Homilie Pater Paul De Bois 9 mei 2021
: 6de Paaszondag cyclus B

+
De oproep van Jezus in het evangelie van deze zondag is heel duidelijk: ik moet de mensen rondom mij liefhebben.
 
Dan denk ik daarbij natuurlijk op de eerste plaats aan mijn medebroeders en zusters in de Karmel, aan mijn familie en vrienden.
 
Niets krijgt in het leven zoveel aandacht als “liefde”: ze wordt eindeloos bezongen en beschreven. Veel films en televisieprogramma’s vertellen ons over “de liefde”. Tot in series als “Blind getrouwd”, “Temptation Island” toe. Maar misschien is ook geen enkel ander begrip zó belast als wat we dan wel onder ‘liefde’ verstaan.
 
Daarom, denk ik, is het goed bij de lezingen van deze zondag eens even stil te staan bij het begrip liefde en vooral: hoe we dat dan als christenen moeten invullen.
 
Als we het over liefde in de Bijbel hebben, dan denk je heel vlug aan dé tekst over de liefde in 1 Kor 13: het ‘Hooglied van de liefde’. Maar in hoofdstuk 4 van de eerste Johannesbrief komt het woord liefde al 12 keer voor! Johannes komt hier tot de kern van de liefde: “God is liefde”. Voor hem komt alle andere liefde hieruit voort. En verder schrijft hij hoe God die liefde heeft laten zien: door zijn Zoon te geven tot vergeving van de zonden. “En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: Hij heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door Hem zouden leven”.
 
Zonder dat hij het met zoveel woorden zegt, brengt Johannes hier de twee grote geboden uit de Wet onder onze aandacht: God liefhebben boven alles en uw naaste als uzelf. Dit was voor de Joden vrij vertrouwd. Daarmee waren zij opgevoed. Johannes laat nu zien hoe dit bij Jezus Christus een extra dimensie heeft gekregen. God heeft Zijn liefde geopenbaard en daar past slechts één reactie bij: wederliefde.
 
Als je goed naar de tekst uit de Johannesbrief en het Evangelie hebt geluisterd, dan krijg je heel sterk de indruk: liefde is een opdracht. Maar liefde heeft te maken met onze gevoelens. Iets dat diep van binnen zit; het laat zich niet verklaren. Daarom is het belangrijk om goed te overdenken hoe groot Gods liefde is. Als je daarvan onder de indruk komt, ontstaat er als vanzelf liefde tot God en Zijn Zoon. En dan kan die liefde ook doorvloeien naar de mensen met wie je omgaat … ja zelfs naar alle mensen.
 
Paulus op zijn beurt schrijft aan de christenen in Efese dat in de Heer Jezus “de grote liefde van God is zichtbaar geworden” (hoofdstuk 2).
 
Soms kan je het met deze gedachte best moeilijk hebben. Je wordt als mens tenslotte geconfronteerd met heel wat problemen, moeilijkheden en zorgen … soms kan je jezelf afvragen is God echt wel liefde? Geen vraag die je angstig moet maken; ze behoort bij je gelovige zoektocht. Het is goed dat je dan een gids hebt. Vandaag wil Johannes onze gids zijn.
 
Zijn antwoord op de vraag “is dat nu echt wel zo, dat God liefde is?”, zijn antwoord verwijst je onomwonden naar Jezus. “Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden”. (Tweede lezing)
 
Ik kom daarmee uit bij dát wat ons in de Karmel zo ter harte gaat: “In Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.” Hij wil dat wij ons leven, ons handelen, onze aandacht  richten naar Hem van wie in de eerste brief van Johannes staat geschreven: “God is liefde”. 
 
Op de muur aan de trap in ons klooster te Brugge stond vroeger op die muur in kalligrafie geschilderd: “Unum necessarium esse ad Deum”. Het enig nodige is bij God te zijn. Ik vermoed dat dit zinnetje heel dikwijls alleen maar gezien wordt als een soort “dicht bij God zijn” met het accent op “in Zijn aanwezigheid”. Dat is natuurlijk juist. Maar naar mijn aanvoelen drukt het nog méér uit… Waarom moeten we in Gods aanwezigheid leren leven én waarom is Hij de enig noodzakelijke? Heel eenvoudig: omdat Hij liefde is; en in die liefde moeten wij gaan staan. Door die liefde, die God is, moeten we ons laten bestralen … Niet zomaar, maar om zelf die liefde van God uit te stralen.
 
Dat heeft te maken met “genade”: God heeft ons het eerst liefgehad. In die liefde Gods moeten we ons hele leven proberen te blijven. We krijgen geen deel aan Gods liefde om wat we allemaal gedaan hebben … Zijn liefde verdraagt, om te beginnen, al onze fouten en gebreken, en overwint ze op het einde ook nog. Want, zo zegt Johannes: “Hierin bestaat de Liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn zoon gezonden om onze zonden uit te wissen”. 
 
Om dat te kunnen heeft God ons zijn Zoon gezonden. En die Zoon van God, Jezus, zegt je: “Ik heb jullie vrienden genoemd want ik heb u alles meegedeeld wat ik van de Vader heb gehoord. Niet gij hebt mij uitgekozen maar ik u, en ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.” En vriend ben je maar met iemand wanneer je leven deelt; de mooie en de moeilijke momenten. Mag je dat ervaren, dan brengt het vreugde.
 
Zo gaat het ook met het gebod dat in de lezingen van vandaag klinkt: het gebod van de liefde. Ga je in de liefde Gods staan, dan brengt dat vreugde. De liefde waarover Johannes uitvoerig spreekt, geeft ook ruimte om te leven. Er is in de liefde namelijk geen vrees. Wat is liefde? Liefde is de drang tot en het verlangen naar gemeenschap! Zoals twee geliefden naar elkaar kunnen verlangen. Daarin is geen ruimte voor vrees.
 
Dus, als de Bijbel zegt “God is liefde”, dan is dat niet zomaar een mooie gedachte of iets dergelijks, nee, dat is een realiteit. God verlangt ernaar gemeenschap te hebben met Zijn kinderen. Hij wil je laten delen in alles wat Hij heeft bereid. Gods kinderen mogen genieten van de vertrouwelijke omgang met hun hemelse Vader. Johannes eindigt met te zeggen, dat dit genot ook z’n uitwerking zal hebben in je liefde voor de medemens. Je zal je medemens liefhebben zoals God jou liefheeft.
 
Het zal je ondertussen wel opgevallen zijn: de kern van alles is het “leven in Jezus Christus”. “Christus is je leven”, roept Paulus ergens uit. Daarom legt Petrus, in de eerste lezing, in zijn redevoering in het huis van Cornelius zoveel accent op het doopsel. Over allen die naar hem luisteren, Joden en niet-Joden, over alle aanwezigen is de heilige Geest neergedaald. Duidelijker kan het niet. Wie geraakt wordt door het vuur van Gods Geest, wie door de Geest wordt gevormd, moet gedoopt worden.
 
Ook wij zijn eens gedoopt. Ook wij werden eens en voor goed met Jezus Christus verbonden om … “in Hem te leven” … in Gods liefde te zijn.
 
Goede vrienden, dát is een liefde die je niet opzij kan zetten wanneer het je even niet past. Het is een onvoorwaardelijke liefde!
 
o.a.m.d.g.
 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven