Homilie Pater Piet Hoornaert 11 juli 2021 : 15de zondag door het jaar B

Marcus 6, 7-13

Spreken namens God, door Hem geroepen, wat kan dat betekenen? Als wij over God spreken, doen we dat in woorden en beelden uit onze mensenwereld. Het is uitspreken wat ons ten diepste ter harte gaat. We doen dit in woorden die verwijzen naar wat groter is dan ons hart en die ons uittillen boven onze armzaligheid. “God verlangt dit”, zeggen we dan. Het zijn de liefste woorden die we kennen.
 
Zo heeft Amos gesproken. Profeten zoals Amos, zijn mensen die protest aantekenen waar en wanneer Gods bedoelingen – de dingen die mensen ten diepste ter harte moeten gaan – worden miskend en geschonden.

Wat bijkomstig is ook leren relativeren.

Zo heeft ook Jezus gesproken op het gezag van God, zijn Vader. Met dat gezag heeft hij zijn trouwe vrienden uitgezonden naar de dorpen in de omtrek. Hij benoemt ze tot ‘apostelen’: gezonden om te genezen en redden, waar ze maar kunnen. Ze mogen niet te veel aandacht te besteden aan bezorgde vragen, zoals: “Zijn we hier wel welkom?” of “Hebben we wel genoeg financiële en andere middelen om zo’n pastorale tocht te ondernemen?”
 
Er zit een element van haast in de evangelietekst. We horen daarin het hartstochtelijke verlangen van Jezus om in te spelen op de verwachting van God zijn Vader. Wat kan dat verlangen anders zijn dan dat het goed gaat met deze wereld, dat het kwaad, de duisternis en de ellende worden uitgedreven en dat gerechtigheid helemaal boven water komt ?

Als een woord van God je hart raakt …

In dàt verlangen dat dus ook Jezus drijft, ligt de betekenis van zijn hebreeuwse naam: “Jeshua, God zal redden”. Hij sprak met dit gezag. Als de officiële instanties Hem afwezen en met doodsbedreigingen op Hem af kwamen, is Hij dat innerlijk gezag trouw gebleven tot op het kruis. Ook daar nog, heeft Hij met datzelfde gezag durven zeggen: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.” God de Vader wilde aan dat verlangen van Jezus gehoor geven en niet straffen, maar juist vergeven.
 
Wanneer we geraakt worden door woorden of situaties die ons ter harte moeten gaan, dan is God rakelings nabij, of dat ons uitkomt of niet. De Duitse mysticus Eckhart zei zevenhonderd jaar geleden al: “Wie God alleen denkt te vinden in de kerk en tijdens zijn vrome gebeden, en niet in zijn werkschuur of bij het haardvuur, heeft er nog niet zoveel van begrepen.” In onze tijd moeten we hetzelfde enigszins anders zeggen: “Wie God denkt alléén te vinden in de kerk en in zijn vrome gebeden, maar niet óók in de medemens, die op zoek naar de zin van zijn leven of naar hulp; óók niet in een medemens die angstig is of gekwetst door pesterijen, onrecht of laster, of óók Gód zelfs niet weet te vinden in de geschondenheid van deze wereld, heeft er nog niet veel zoveel van begrepen”.

De hele werkelijkheid wordt gedragen door een liefdevolle God.

Een vraag. Waarom kende en kent het christendom die opdracht van missionering? Misschien is het te gemakkelijk om onmiddellijk te verwijzen naar de opdracht van Jezus zelf. We moeten ons daarover blijven verwonderen, want het christendom is gegroeid vanuit het Jodendom, waarvoor missionering vreemd was (en is). Hun godsdienst was vergroeid met het besef het uitverkoren volk te zijn. Daarbij was hun religieuze beleving helemaal verankerd in het strikt naleven van de Wet, wat buitenstaanders meestal afschrikte.
 
Het eenvoudige verhaal van de zending van de twaalf, reikt veel verder dan wat er staat beschreven. Er moet een revolutie hebben plaats gehad, waardoor de religieuze identiteit van het Jodendom van binnenuit werd open gebroken. Alle voorschriften, de rabbijnse commentaren op de Wet en de commentaren op die commentaren, werden gereduceerd tot dat eenvoudige gebod van de liefde. Liefde tot in haar uiterste consequenties: “God beminnen met hart en ziel en de naaste, ook de vijand, beminnen als zichzelf”. In plaats van de voorgeschreven offerrituelen kwamen de sacramenten, vooral de Eucharistie. En verder : niet de uiterlijk lichamelijke besnijdenis, maar de besnijdenis van het hart werd de maatstaf.
 
Wat de twaalf en de latere zendelingen moesten verkondigen was de radicaal nieuwe beleving, die reeds door Jezus was verwoord. Dat namelijk heel de werkelijkheid, heel de wereld en àlle mensen, gedragen en bemind worden door een op het leven bedachte, liefdevolle God. Die raadgevingen over kledij, uitrusting en manier van optreden, moeten vanuit die achtergrond worden begrepen. De missionaris moet immers in zijn gedrag symbolisch uitdrukken wat hij straks inhoudelijk zal verwoorden.

Wat is belangrijker dan het goed te kunnen zeggen?

Een tweede vraag. Waarom deze voorschriften van Jezus? De verkondiger moet in zijn voorkomen, zijn gedrag en zijn spreken bovenal uitdrukking geven aan de weerloosheid. Zij vormt de kern van de Blijde Boodschap. Daarbij moet hij leven en spreken vanuit een diep Godsvertrouwen, anders zal hij in moeilijke omstandigheden niet overeind blijven.
 
Maar bovenal mag hij – doorheen zijn persoon – een levende parabel zijn van de Blijde Boodschap van Gods overmachtige liefde. Veel bekende heiligen, zoals Franciscus, Teresia van Avila en Joannes van het Kruis, maar ook hedendaagse profeten hebben dit heel goed begrepen en beleefd. Dàt is belangrijker dan alle welsprekendheid.
 
God moge ons oor scherpen voor de profeten die in onze tijd het woord nemen. Hij moge ons leren met respect, mededogen en empathie om te zien naar al wat bestaat en leeft. Zijn H. Geest zal dan zichtbaar worden, nu in ons, zoals eens in Jezus, die Gods liefde voor ons zo goed mogelijk heeft geopenbaard.

 

 

VOORBEDEN 10-11 juli 2021

P.   God,
door ons geloof zijn wij in Christus gemerkt met het stempel van de heilige Geest.
Zo rust Gij ons toe om gestalte te geven aan de uitstraling van uw werkzame liefde.
Met elkaar verbonden in deze Geest bidden wij U:
 

  1. voor allen die zich met toewijding en bekwaamheid Inzetten
    voor de verkondiging van het Evangelie van uw Zoon;
    voor hen die uitgezonden worden
    naar onbekende regio’s en verre streken
    om daar te getuigen van uw Naam
    en van de liefde waarmee Gij naar ons omziet :
    dat zij welwillend ontvangen worden
    en dat hun boodschap gehoord wordt …
     
  2. voor allen die met een gezond en sterk verlangen in het hart
    gehoor willen geven aan uw Woord
    en er oprecht verlangen naar te leven;
    voor hen die hartstochtelijk op zoek zijn naar liefde en vrede :
    dat zij mogen vinden waar zij intens naar uitzien …
     
  3. voor profeten, wetenschappers en kunstenaars,
    voor hen die voeding geven aan de ziel en inspiratie voor de geest;
    voor allen die hun naasten willen bemoedigen met woord en daad :
    dat zij daarin volhardend en onvermoeibaar mogen zijn …
     
  4. voor mensen die met een zwakke gezondheid te maken hebben,
    voor allen die geen zicht meer hebben op herstel of genezing
    en die moeten leven met de dood voor ogen :
    dat zij staande blijven in de beproeving
    en op U blijven vertrouwen …
     
  5. voor enthousiaste priesters en religieuzen,
    die zich met inzet van hun liefde en hun talenten
    volledig wijden aan de spiritualiteit van de Karmel
    en aan de opbouw van de Katholieke Kerk …
     
    P.   Liefdevolle God,
    verhoor ons gebed en vestig uw liefde in ons midden.
    Maak ons tot mensen, die gedreven door uw heilige Geest,
    daaraan mee mogen werken.
    Dat vragen wij U door Jezus Christus, onze Heer.


 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven