidden vol vertrouwen:
doordring het hart van jonge mensen;
schenk hen de genade
om een edelmoedig “ja-woord” te spreken.

 

CELEBRANT: Liefdevolle God,
Gij die blijft ons tegemoet komen,
verhoor ons oprecht gebed
en kom spoedig met uw vrede.
Amen.

 

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven