Previous Article Next Article Homilie Pater Paul 1 maart 2020 : 1ste zondag van de veertigdagentijd A
Posted in Homilie

Homilie Pater Paul 1 maart 2020 : 1ste zondag van de veertigdagentijd A

Homilie Pater Paul 1 maart 2020 : 1ste zondag van de veertigdagentijd A Posted on 1 maart 2020

+

Deze eerste zondag van de veertigdagentijd brengt ons bij het paradijs en bij de woestijn. Wij ontmoeten er de eerste Adam en Christus, de nieuwe Adam.

Het paradijsverhaal is een rijk verhaal met veel wijsheid en stelt aloude vragen: Waarom is er goed en kwaad? Wanneer is het kwaad begonnen? Ligt de wreedheid en de agressie bij de mens in de lange strijd tijdens zijn evolutie om stand te houden en in leven te blijven? Komt het kwaad van buitenaf, van een verleider, giftig aanwezig als een sissende slang?

In de Bijbel is de mens iemand die kan kiezen. Hij kan verleid worden door het kwade en geïnspireerd door het goede. Er is geen vrijheid denkbaar zonder dat in je verbeelding zowel goede als slechte gedragsmodellen voor komen.
Adam en Eva krijgen (Gen. 2-3) de opdracht de tuin van Eden ‘te bewerken en te beheren’ (Gen. 2,15). Deze tuin staat voor de wereld die God ons mensen heeft toebedacht. Hij is tegelijk een ‘tuin van God’ waarin God ons mensen nabij wil zijn. De ‘tuin’ is een beeld voor de wereld van genade en heil waartoe de Schepper ons geschapen heeft.

In het paradijsverhaal is er slechts één boom waarvan de mens de vruchten niet mag eten: “de boom van de kennis van goed en kwaad” (Gen. 2,17). Hiermee wordt duidelijk dat ieder van ons vrij zijn eigen leven mag bepalen, maar dat je niet mag proberen de plaats van God in te nemen en de macht op te eisen om naar eigen goedvinden te bepalen wat goed is en kwaad.

Het paradijsverhaal in de Bijbel is tevens het verhaal van het verlies van de onschuld. Het doorbreken van de onschuld betekent een breuk. Je beseft daardoor wie je eigenlijk bent: naakt en onbeschut. De naakte mens kan schoon zijn. Maar onbeschermd is hij zo broos. De tederheid, opgeroepen door de naakte huid, kan vlug ontaarden in geweld en misbruik. Tederheid en wreedheid kunnen dicht bij elkaar liggen.
Het gaat in het paradijsverhaal over de tegenstelling tussen leven met of zonder God. Het stelt meer religieuze vragen dan morele vragen. Wil ik leven in verbondenheid met Hem, zijn openbaringswoord ontvangen en mijn leven richten naar zijn tien levenswoorden? Onder God staan, dat is niet negatief. Ik hou niet op te bestaan door te aanvaarden dat ik geschapen ben en dit uit liefde. Liefde wordt geschonken, liefde bevrijdt. Wanneer de liefde verdwijnt, wordt de tuin een woestenij.

Op Aswoensdag klinkt de oproep van Jezus: “Bekeer u en geloof in de blijde boodschap” (Mc. 1,15).
Hij verklaart dat Gods heerschappij aangebroken is en dat hij deze naderbij brengt. Jezus kwam om Israël te verzamelen. Hij wou dat de steppe opnieuw zou bloeien.

In wat Jezus had gehoord over Johannes de Doper vond hij dat het Koninkrijk Gods aan het komen was en dat het volk klaar was voor vernieuwing. Bij zijn doopsel kiest Jezus er dan ook voor om de wil van God te doen.
Daarvoor gaat hij op weg. Het wordt een onzeker zwerversbestaan doorheen Galilea samen met de leerlingen die hij kiest.

Met zijn doopsel bij Johannes gaf Jezus te kennen dat hij open stond voor Gods liefde, voor een leven in verbondenheid met Hem. Toch ging dit niet zonder problemen. Dit wordt met het verhaal over de bekoring duidelijk aangetoond.

De verleider wil Jezus afhouden van zijn opdracht.
Hij test Jezus drie keer: hij probeert het driemaal en krijgt telkens een woord uit de Schrift als wederwoord.
Jezus toont daarmee aan dat hij de Schrift kent en er naar leeft.

De bekoring gaat over iets zeer fundamenteels, trouw blijven aan God. Het is de bekoring waarmee het volk in zijn geschiedenis meer dan één keer is geconfronteerd. Het zijn vragen voor de Kerk vandaag, die zich ook min of meer in een woestijn bevindt. Kiezen we de weg die ons dichter bij Jezus en zijn boodschap brengt … of kiezen we de andere richting, van Hem weglopen…

Jezus is gezonden om ons bijeen te brengen, wij die alleen aan God eer willen geven en hem als enige Heer erkennen.
Jezus zal zijn zending niet gebruiken voor zichzelf. Hij zal zich niet van God bedienen tot eigen voordeel.
Het gaat er vooral om zich met al zijn krachten voor God in te zetten. Gedurende gans zijn leven moet Jezus hiervoor kiezen. Dezelfde keuze moeten wij ook maken!
Gaan we met hem mee op deze weg?

o.a.m.d.g.

Download of print deze homilie als pdf

“Christus in de woestijn – de schorpioen” © Stanley Spencer
Overzicht van alle homilieën.
Secured By miniOrange