Homilie Pater Paul 27 december 2020 : Feest van de Heilige Familie

+
Bij het feest van de heilige familie moet ik altijd weer denken aan de eerste keer dat ik en maand bij onze paters in Berchem woonde om te studeren voor mijn examens aan de universiteit. Ik kreeg een kamer beneden. Er was in die kamer een schouw en op het tablet ervan prijkte een beeldje in biscuit van … de heilige familie. Ik kan niet direct zeggen dat ik het bijzonder mooi vond. Maar het stond er en elke keer wanneer ik de kamer binnenkwam of verliet moest ik er wel naar kijken. Of dat beeldje bij mij nu een extra devotie voor de ‘heilige familie’ heeft bijgebracht is twijfelachtig.
 
Het feest van de heilige familie is zo één van die feestdagen waar ik, eerlijk gezegd, niet zo veel mee aan kan. Toch lees ik hier en daar in de ‘vakliteratuur’ dat het een belangrijk feest is. Ik ben ook bereid dat zo te zien. Alleen wordt zo vlug “gemoraliseerd” naar aanleiding van dit feest. Heel gemakkelijk en met vanzelfsprekendheid gaat men spreken over het belang van het gezin, over de waarde van een mooi christelijk gezin. Natuurlijk heeft voor mij het gezin een grote waarde. Maar ik hou er niet van wanneer verkondiging al te spontaan overgaat naar moraal.
 
Dus moet ik me de vraag stellen: wat heeft het feest dat we vandaag vieren mij dan te vertellen. Wel … eigenlijk best wel wat.
 
De heilige familie voor het voetlicht brengen wijst me er op dat God in de gestalte van een kind midden onder ons aanwezig is gekomen (Kerstmis) én dat dit kind -net zoals wij allemaal- de hulp nodig had van een liefdevolle vader en moeder om te groeien naar volwassenheid.
 
Ook Jezus is maar kunnen uitgroeien tot een volwassen man dankzij de liefde en de zorg van zijn ouders, Jozef en Maria. En wellicht zijn een aantal basiswaarden die we bij Jezus later voortdurend terugvinden meegegeven vanuit het gezin waarin Hij opgroeide. Hoe de weg naar volwassenheid vanuit het gezin en zo ook over de bredere geloofsgemeenschap best verloopt horen we in de tweede lezing van vandaag, in Paulus’ brief aan de Kolossenzen: “ Wees daarom zelf ook vol medelijden, goedheid, bescheidenheid, vriendelijkheid en geduld. Wees verdraagzaam. Vergeef elkaar als je iets tegen elkaar hebt … Wees vooral vol liefde. Want de liefde houdt alles met een volmaakte eenheid bij elkaar.” 
 
Het feest van de heilige familie brengt onder mijn aandacht dat geen mens op zichzelf christen wordt of blijft. We hebben daarbij anderen nodig; mensen die ons vertellen over de christelijke boodschap. Mensen met wie we samen over ons geloof kunnen nadenken en uitwisselen. Mensen met wie we ons geloof kunnen vieren.
 
Zoals in elk gelovig gezin mogen we aannemen dat Jezus bij zijn ouders de basis kreeg van het joodse geloof. Ze brengen Hem in de tempel, ze gaan met Hem op bedevaart … zoals vrome Joden doen zullen ze ook samen de psalmen gebeden hebben en hebben ze hun Zoon kennis laten maken met de tekst van de Tora, van de Bijbel. Zo krijgen we, gespreid over de liturgische cyclus van drie jaar, op het feest van de heilige familie het evangelie van de vlucht naar Egypte, van de opdracht in de tempel en tenslotte de bedevaart naar en het bezoek van Jezus en zijn ouders aan de tempel.
 
Dit jaar hoorden we van de opdracht in de tempel. Het geeft de bescheiden situatie weer van Jezus en zijn familie. Zij deden wat de joodse wet voorschreef. Zijn ouders offerden een paar duiven. 
 
Na de toewijding van Jezus in de tempel geschieden daar verrassende ontmoetingen, deze met Simeon, een vroom en rechtvaardig man die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken en dan deze met de hoogbejaarde profetes Hanna.
 
Simeon en Hanna  verwoorden hun wensen voor de toekomst van het kind en vragen er Gods zegen over. Bij Lucas doorzien Simeon en Hanna vanuit hun vertrouwen in de God van Israël wat met Jezus gaat gebeuren. Ze kennen het kind een plaats toe in Gods plan. Simeon vermoedt reeds dat de komst van dit kind mensen zal verplichten tegenover Hem standpunten in te nemen en keuzes te maken. Hanna dient de Heer met vasten en bidden. Ze ziet uit naar het licht. Deze man en vrouw zijn samen het beeld voor heel Israël, voor al die gelovige Joodse mensen, die met vallen en opstaan, biddend en zingend als wij, leven met de Tora, die vol verwachting uitzien naar de komst van de Messias, die verlangen naar een leven zoals God dat van in den beginne heeft bedoeld, én zij wijden zich met hun leven daar aan toe.
 
Maar niet alleen licht beloven deze oude mensen aan dit kind en zijn moeder, want de Messias zal moeten lijden, en waar licht is, is ook duisternis; waar heil is, ook onheil; waar vreugde is, ook pijn, die dwars door de ziel kan gaan.
En toch, als wij één ding van de H. Familie, van Jezus, Maria en Jozef mogen leren, dan is het te luisteren naar deze twee mensen, hoe zij met heel hun ziel verlangen naar de Messias en zijn Rijk, en zich in trouw aan het Verbond met heel hun leven hiervoor inzetten.
 
In de ontmoeting van Simeon en Hanna met Jezus is hun verlangen in vervulling gegaan.
Heel mooi klinken dan de woorden: “Uw dienaar laat gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan: mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israël.” Woorden die symbool geworden zijn van het verlangend gebed van de Kerk. Elke avond bij het laatste gebedsmoment spreken ook wij ze uit … mogen ook wij vrede in ons hart voelen, omdat we onze Heiland op het spoor zijn gekomen.
 
 

o.a.m.d.g.

 

 deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven