Homilie Pater Paul De Bois 11 april 2021
: 2de Paaszondag cyclus B

+
Ik heb dit evangeliestukje uit hoofdstuk 20 van Johannes, steeds heel inspirerend gevonden. Mijn geloof kreeg ik als kind van thuis uit mee. Geen overdreven ‘vroom’ geloof, maar het rustige geloof van een doorsnee christelijk gezin in de jaren ’60 – ’70. Toen mijn zus en ik wat ouder werden, werd er wel eens uitgewisseld over “de preek van de zondag” … ook kwamen thema’s die met geloven te maken hadden rustig ter sprake. Toen ik in de laatste jaren van de humaniora zat en aan de universiteit ging ik “mijn vanzelfsprekend geloof in Jezus, in God … en mijn vertrouwen in het instituut Kerk” toch wat meer bevragen. En ja … soms kwam er ook wel twijfel bij te pas. Hoe ik het ook draaide of keerde het verrijzenisgebeuren kon ik niet empirisch, dus vanuit analyse of observatie, bewijzen.
 
De apostel Thomas is me daarbij altijd goed gezelschap gebleven. Want … vragen over geloof en God mogen ons niet ongerust maken. Ze zitten bij ons mensen ingebakken. Omwille van een moment van twijfel dat hij met veel omhaal van woorden uitdrukte, moet de apostel Thomas reeds eeuwenlang de bijnaam van ‘ongelovige’ dragen. Maar klopt die bijnaam wel? Was hij toen echt zó ongelovig? Of was hij gewoon eerlijk. Loyaal bekende hij dan ook zijn ongelijk in zijn sublieme uitspraak: “Mijn Heer en mijn God”. Jaren later zal deze ‘ongelovige’ Thomas, die bleef geloven in “zijn Heer en zijn God” precies om dát geloof worden vermoord.
 
Maar de evangelielezing gaat vandaag niet enkel over Thomas. Net als de eerste lezing, uit de Handelingen, schetst ze mij een beeld van de groeiende kerkgemeenschap. Het stukje uit de Handelingen wijst, met een misschien wat geïdealiseerd beeld, op twee pijlers van een christelijke gemeenschap: getuigen van de verrijzenis van Jezus Christus én het delen met elkaar.
 
Thomas, die aanvankelijk het moeilijk kon geloven dat zijn Heer zou zijn opgestaan uit de dood, verbleef toch bij de groep van de leerlingen. En dat is mooi. Ondanks zijn twijfel, zijn gevecht, zijn ongeloof,… mocht hij er zijn, werd hij niet verstoten. Wat de groep leerlingen daar beleefden is een mooi beeld van de Kerk, of hoe de Kerk zou moeten zijn. Want zowel binnen de kerkgemeenschap, alsook ‘aan de rand’, alsook ‘buiten’ de Kerk, leven mensen die vechten, die twijfelen, die moeilijk kunnen geloven. Misschien behoor je, bij momenten, zelf tot deze groep. Dat is geen schande. Integendeel: het is gewoon heel menselijk. De andere leerlingen vormden desondanks gemeenschap met Thomas. Hij mocht er zijn, hij werd bemind, hij werd gedragen in zijn twijfels, bijgestaan in zijn innerlijk gevecht.
 
Je moet de tekst van het Evangelie eens aandachtig herlezen en tot je laten spreken. Dan zul je zien dat Jezus Thomas niet veroordeelt. Hij heeft sympathie met hem.  De bekende schilder Caravaggio, 16de eeuw, heeft dit gebeuren magistraal in beeld gebracht in zijn “Ongelovige Thomas”. Wanneer je aandachtig naar dit schilderij kijkt, dan zie je er Jezus die zachtjes de hand van Thomas vastneemt en hem helpt om diens vingers in zijn gewonde zijde te leggen. Bovendien zie je er twee andere leerlingen die naar het gebeuren kijken. Ze liggen bijna met hun neus op het gebeuren…zo intens zijn ze betrokken. Ontroerend hoe een schilder een moment van diepe menselijkheid op een doek kan vastleggen. Die leerlingen dragen Thomas in zijn zoeken om te kunnen geloven. Ze kijken en ze luisteren naar de Heer, om zo de voorwaarden te scheppen voor een persoonlijke ontmoeting met Hem.

 

Dat zegt mij vandaag hoe weg als Kerk, als gemeenschap, als individu om moeten gaan met mensen die innerlijk vechten, twijfelen, moeilijk tot geloof kunnen komen, niet (meer) kunnen bidden,… Mogen ze er zijn ? Niet enkel vanuit een soort beleefdheid, maar werkelijk als broeder of zuster. Proberen ook wij vandaag zulke zoekende, twijfelende “randkerkelijke gelovigen” ook zo te dragen, te ondersteunen in hun tastend geloof? Als Kerk mogen we nooit onze deuren sluiten. Onze harten moeten wijd open staan naar de wereld toe, opdat ieder, op het pad waar hij of zij en jong of reeds ouder nu staat, welkom is.
 
Tenslotte is er nog een belangrijk element in het stukje Evangelie dat de liturgie ons vandaag aanreikt: “Hij blies over hen en zei: ‘Ontvang de Heilige Geest’. De leerlingen ontvangen de Geest van geloof, van liefde, van vergeving en barmhartigheid, van vrede en vreugde. En dat is geen gemakkelijke Geest. Dat zien we in de reactie van Thomas. Hij was er niet bij toen Jezus zijn Geest over de apostelen uitblies. Maar wanneer hij Jezus echt ontmoet, spreekt hij de sterkst denkbare geloofsbelijdenis uit: ‘Mijn Heer en mijn God’ roept hij uit.
 
Wij hebben vandaag diezelfde opdracht als de leerlingen rond Jezus en Thomas: in gebed het leven van Jezus overwegen dan kunnen ook wij, op onze beurt, Hem, ontmoeten in ons leven. Teresia van Avila is daar van overtuigd: wij kunnen horen hoe Hij ons roept, voelen hoe Hij ons aanraakt, hoe Hij ons uitnodigt om van Hem te houden en Hem van nabij te volgen.
 
Wij hebben Jezus niet gezien, wij hebben onze vingers niet in de wonden van de verrezen Heer gelegd …
 
Maar … “Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” zegt Jezus aan Thomas en zo ook tot ieder van ons.
 
 
o.a.m.d.g.

 

 

St. Alban’s Psalter, Hildesheim, ca 1130

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven