Homilie Pater Paul 15 augustus 2020 : Hoogfeest Maria Ten Hemelopneming

+
15 augustus, zoals elk jaar, vieren we het vervulde leven van Maria. Ze is bij de Heer, zij is waar wij als christen allen eens hopen te mogen komen. In de eucharistie bidden wij: “Schenk ons de vervulling van onze levenslange hoop: overvloedig leven in uw heerlijkheid.”
De schrijver van de Apocalyps, de eerste lezing van vandaag, ziet een vuurrode draak met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon. Een monster dat met zijn staart een derde van de sterren aan de hemel meesleept en ze op de aarde smijt … Dit visioen heeft de schilders, vooral deze van de barok, beïnvloed en geïnspireerd om de tenhemelopneming van Maria en haar kroning in de hemel uit te beelden. 

 


Ik kan niet aan de verleiding weerstaan even naar het retabel van het Lam Gods te gaan van de gebroeders Van Eyck: Maria is twee keer afgebeeld. Op de achterkant, wanneer het retabel gesloten is, zien we het tafereel van de boodschap. De engel Gabriel groet Maria, de Heilige Geest overschaduwt haar. Een tussenruimte schept een afstand. Maria, ze staat aan het begin van het Nieuwe Testament. Het is de uitbeelding van het Evangelie van vandaag.

 


Wanneer het retabel geopend is, zien we links in het centrale bovengedeelte Maria ingetogen zitten, in het blauw gekleed met een vroom boek in de hand en een kroon op het hoofd. Boven in het midden troont Jezus, de Pantocrator, een tiara op het hoofd, een kroon voor zijn voeten. Rechts van Jezus is het luik met Johannes, in het groen gekleed, zacht verwijzend naar Jezus. Jezus Christus is de centrale figuur, als lam geofferd. Het lam staat op de troon, geprezen door engelen en met mensen uit alle volken en talen (Apoc. 7,9-12). Beeld van het vervulde leven van Maria.


 

Hans Memling, Johannesretabel, detail

Maar het beeld dat de Apocalyps ons in de liturgie van vandaag brengt blijft ook overeind. En wellicht vraag je je af waar Johannes, de schrijver van het boek van de Openbaring, toch die fantasie vandaan haalt. Maar het is helemaal geen fantasie, integendeel, het is keiharde werkelijkheid.
Want die draak staat symbool voor het monster dat doorheen de eeuwen tot op vandaag de mens heeft geteisterd. Het monster van moord en doodslag, van honger, onderdrukking en vervolging, van oorlog en uitmoording. Het vreselijke monster is er vandaag nog steeds en zet ook nu zijn lugubere werk verder: in Beiroet en op zoveel andere plekken in onze wereld, maar ook doorheen armoede en ellende door covid-19. Je kan door zoveel monsters getroffen worden. De draak heeft immers veel meer dan zeven koppen.
Wanneer je de eerste lezing van deze hoogdag een beetje laat doordringen, dan word je er, door die verwijzing naar het kwaad, niet bepaald vrolijk van. Misschien daarom dat we na het Onze Vader uitdrukkelijk in iedere eucharistie bidden: “verlos ons van alle kwaad”.
 
Maar er is ook het evangelie van dit hoogfeest: een verhaal met een heel andere teneur … het is het mooie en lieflijke verhaal over een jonge vrouw die door haar oudere nicht vereerd wordt, en die zelf God vereert. Van een engel heeft ze de boodschap ontvangen dat ze de moeder zal  worden van de Zoon van God. Een ongelofelijke boodschap, want wie is zij? Een heel doorsnee jong meisje. Niet van adel en nog minder van koninklijken bloede. En dat is revolutionair, want in die tijd telde een vrouw helemaal niet mee, zeker geen onbekend meisje van lagere stand. Het is dan ook niet verwonderlijk dat heel wat mensen zich afvragen: die Jezus, is dat nu de Messias op wie we al zolang wachten. “Hij is toch de zoon van de timmerman en van Maria?”, zeggen zijn dorpelingen zich. Hun conclusie ligt voor de hand: “Waar haalt hij dan de pretentie te denken dat Hij de Gezondene van God is?”
Dat Maria uitverkoren wordt, toont echter aan dat God het juist opneemt voor kleinen en geringen, voor heel gewone mensen en daar is zij zich ook van bewust. Dat blijkt overduidelijk uit haar lofzang. Daarin juicht Maria van vreugde omdat God welwillend neerziet op haar kleinheid, terwijl Hij hen die zich verheffen uiteendrijft, heersers van hun troon stoot, en geringen verheft Hij. Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven, maar rijken stuurt Hij weg met lege handen.
 
Zusters en broeders, misschien zijn we er ons niet van bewust, maar dat Maria ten hemel is opgenomen geeft ons de heerlijke zekerheid dat ook ons eeuwig leven in Gods handen ligt. Wat we daarbij niet mogen vergeten is dat Maria in haar lofzang de weg naar dat eeuwig leven aanwijst: geen weg van macht, van trots, van eigenbelang, van rijkdom en bezit, maar van nederigheid, van geloof, van vertrouwen in God de Heer die het opneemt voor eenvoudige, nederige, gelovige mensen.
Laten we bidden dat Maria ons zou bijstaan op onze weg naar God. Amen

 

 

o.a.m.d.g.

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven