Homilie Pater Paul 19 juli 2020 : 16de zondag door het jaar A

+
Jezus verkondigde zijn boodschap over het Koninkrijk van God het liefst in parabels. ‘Hij sprak uitsluitend in gelijkenissen tot de menigte’, zo staat het letterlijk in het evangelie. Alles samen vertelt Hij er zo’n veertigtal, allemaal gebaseerd op een herkenbare werkelijkheid. Onkruid tussen het graan, een klein zaadje dat uitgroeit tot een stevige boom, gist die de bloem doet rijzen … Jezus gebruikt meerdere beelden om over het rijk der hemelen te spreken. Dit is best zo. Het laat zich niet in één beeld vatten.  In het evangelie vandaag krijgen we drie verschillende beelden over dit rijk, dat hier op deze wereld aan het groeien is. Ze zijn weinig spectaculair. Een beetje gist in het deeg, een mosterdzaadje in de groentetuin, een korenveld, met onkruid tussen het tarwe. Jezus spreekt over kleine dingen, waar veel toekomst insteekt, van zaad met kiemkracht dat aan de aarde moet worden toevertrouwd, van gist in het meel en het wonderbaar proces van het deeg. Van die drie beelden, mosterdzaadje, gist in het deeg en het tarweveld, krijgt het derde de meeste aandacht, vooral wegens het onkruid tussen de tarwe.
 
Herkenbaar is de vraag die de knechten aan de zaaier stellen: ‘Heer, gij hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid?’ Een heel herkenbare vraag. Het is een vraag die ook wijzelf wel eens stellen wanneer er dingen fout lopen. ‘Heb je wel genoeg gestudeerd?’ ‘Heb je niet te onvoorzichtig gereden?’ ‘Is dit ding wel oke? We hebben er anders wel genoeg voor betaald’, als iets niet wil werken zoals we verwachten. ‘Betaal ik niet te veel belastingen?’ Je kan zelf ook wel zulke vragen bedenken. Ze maken gewoon deel uit van onze reactie op de werkelijkheid. Zo is ook de parabel van het onkruid tussen de tarwe: hij schetst een herkenbaar beeld van de werkelijkheid.
 
Hoe we het ook draaien of keren: er zijn niet alleen maar goede dingen in de wereld, maar ook kwaad is aanwezig. We stellen daarbij dan soms de vraag waar al dat kwaad vandaan komt. Jezus geeft een antwoord dat ons vandaag misschien wat vreemd kan klinken. ‘Van de duivel’, zegt Jezus, en daarmee bedoelt Hij het kwade in de mens zelf. Want, laten we het gewoon durven toegeven: goed en kwaad is in elke mens aanwezig, dus ook in ons. Niemand is altijd en in alles goed, doet alleen maar goede dingen. Elke mens, dus ook ieder van ons, wordt voortdurend tot keuzes verplicht. Ieder van ons weet ook: de keuzes die we dan maken zijn niet altijd moreel hoogstaand.
 
De parabel van het onkruid in de tarwe is ook een beeld van onszelf. Ook in ons zit onkruid. Zelfs als we het echt niet willen zaaien steekt het dikwijls zijn kop op. Want wij zijn niet volmaakt, we gaan bijlange niet altijd de weg die we als christen zouden moeten gaan. We worden dikwijls afgeleid van die weg, want andere wegen trekken ons aan, we laten ons door van alles meeslepen, niet altijd door het goede…
 
Gelukkig worden we daar niet altijd direct om veroordeeld. Niet door onze medemensen, niet door God. Dat komt heel sterk tot uiting in de eerste lezing. ‘Met veel zachtheid spreekt Gij uw oordeel uit en Gij leidt ons met mildheid en genade’, zegt Wijsheid over God. Hij is dus veel te goed, veel te zacht en veel te liefdevol om ons direct te veroordelen. Telkens opnieuw geeft God ons nieuwe kansen. Net zoals de heer in het evangelie. Die wil niet dat zijn knechten het onkruid uit de tarwe wieden, want dan trekken ze misschien ook de tarwe uit.
 
Bovendien, wie zegt er dat er van dat onkruid niet iets goeds kan komen? Misschien kan het gebruikt worden als veevoeder, of misschien kan het zo sterk vermalen worden dat het als meststof kan gebruikt worden. Ook dat sluit direct aan bij de werkelijkheid. Hoeveel mensen die de verkeerde weg zijn opgegaan keren niet op hun stappen terug om anders te worden, om geen fouten meer te begaan, om goed te zijn? Wanneer we door God niet veroordeeld worden, maar altijd nieuwe kansen krijgen …. moeten wij dat dan wel mensen rondom ons voor hun fouten veroordelen?
 
Zusters en broeders, laat het oordelen maar aan God over. Hij kijkt veel verder dan wij, en zijn blik wordt niet verdoezeld door wrok, door eigenbelang, door eigen groot gelijk. Hij kan zien dat uit elk klein zaadje van goede wil een sterke boom kan groeien, en dat gelijk welke gist met rare smaak heel goed gebak kan voortbrengen. Als ook wij zo proberen te kijken zal het Koninkrijk van Gods liefde en vrede alleen maar groeien.

 

deze homilie als pdf

 

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven