Homilie Pater Paul 27 september 2020 : 26ste zondag door het jaar A

+
De parabel die we Jezus vandaag horen vertellen is niet moeilijk en heel herkenbaar. Hoe gemakkelijk zeggen we niet “ja hoor, ik zal dat wel even doen” … maar daar blijft het bij. Soms zeggen we “daar heb ik helemaal geen zin in” … maar na een tijdje denk je “och waarom niet, ik doe het toch maar”. Het gaat meestal om kleine dingen. Maar soms kan het toch wel om belangrijker dingen gaan … al was het maar gewoon omdat mensen iets van je verwachten. Bij ons gaat het wel niet om werk in een wijngaard, maar je kan vast wel gelijkaardige dingen vinden waarop je net zoals in de parabel van vandaag reageerde.
 
Jezus heeft een kort parabeltje over twee zonen. Hij zegt niets over hun leeftijd en hun omstandigheden. Hij geeft enkel aan dat ze verschillend antwoorden op de vraag van hun vader om te gaan werken in de wijngaard. Ze stellen alle twee problemen, want ze houden zich niet aan hun woord.
 
Om de parabel juist te verstaan moet je weten waar dit verhaal in het matteüsevangelie staat: direct na de intocht van Jezus in Jeruzalem. Jezus vertelt dit goed herkenbaar parabeltje aan het adres van de hogepriesters en de oudsten van het volk. Die betwisten hem zijn bevoegdheid om in de tempel op te treden.
 
Jezus geeft de oudsten en de priesters er van langs omdat ze geen gehoor hebben gegeven aan Johannes. Johannes had het volk uitgenodigd tot een weg van gerechtigheid (Mt. 3,7). Zij zijn hem op deze weg niet gevolgd, terwijl tollenaars en zondaressen dit wel hebben gedaan. Deze krijgen nu van Jezus het compliment dat ze gelijken op de eerste zoon. Zij hadden eerst neen gezegd op Gods aanbod. Maar nadien hebben ze zich aan een ommekeer gewaagd en ze hebben zich bekeerd. Spijtig voor wie zich rechtvaardig achten en zich daaraan storen (Mt. 9,10-13).
 
Nu moet je ook weten dat in het Joodse denken en leven het juiste doen veel belangrijker is dan het juiste zeggen en leren. Wat je doet – of niet doet – is belangrijker dan je woorden.
 
Wat we vandaag hebben gehoord, is het tweede deel van een antwoord dat Jezus gaf aan hogepriesters en oudsten op de vraag met welke bevoegdheid Hij dit alles deed.  In een eerste reactie vraagt Hij of de doop van Johannes uit de hemel of van de mensen kwam. Ze durven niet antwoorden en dus wil ook Jezus niet antwoorden. Maar wat heeft zo’n oude discussie met ons leven van vandaag te maken?
 
Wel, in het evangelie gaat het er eigenlijk over dat diegene die volmondig “ja” zeggen op het joodse geloof blijkbaar niet genoeg openheid aan de dag konden leggen om de doop van Johannes te plaatsen, het waren tollenaars en zondaressen die zich, naast gewone mensen, lieten dopen door Johannes en die zich dus ook aangesproken voelden door zijn oproep tot bekering. Als we dat toepassen op vandaag moet je jezelf als gelovige afvragen of je nog open staat voor mensen die, tegen de maatschappelijke stroom in, durven oproepen tot bekering? En in het verlengde daarvan: of je open staat voor mensen die op een eigentijdse manier het evangelie proberen te vertalen naar onze tijd en cultuur?
 
Het ‘verhaal’ van het stukje evangelie uit Matteüs dat we vandaag beluisterden is niet zo moeilijk om te begrijpen. Maar de problematiek die Jezus door de parabel ter sprake brengt is niet zo eenvoudig.
 
Ik hoor het mensen soms op hun manier verwoorden … zo in de aard van “ik weet op de duur niet meer wie en wat ik moet geloven. Wat is het uiteindelijk criterium om te zeggen dat iemand spreekt namens God?” 
 
De enkele lijntjes uit het evangelie vandaag dagen uit om er heel ernstig over na te denken. In het kerkelijk overleggen en spreken is er vandaag gelukkig plaats voor verschillende meningen. Het is goed dat een bisschop en zelfs de paus bepaalde regels of gebruiken en gewoontes in vraag stellen? Maar wat moet ik als gewone gelovige dan doen?
Ik denk dat je gewoon moet proberen een goed mens te zijn. Je inspiratie daarbij is de liefde van God voor mensen. Als liefdevolle mensen in het leven staan, daar kan niemand iets tegen hebben. Wie zich geregeld voedt met gebed en lezing in de Bijbel, zal meer kans hebben om zelf goed nieuws te worden.
 
De makkelijkste oplossing is niet nadenken en leven zoals sommige oudsten en schriftgeleerden in Jezus’ tijd: gewoon de regels volgen.
Maar het evangelie leert ons op verschillende plaatsen dat Jezus die regels in vraag stelt, niet om ze af te schaffen, eerder om te kijken naar wat de oorspronkelijk bedoeling was van die regel.
Leven vanuit het evangelie … het blijft een uitdaging om uit te zoeken wat dat vandaag betekent. Maar dat is geen excuus om het niet te doen. We zijn christenen en dus geroepen om het goede nieuws van God te verkondigen en gestalte te geven – met al onze beperktheden er bij, denk maar aan de twee zonen uit de parabel vandaag.
Het zal bij momenten moed vragen om je keuzes zo te maken dat ze je helpen “in de navolging van Christus” te staan. Bij momenten zal je daarbij bekering echt nodig hebben. De ene keer kost het nauwelijks moeite en op een ander moment zal het alles behalve vanzelfsprekend zijn.
Maar je hebt Gods belofte: “Ik zal er zijn voor u, en Ik zal u dragen als gij wilt gedragen worden. En Hij voegt daaraan toe: Ik heb u de vrijheid gegeven om de weg te gaan die gij zelf wilt gaan, en die vrijheid neem Ik u niet af, op geen enkele manier.”
 
o.a.m.d.g.

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven