Homilie Pater Piet Hoornaert 10 oktober 2021 : 28ste zondag door het jaar B

(Marcus 10, 17-30)

Bij de ontmoeting van Jezus met de rijke jongeling is de reactie wel eens: “Is dat wel haalbaar voor ons om zomaar alles te verkopen!” Ja, de vergelijking van de kameel die niet door het oog van de naald kan, is dan wel erg toepasselijk. Maar zo onmogelijk is het niet met die kameel. En het gaat eigenlijk niet om een stopnaald.

Door het oog van de naald.

Waarschijnlijk gaat het om een boogvormige, lage doorgang in een nauw straatje van Jeruzalem. Het werd in de volksmond ‘het oog van de naald’ genoemd. Een beladen kameel kon er niet door. Dat is waar. Je moest de pakken eerst afladen. Dan ging het wel. Dus geen onmogelijke toestand. Het vroeg alleen een serieuze inspanning.
 
En eigenlijk is het een goed beeld. Zoals je een kameel moest afladen, zo moet je je ontdoen van een teveel aan geld en goed. Want dat téveel kan juist een belemmering zijn om een christelijke roeping te volgen. Blijkbaar was dat zo voor die rijke jongeling.
 
Dat hij jong was, schrijft alleen de evangelist Matteüs. Maar het is wel een idealist. Iemand die het onderste uit de kan wil. Meestal zijn die nog jong! Hij had alle geboden goed onderhouden. Hij was dus klaar voor het ‘eeuwig leven’. Maar Jezus ging hem blijkbaar ter harte. Hij doet een knieval voor Jezus en noemt hem ‘goede meester’. Jezus zelf is daar niet zo mee opgezet. Hij relativeert dat en zegt dat alleen God goed is. Jezus wijst van zichzelf weg.

Ontgoocheling in plaats van vriendschap.

Maar Jezus vindt die jongeman wel sympathiek. Hij kijkt hem liefdevol aan. Andere vertalingen schrijven: ”Hij omhelsde hem”. Jezus had hem graag in zijn gezelschap opgenomen. Jezus roept hem en dacht dat hij er alles voor over zou hebben om met Hem mee te gaan. Maar het loopt uit op een ontgoocheling in plaats van op vriendschap.
 
Er staat dat de leerlingen verbaasd ‘schrikken’: ”Wie kan dan nog gered worden?” Ze zijn precies bang dat zij er ook niet bij zullen zijn. Petrus vertolkt hun bezorgdheid met te zeggen: ”Wij hebben toch maar alles achtergelaten om jou te volgen.” Dan gaat het niet meer enkel om geld, maar om hun huis, om hun familieleden en landerijen. Zeg maar, hun hele hebben en houden.
 
Jezus reageert daarop met te zeggen dat ze het allemaal honderdvoudig zullen terugkrijgen ‘in deze tijd’. Dus tijdens hun leven. Maar hij voegt er wél aan toe: ’de vervolgingen inbegrepen’.

Alles te verliezen, alles van vroeger verlaten … maar.

Deze twee uitspraken wijzen op een latere christelijke bewerking van Jezus’ uitspraken. Wie in de eerste eeuwen christen werd, liep namelijk het gevaar door zijn familie uitgestoten te worden en zo alles te verliezen. Maar tegelijk werd hij opgenomen in een nieuwe familie waardoor hij alles honderdvoudig terugkreeg. Want “ze hadden alles gemeenschappelijk en er was geen noodlijdende onder hen”, lezen we in de Handelingen over de eerste christelijke gemeenschappen.
 
En voor die eerste christenen was, vanwege de vervolgingen, het martelaarschap iets wat voortdurend boven hun hoofd hing. Vandaar het appèl om zich niet te hechten aan wie of wat dan ook. Dat vroeg een geloofshouding van een leven ‘uit God’. Maar als God je leven beheerst, dan sta je anders tegenover geld en goed.

Arme én rijke christenen.

Dat was ook weer een punt voor de eerste christenen, die vooral in de grote steden woonden: Antiochië, Korinte, Rome. Daar woonden ook de rijken. Sommigen van hen sloten zich aan bij de kerk. Dan ontstaat het probleem van armoede en rijkdom binnen de christelijke gemeenschap. Rijkdom wordt als zodanig niet veroordeeld. Wel het onchristelijk gebruik ervan.
 
De H. Augustinus noteerde in de 5e eeuw in een commentaar op psalm 86: “Bedenkt wat de Apostel Paulus zegt: ‘Vermaan de rijken van deze wereld dringend niet hoogmoedig te zijn’ (1 Tim. 6, 17). Want wie niet hoogmoedig is ingesteld, is arm voor God. En het zijn juist de armen, zij die nederig en onthecht zijn, die Hij aanhoort. Zij weten dat ze hun hoop niet mogen stellen op goud of zilver, en evenmin op de dingen van deze wereld. Rijken en armen – zijn alleen gebaat door de barmhartigheid. Wanneer een rijke in zichzelf alles min-acht wat tot hoogmoed leidt, is hij arm voor God”.

Kijken naar Jezus’ levensstijl.

Vanuit deze visie kunnen we kijken naar de levensstijl van Jezus en de leerlingen. Jezus liep er niet bij als een arme bedelaar in lompen. Lucas vermeldt uitdrukkelijk dat vrouwen hem volgden, die Hem uit eigen middelen bijstonden. Marcus vermeldt tot viermaal toe dat Jezus thuiskomt. Vooral Kafarnaüm wordt telkens genoemd als zijn thuishaven. Als hij rondtrekt in Galilea houdt Judas Iscariot de kas bij. Er was blijkbaar genoeg om ook aan de armen te geven, zoals vermeld wordt bij het laatste avondmaal.

Jezus volgen, verandert ook je houding tegenover bezit.

Het was niet echt moeilijk om Jezus te volgen als hij erop uittrok naar de dorpen. De afstanden waren klein. Waarschijnlijk waren er perioden van rondtrekken voor enkele dagen en dan weer van thuis komen om te werken. Het ‘alles verlaten om jou te volgen’ van Petrus kan dan betekenen ‘alles’ van vroeger verlaten, om nu in de eerste plaats te kiezen voor Rabbi Jezus en zijn levenshouding te volgen. Dit houdt ook een andere houding in tegenover geld en bezittingen.
 
Dat die jongeling rijk was, werd hem niet kwalijk genomen. Maar wel dat hij niet door dat symbolisch “oog van de naald” wilde gaan in dat straatje van Jeruzalem. Hij weigerde dus om de ballast van het té veel aan welvaart af te laden en dit te delen uit zorg voor armen. Dàt verhinderde hem Jezus te volgen. Als wij Jezus willen volgen, zullen ook wij onze rangorde van waarden moeten bekijken en onze gehechtheid wellicht aan ballast moeten corrigeren.

 


VOORBEDEN 9 – 10 oktober 2021

P.    Liefdevolle God, niets van wat geschapen is, is voor U verborgen.
ieder mensenkind is U lief.
Daarom bidden wij U:
 

  1. Voor wie in materiële dingen hun heil zoeken,
    voor mensen die slechts geliefd zijn vanwege hun rijkdom of status,
    voor allen die bang zijn niet gezien te worden;
    dat zij ervaren mee te tellen voor U …
     
  2. Voor zovelen die zich – om wat voor reden ook – buiten spel voelen staan,
    voor mensen die weinig kunnen doen vanwege lichamelijke beperkingen,
    voor allen die denken niets waard te zijn en het leven als zinloos ervaren;
    dat zij beseffen dat het waardevol en voldoende is uw kind te zijn …
     
  3. Voor mensen die succesvol zijn, die zich financieel goed kunnen redden,
    voor allen die genieten van het goede dat hun ten deel valt,
    voor wie zich gezegend weten met talenten en gaven;
    dat zij mogen delen van hun bezit en hun geluk …
     
  4. Voor de Kerk, wereldwijd, en voor onze plaatselijke geloofsgemeenschap,
    voor mensen die de weg proberen te gaan van respect en liefde,
    voor allen die zich laten voeden door uw wijsheid in een vriendelijke stilte;
    dat zij uw vrede door mogen geven aan anderen …
     
  5. Bidden wij om enthousiaste priesters en religieuzen,
    die zich met inzet van hun liefde en hun talenten
    volledig wijden aan de spiritualiteit van de Karmel
    en aan de opbouw van de Kerk.

 
P.    God,
U bent de Heer van al wat leeft,
Luister naar onze gebeden
en laat ons ervaren hoe u ons liefhebt
in Jezus Christus, onze Heer.

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven