Previous Article Next Article Homilie Pater Piet 13 oktober 2019 : 28ste zondag door het jaar C
Posted in Homilie

Homilie Pater Piet 13 oktober 2019 : 28ste zondag door het jaar C

Homilie Pater Piet 13 oktober 2019 : 28ste zondag door het jaar C Posted on 13 oktober 2019

Lc 17, 11-19

“Jezus, Meester, ontferm u over ons!” Dat vragen tien melaatsen aan Jezus op zijn weg naar Jeruzalem. Luidkeels roepen ze om hulp, en ze noemen Jezus uitdrukkelijk bij naam. Dat is merkwaardig, want in de vier evangelies samen wordt Jezus slechts acht keer bij naam aangesproken. Geen enkele keer zelfs bij Mattheus en Johannes, drie keer bij Marcus en vijf keer bij Lukas.

Jezus’ liefdevolle aandacht voor melaatsen.

Slechts acht keer wordt Jezus dus bij naam aangesproken. Vandaag zijn dat melaatsen. In Jezus’ tijd waren dat levende doden. De ziekte was – en is – besmettelijk en werd gezien als een straf van God. Om dat alles werden ze uit de gemeenschap gestoten. Ze moesten op verre afstand blijven, en met een ratel laten horen waar ze ergens in de buurt waren. Dus roepen ze van op een afstand Jezus om hulp. Hij heeft liefdevolle aandacht voor hen. Hij brengt genezing, geeft hun leven zo weer zin en betekenis. Hij jaagt hen niet weg – wat anderen wel zouden doen – , maar zendt hen naar de plaatselijke priesters. Dit was zo voorgeschreven. Die zullen vaststellen dat ze genezen zijn. Onderweg zijn ze inderdaad genezen.

Een van hen, komt onmiddellijk terug naar Jezus, toen hij zag dat hij genezen was. Als terloops wordt opgemerkt dat hij een Samaritaan was. In de ogen van de doorsnee Jood is dat een bastaard. Iemand die niet bij hen hoorde, een vreemdeling. Deze Samaritaan gedraagt zich als een beleefde, vrije mens; hij brengt God eer. Vervolgens werpt hij zich vol dankbaarheid voor Jezus’ voeten. Deze Samaritaan erkent op deze wijze Gods werkzame nabijheid in Jezus.

Kan er echt geen ‘dankjewel’ van af ?

Dit verhaal laat zien hoezeer het mensen, die zich gelovigen noemen, moeite kost om werkelijk in God te geloven, op God te vertrouwen. Het is duidelijk dat de negen die niet terugkomen geen vreemdelingen zijn, dus gelovige Joden. Vinden zij het zo vanzelfsprekend wat zij ervaren, dat er geen dankjewel af kan?

Dat is één van de boodschappen van dit evangelie: dat we dankbaar zouden zijn om wat we zo vanzelfsprekend ontvangen van de Heer, onze God. Vaak vinden we wat ons te beurt valt té gewoon. Zijn we dankbaar om het leven, om de liefde, om de natuur, om alles wat we hebben en alles wat we zijn ?

Een tweede boodschap is dat God niemand isoleert en zeker niet uitsluit. Dat is wat de melaatsen in die tijd moesten ondergaan, en daar gaat Jezus tegen in, want melaatsen zijn ook mensen, dus kinderen van een en dezelfde Vader.

Die boodschap is ook tot ons gericht. Ook vandaag zijn er heel veel mensen die geïsoleerd en afgeschreven worden. Zieke of oudere mensen, mensen met psychische problemen of met een moeilijk gedrag, of met een fout verleden. Ik denk ook aan mensen zonder werk en zonder inkomen of vluchtelingen, bv uit het Nabije Oosten. In Vlaanderen zijn er niet minder dan achthonderdvijftig duizend alleenstaande mensen. Sommigen kiezen daarvoor, maar velen zijn alleenstaand, omdat bij manier van spreken niemand weet dat ze bestaan.

Het is dus goed dat wij ons afvragen of ook wij voldoende aandacht hebben voor zieke mensen. Of we hen geregeld bezoeken. Of we iets voor hen willen doen dat zij niet meer kunnen doen. Of we er willen zijn voor hen, zodat ze iemand zijn die meetelt, en niet iemand die ons last bezorgt.

Het kostbaar verhaal van een Syriër Naäman.

In de eerste lezing gaat het om een andere melaatse, de Syriër Naäman. Van een van zijn slaven, een meisje uit Israël, had hij gehoord, dat daar een profeet woonde die hem zou kunnen helpen. Naäman had invloed; via zijn contacten kwam hij bij Elisa. Die deed niet wat hij verwacht had. Als een woedende Naäman op aandringen van zijn dienaren dan toch naar de Jordaan gaat om zich daar te wassen, wordt hij toch genezen. Voor hem is dat totaal onverwacht. Maar hij gaat ook wel terug naar Elisa om hem de kostbaarheden te schenken die hij had meegenomen. Maar Elisa weigert en hij blijft weigeren ook als Naäman aandringt.

Het is een kostbaar verhaal. Het vertelt, wat we allemaal ten diepste wel weten: wat werkelijk van belang is voor mensen, namelijk : geluk, liefde, gezondheid, dat kun je niet kopen; in onze diepste kern zijn we kwetsbaar. Maar we hebben wellicht moeite daarmee en we willen het liever niet weten. Daarom die gehechtheid van veel mensen aan geld en macht.

Het vertelt ook dat de God van Israël is er voor àlle mensen, niet enkel voor de Joden, ook voor de zogenaamde vreemdeling.

De God, die in Jezus’ woorden en daden opgloeit, is een God, die totaal afhankelijk is van oprecht vertrouwen. Het verbaast me dan ook absoluut niet, dat zowel in het eerste als in het tweede verhaal, juist een vréémdeling oog heeft of krijgt, voor het eigene van God. Vreemdelingen zitten immers minder gevangen in gewoontes, zijn niet blind geworden door het oude en vertrouwde. Waar mensen kwetsbaar zijn, zich laten kennen, zonder zich hiervoor te schamen, waar ‘ik red mezelf wel’ geen optie is, omdat dit gewoon niet kan, ontstaat ruimte voor de soevereine, liefhebbende God.

Jezus was zó tastbaar in onze H. Damiaan De Veuster.

God is dichterbij dan je denkt. De P. Damiaan de Veuster, een heilige van bij ons, toont hoever het getuigenis van Gods liefde kan gaan. Hij bracht hoop, liefde en geloof bij de melaatsen in Molokai. Zijn gebed en inzet werden een bron van leven, waar voorheen de dood heersten. Het is 10 jaar geleden dat hij werd heilig verklaard, op 11 oktober 2009.

Hij zag de mensen in God. Op zijn graf in Leuven staan zijn eigen woorden: “Ik vind er mijn grootse geluk in de Heer Jezus te dienen in zijn arme en zieke kinderen, die van andere mensen verstoten worden”.

 

Download of print deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.