Previous Article Next Article Homilie Pater Paul 25 augustus 2019 : 21ste zondag door het jaar C
Posted in Homilie

Homilie Pater Paul 25 augustus 2019 : 21ste zondag door het jaar C

Homilie Pater Paul 25 augustus 2019 : 21ste zondag door het jaar C Posted on 25 augustus 2019

+
Jezus trekt op naar Jeruzalem. Op weg erheen geeft hij onderricht en heeft Jezus contact met veel mensen. Hij krijgt ook vragen te beantwoorden. Zo wil een man weten of velen zullen gered worden. Dit is wellicht niet de vraag waar wij nu van wakker liggen. Wij willen eerder weten hoe we het hier nu goed kunnen hebben en hoe we hier en nu gelukkig kunnen zijn. Maar deze vraag naar het aantal geredden leefde wel in de joodse middens van Jezus’ tijd. De man die de vraag stelt, wil misschien het standpunt van Jezus kennen en wil van Jezus vernemen of hij zelf tot de geredden zal behoren. Hij is wellicht getroffen door het veeleisende van wat Jezus zegt.

Jezus sprak van bij het begin van zijn optreden over de noodzaak en de hoogdringendheid van de bekering. Hij herhaalt dit nu met veel aandrang. Jezus ontwijkt het antwoord over het aantal geredden, maar spreekt over de inspanning tot het uiterste toe om door de nauwe deur binnen te komen. Jezus wijst op de ernst van met hem mee gaan. Het volstaat niet dat we hem ooit hebben gezien of hem eens hebben toegewuifd. De vraag is: hebben we echt naar het woord van Jezus geluisterd en het opgevolgd? Hebben we het aangedurfd om zijn voorbeeld te volgen, om naar zieken te gaan, om onrecht aan te klagen en dit te verminderen? Jezus gebruikt het beeld van de smalle deur die eens zal gesloten zijn. Wie zich bekeert, wie werkt aan gerechtigheid zal binnen gaan. Wie te laat komt, kan niet meer binnen. Jezus is zelf de deur en hij is de heer van het huis. Het ligt ons eigenlijk niet zo dat Jezus spreekt van inspanning om binnen te geraken. Hier komt de vraag naar boven over de werken, de verdiensten en het geloof. Jezus heeft een hard woord voor wie pochen op eigen gerechtigheid. Volstaat het niet om in hem te geloven? Het is hard om te horen dat Jezus tot de groep die niet binnen mag zegt dat hij ze niet kent. Wij hebben toch gehoord over God die er voor alle mensen is en over Jezus die goed is.

Laten we daarom goed kijken naar het visioen van Jesaja. De profeet ziet alle volkeren optrekken naar Jeruzalem.
Om het evangelie van vandaag goed te verstaan moeten we even terug keren naar de eerste lezing, naar Jesaja. In de tijd van de profeet Jesaja, tijdens de ballingschap, groeit een nieuw besef van God. God heeft Israël niet verstoten, maar is met het volk mee in ballingschap gegaan. De zin God woont midden onder ons kreeg daardoor een nieuwe invulling. Het gaat niet meer over de tempel, maar over Gods trouw aan zijn volk, ook in den vreemde. Ook een vreemd land is Gods land. Het gedachtegoed uit het boek Jesaja heeft een grote invloed gehad op het evangelie van Lucas en op zijn Handelingen van de Apostelen. Op allerlei manieren wordt in deze twee boeken uitgedrukt dat God er voor alle mensen is.
In het evangelie van vandaag is dit thema duidelijk aanwezig. In het koninkrijk van God zijn Abraham, Isaäk en Jakob aanwezig, maar ook mensen die komen uit alle windstreken, uit het oosten en westen, uit het noorden en zuiden. Zij allen zitten aan bij de maaltijd, en niet degenen die denken er recht op te hebben omdat ze de gastheer kennen.

Op de keper beschouwd is de evangelielezing redelijk choquerend. Want niet beslissend voor de toelating in het koninkrijk is dat wij God kennen, en dat we ons best gedaan hebben om door de smalle deur binnen te komen. Beslissend is dat God ons kent.

In het evangelieverhaal zegt de gastheer: “Ik weet niet waar u vandaan komt.” En na alle tegenwerpingen van de mensen die proberen binnen te komen, zegt hij opnieuw: “Ik weet niet waar u vandaan komt.”
God is een god van alle mensen. Dat maakt ons spreken over God heel betrekkelijk. En omdat wij God niet ten volle kennen, past ons grote bescheidenheid. God is God voor alle mensen. Dat besef relativeert ons eigen spreken over God. Maar dat besef creëert ook ruimte. In ons eigen denken over God en in ons eigen aanvoelen van God komt er ruimte voor mensen die anders denken en anders aanvoelen. Mensen die gevormd zijn in andere tradities en in andere geloofsovertuigingen. We kunnen ons niet langer aanmeten de waarheid over God in pacht te hebben.
We kunnen alleen nog maar in ons zelf de ruimte creëren voor de vele wegen naar God, die mensen gaan. Wij moeten proberen heel consequent onze weg te gaan.
Amen.

o.a.m.d.g.
 

Download of print deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.