Homilie Pater Paul 17 mei 2020 : Zesde Paaszondag A

(Schilderij: God is een trooster, door Kees Aalbers)

+

Eigenlijk is de eerste Petrusbrief vandaag verrassend actueel: niet dat bij ons échte vervolging of laster hun slopend werk doen…eerder onverschilligheid. Ook dé grote vraag: wat en hoe wanneer vieringen met gelovigen in de kerk weer mogelijk zijn…zorgt voor onrust, vragen en bij sommige mensen zelfs angst.
 
Een aantal gelovigen blijft dromen naar “de Kerk van weleer”…en nu wordt men er bovendien ook mee geconfronteerd dat een terugkeer naar de samenleving zoals we die kenden voor de coronacrisis niet mogelijk is.
 
Ik merk dat vandaag heel wat mensen nood hebben aan bemoediging. Bemoedigen is precies wat Petrus met zijn brief wil doen: hij wil christenen geconfronteerd met vervolging en laster ondersteuning geven. “Wees altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft”.
 
Petrus richt zich tot een kleine en verspreid levende groep christenen in Klein-Azië. Heel duidelijk geeft hij aan hoe christenen zich moeten gedragen: geen kwaad met kwaad vergelden en je vasthouden aan je geloof in Jezus Christus.
 
In zijn afscheidsrede had Jezus tot zijn leerlingen gezegd dat Hij hen niet als wezen zou achter laten. “Ik leef en ook gij zult leven”, zei Hij. (Joh 14, 19)
 
Ook Paulus heeft zijn christenen datzelfde getuigenis mee gegeven: “Ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld (…) Het geloof is de vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen”. (Hebr 11,1)
 
Hopen hoort bij ons mens zijn. Zolang er leven is, is er hoop. Ik moet dan onwillekeurig denken aan de ‘Divina commedia’ van Dante, waar hij in ‘canto III schrijft over de hel, het inferno. Aan het eind schrijft hij: “Lasciate ogne speranza, voi ch’ intrate.” Wie aan de poort van de hel komt “Laat bij het binnenkomen alle hoop achter”.
 
Dezelfde gedachte vinden we in het verhaal van ‘de doos van Pandora’ in de Griekse mythologie. Pandora opent de doos, het vat eigenlijk, en allerhande kwaad springt er uit weg. Vlug sluit ze de doos opnieuw…enkel de hoop bleef er in zitten.
 
Heb je het over de hoop, dan kan je ook niet langs het wondermooie gedicht ‘de kleine hoop’ van Charles Péguy. Een stukje daaruit kan ik jullie niet onthouden…
 
 

De mensen zien toch hoe het er in de wereld vandaag toegaat
en toch geloven ze dat het morgen allemaal beter zal gaan.
Wat een wonder is er niet voor nodig dat zij dat kleine hoopje hoop nooit als overbodig ervaren
maar met voorzichtige gebaren in hun hand en in hun hart bewaren,
een vlammetje dat keer op keer weer wankelt en dreigt neer te slaan
maar altijd weer weet op te staan, en nooit wil doven.
Soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven.

 

Geloof en liefde zijn als vrouwen.
Hoop is een heel klein meisje van niks.
Zij stapt op tussen de twee vrouwen en iedereen denkt:
die vrouwen houden haar bij de hand, die wijzen de weg.
Maar daarvan heb ik meer verstand, zegt God, ik zeg:
het is dat kleine meisje hoop dat al wat tussen mensen leeft en al hun heen en weer geloop
licht en richting geeft.
Want het is dat kleine meisje hoop – je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,
je denkt soms dat het zo onooglijk is – het is dat kleine meisje hoop dat de mensen zien laat,
zien soms even, wat in het leven mogelijk is.

 

Het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou,
de liefde waar ik het meest van hou, is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet. Liefde, dat is geen wonder.
Maar de hoop, dat is bijna niet te geloven.
Ikzelf zegt God, ik ben ervan ondersteboven.

 

Charles Péguy – Le Porche du mystère de la deuxième vertu

 

Wij noemen ons christenen. Mensen die bewust in de navolging van Christus willen staan. Wij geloven dat God in ons werkzaam is langs de drie deugden: geloof, hoop en liefde.
Paus Benedictus schreef er een encycliek over en paus Franciscus heeft er tijdens zijn wekelijkse audiënties 19 catechesen aan gewijd. “onze hoop”, zo zegt hij, “is geen begrip, geen gevoel, geen mobieltje, geen rijkdom! Onze hoop is een persoon, een persoon, het is de Heer Jezus die wij levend aanwezig zien in onszelf en in onze broeders en zusters, want Christus is verrezen”.
 
“Surrexit Christus spes mea!” Verrezen is Christus, onze hoop! … uit het ‘Victimae paschali laudes’.
 
Tenslotte, sta me toe onze bisschop-emeritus Luc Van Looy, ook nog even te citeren: “Christus zag in zijn cultuur en godsdienst veel fout lopen, maar Hij gaf een antwoord dat verder reikte dan die crisis. Wij zijn mensen van hoop, gericht op de toekomst”. In ‘Netwerker van God voor de mensen’.
 
Bij het slot van de Europese jongerenontmoeting te Brussel in december 2007 hoor ik kardinaal Danneels nog zeggen: “In deze moeilijke tijden hebben wij de hoop broodnodig. De hoop is niet de vrucht van een natuurlijk optimisme. Nee, er is te veel wanhoop op deze wereld om eenvoudigweg tevreden te zijn met alleen maar een gelukkig karakter of een van nature goed humeur. Wij hebben een goddelijke hoop nodig die gebaseerd is op de beloften waarvoor God zich garant stelt. De hoop is de hartspier van onze ziel. Zij kent geen infarct”.
 
Hij schreef ook een eenvoudig gebed over het tere plantje hoop:

 

God, onze Vader,
behoed ons voor de wanhoop,
de ultieme bekoring van onze tijd.
Want het laatste
wat men Gods kinderen ontnemen kan
– na het geloof en de liefde –
is juist de tere plant van de hoop,
het laatste wat wij mensen nodig hebben
om te overleven in bange tijden.
Heer, laat niet toe dat wij wegzinken
in die verzoeking,
dat wij en alle mensen
geen hoop meer zouden hebben.
Want dit is pas de dood, voorgoed:
het doven van de hoop.
Behoed ons voor zo’n sterven. Amen.

Godfried Kardinaal Danneels z.g.

 

Heer,
Wij blijven op U hopen.
Wees ons vaste anker.
Zend ons de Helper…
De Heilige Geest.

 

o.a.m.d.g.

Paul De Bois OCD

 

Download of print deze homilie als pdf

 

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven