Homilie Pater Paul De Bois 10 januari 2021 B-cyclus : Doop van de Heer

+
 
Ik wil vandaag graag vertrekken vanuit de lezing uit de profeet Jesaja. Het is één van de boeken uit het Oude testament dat we misschien wel het best kennen. We horen in de liturgie dikwijls uit dit boek. Het wordt wel eens ‘het evangelie van het Oude Testament’ genoemd, omdat Jesaja zoveel nadruk legt op Gods genade en liefde. Jesaja kennen we van de vele mooie poëtische beelden die worden verwerkt. Boven alles echter gaat het de profeet om gerechtigheid.
 
In de lezing van vandaag gaat het over de dienaar Gods, waarvan gezegd wordt dat Hij op aarde gerechtigheid zal laten zegevieren; Hij zal teken van verbondenheid zijn; een licht voor de volken.
 
Deze lezing heb ik niet gekozen, ze staat in de liturgische kalender van de zondag van “de doop van de Heer” in de B-cyclus. Maar ze kan geen groter contrast vormen met de uitwassen van leiderschap zoals we die de voorbije week gezien hebben. De profeet Jesaja heeft het niet over een brutale machtsmens, maar over iemand zonder naam: gedreven door recht en gerechtigheid. In een relatief korte tekst komt dat meerdere keren naar voor: de zorg voor recht en gerechtigheid. Niet zomaar, maar onvermoeibaar is de inzet van de Dienaar voor recht en gerechtigheid.
 
Maar wie is dan die ‘Dienaar Gods’ waarover de profeet spreekt? Het gaat om iemand die je heel gemakkelijk voor een zwakke figuur kan zien: iemand die geen geweld hanteert maar integendeel zich buigt over gebroken en geslagen mensen. Iemand met aandacht voor het geknakte riet, die met zorg het kwijnende vlaspitje tot zich neemt zodat het niet uitdooft.
 
De Dienaar is beeld van een mens vervuld van Gods Geest: “Hij schreeuwt niet en verheft zijn stem niet. Het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven”.
 
Wie is die Dienaar ? De klassieke Joodse bronnen identificeren de (lijdende) dienaar, de knecht des Heren, met de Messias. In alle geval is de dienaar een instrument in de handen van God: Hij voert zijn wil uit en verwijst naar Jezus.
 
Jezus die tot bij Johannes komt om zich te laten dopen in de Jordaan. Jezus, niet gekomen om gediend te worden, maar om zelf te dienen tot het uiterste toe: Hij heeft mensen bevrijd van hun angst. Hij heeft zieken genezen, Hij bracht troost en ontfermde zich over al wie naar Hem toekwamen. Dat is toch wat telkens weerkeert in de evangelies: hoe Jezus in volle dienstbaarheid begaan is met mensen, zonder onderscheid te maken.
 
Aan de Jordaan, wanneer Jezus zich door Johannes laat dopen klinkt een stem uit de hemel die tegen Jezus zegt: “Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” Jezus is Gods Zoon. En die Jezus zal zelf niet met water dopen, maar met de heilige Geest.
 
Ook wij zijn gedoopt. Gedoopt met de heilige Geest … met de Geest van Jezus. De Geest die onze Helper is op onze levensweg; de Geest die ons helpt om onszelf rond de Dienaar Gods te scharen. De Geest die ons helpt om zo goed als we kunnen te leven zoals Jezus Christus: vanuit zijn gezindheid zo mooi al door Jesaja beschreven.
 
Ieder van ons weet wat dat betekent: we kennen de verhalen uit het leven van Jezus maar al te goed. We weten wat we te doen en te laten hebben opdat ook wij “Gods uitverkorenen in wie Hij welbehagen vindt” zouden worden.
 
Zowel in de eerste lezing vandaag als in het evangelie klinken woorden die niet enkel over Jezus gezegd worden, maar over alle mensen.
 
Misschien moeten we ons eens een keer meer durven afvragen of wij er iets van maken of wij werkelijk proberen mensen te zijn van recht en gerechtigheid. Brandt er iets van het vuur van Gods liefde in ons?
 
Een nieuw jaar ligt weer eens voor ons open. Wat het deze keer allemaal zal brengen weten we ook nu niet. Maar een nieuw jaar brengt dikwijls ook goede voornemens met zich mee. Ze stonden in alle toonaarden op de nieuwjaarswensen die we elkaar toegezonden hebben: goede gezondheid voorop. Dat mag ook wel in de gegeven omstandigheden.
 
Maar misschien “mag het ook ietske meer zijn” …
 
Ik heb voor mezelf een klein voornemen gemaakt … ik weet zelfs niet écht of ik het tot een goed einde zal brengen. Ik hoop het, met de hulp van Gods genade. Hulp die we aan het begin van elk gebedsmoment vragen.
 
Mijn gemaakte voornemen: moge 2021 een jaar zijn waarin ik de woorden van de Heer ter harte neem en ze waar mogelijk ook daden laat worden.
 
Waar ik dan moet op letten? Jesaja beschreef het voor me in de eerste lezing van vandaag. Eigenlijk komt het neer op in het spoor van Jezus aandacht hebben voor elke mens met een voorkeur voor de broze, de zwakke mens. Roger Burggrave spreekt van “Jezus als antiheld van de kleine goedheid”.
 
Zou het dan kunnen dat ik iets meer zal leven als Gods veelgeliefde in wie Hij welbehagen heeft … op wie uiteindelijk ook iets van zijn Geest rust? Ik hoop het.
 
Het is alvast een goed voornemen toch? Ik nodig iedereen uit dat voornemen met me te delen: als Gods veelgeliefden proberen te leven naar de woorden en de daden van Jezus. 
 
 
o.a.m.d.g.

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven