Homilie Pater Paul 23 augustus 2020 : 21ste zondag door het jaar A

+

Paulus komt op deze zondag kort en krachtig aan het woord in de tweede lezing. Een korte lezing van slechts vier verzen uit de ‘brief aan de Romeinen’. Wellicht heb je er bij de voorlezing niet aan gedacht dat we hier enkele regels te horen kregen uit wat men steeds heeft beschouwd als een monument van het christelijk geloof. Zo zegt men dat Chrysostomus, kerkvader, patriarch van Constantinopel en sinds de 16e eeuw ook kerkvader, elke week de brief aan de Romeinen helemaal door las.
In het kort uittreksel van vandaag, drukt Paulus zijn verwondering uit over Gods werken: “O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis.”
 
Paulus kan zich verwonderen over Gods schepping en die God daarvoor dankbaar eert en looft.
 
De “Wie”-vragen die hij stelt in dit korte uittreksel van de Romeinenbrief zijn stijlvragen.
Wie toch kent de gedachten van God? Wie is zijn raadsman geweest? Wie heeft Hem eerst iets gegeven?
Niemand kent immers de gedachte van de Heer.
Niemand is zijn raadsman geweest.
Niemand kan zich eisend opstellen tegenover God.
Wat wij wel kunnen is God, de Drie-ene eren en loven, want God is alles in allen en door Hem en voor Hem zijn alle dingen. Voor Paulus is God alles in allen.
 
Paulus is vooral dankbaar om Gods aanwezigheid in Christus en in de Geest.
 
Broeders en zusters … Paulus, maar ook Matteüs in zijn Evangelie, nodigen u en mij uit om ook zelf de vraag te stellen: “Wie is Hij toch, die Jezus?” Een bijbelse vraag. Een vraag waarop je moet proberen een persoonlijk antwoord te vinden.
 
Ik zou de vraag ook zo durven stellen: “Wie is Hij toch voor mij, die Jezus?”. Op die vraag moet elke gedoopte christen het antwoord proberen te vinden. Misschien lijkt je dit niet zo gemakkelijk. Ik geef toe: het is geen alledaagse vraag zoals … wat zullen we eten, wat gaan we doen vandaag …
 
Wellicht vanuit dit besef: dat je een antwoord moet vinden op de vraag wie Jezus voor je is … geeft de leefregel van de Karmel voor karmelieten en karmelietessen een heel duidelijke raadgeving mee: “Dag en nacht zal je het Woord van God overwegen en waken in gebed”. Ik hoor jullie nu, vanachter je mondkapjes, al monkelen: doe maar he paters, jullie hebben er de tijd voor. Maar wij…
 
Ja … wat moeten jullie doen? Mensen die proberen binnen een soms toch wel wat turbulente moderne wereld je christen zijn te beleven. Wel heel eenvoudig hetzelfde: elke christen zou geregeld echt intens moeten luisteren naar het Woord Gods; naar het woord van de H. Schrift. Minstens elke zondag wanneer we hier eucharistie vieren luisteren we samen al naar enkele stukjes uit de Schrift. Luister er goed naar. Denk er zelf ook over na. Laat de teksten neerdalen in het hart. Daarom is – naast de gebeden en de zang ook de stilte zo belangrijk. Niet enkel na het te communie gaan, maar ook na de woorddienst. Ons hart heeft tijd nodig om met de heer Jezus en met Gods Woord om te gaan.
 
“Maar gij wie zegt gij dat ik ben?”, vraagt Jezus aan zijn apostelen. Petrus geeft het antwoord. “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Dit antwoord lag niet voor de hand. Het is een gelovig antwoord, waarvan Jezus zegt dat het hem door de Vader is ingegeven. Maar wellicht kan Petrus dit antwoord ook geven vanuit zijn luisteren naar Jezus, vanuit zijn intense omgang met Jezus. Jezus is voor Petrus zijn Heer, zijn Meester en vooral zijn Vriend geworden. Zo leerde hij Jezus beter kennen. Zo kan Petrus in het evangelie van vandaag zijn antwoord aan Jezus geven.
Daarom zegt ook Teresia van Avila heel kort en bondig: “Met zijne Majesteit, met Jezus, moet je omgaan als met je beste vriend. Soms vertrouw je Hem dingen toe…soms is het gewoon goed en deugddoend om gewoon stil in zijn nabijheid te zijn”.
 
Laten we dus christen zijn niet té moeilijk maken!
 
“Maar gij wie zegt gij dat ik ben?”, vraagt Jezus ook aan mij en aan jullie.
 
Je kan er op antwoorden met de belijdenis van ons credo dat we in de zondagsviering na de homilie uitspreken … woorden die we met ons verstand beamen en in ons hart opnemen en die we samen beleven met andere christenen.
 
Je kan ook woorden zoeken en uitspreken die zeggen dat Jezus je broeder is, je vriend, je Heer en Meester, dat hij het fundament is, de grond van je vertrouwen, het anker van je hoop. Je kan hem danken omdat hij je liefheeft, je verbindt met de Vader en je richt op de mensen rondom je.
 
Petrus kreeg na zijn belijdenis een opdracht van Jezus. Hij moet een gemeenschap vormen die steunt op het woord van Jezus. 
 
Ook jullie en ik, we krijgen van Jezus een opdracht, een sleutel om met medemensen op weg te gaan en bij te dragen dat elk mensenkind eerbied, liefde en gerechtigheid mag ervaren en om hen de liefde van Jezus te laten ervaren. We kregen van God, bij ons doopsel, een sleutel om de harten van anderen te openen voor de Blijde Boodschap.
 
o.a.m.d.g.

Op de foto: Pater Piet Hoornaert

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven