Homilie Pater Paul De Bois 6 juni 2021 : 10de zondag door het jaar B

+

Doe je niet te veel, werk je niet te veel, eet je wel voldoende, slaap je wel goed? Het zijn vragen die we wel eens krijgen van bezorgde familie en vrienden. Is er zoiets van deze ongerustheid aanwezig wanneer de verwanten van Jezus naar hem toegaan? Is hij is niet te drukdoende? De mensen verlangen zoveel van hem. Kijk, hij heeft zelfs geen tijd om te eten. Is hij zich niet aan te verwaarlozen en zich aan het vergalopperen? Wat zegt Hij daar allemaal?
 
Het beeld van “de zoete Jezus” is in het Evangelie niet te vinden. Er zijn mensen die ferm aanstoot nemen aan Jezus en zijn boodschap. Dat zijn niet alleen maar de schriftgeleerden en de Farizeeën. Ook zijn familie is bezorgd: “Toen zijn verwanten er van hoorden, gingen ze op weg om Hem, desnoods onder dwang mee te nemen, want volgens hen had Hij zijn verstand verloren.
 
Zijn familie is bezorgd: ze vragen zich af of Hij gek is geworden? De Schriftgeleerden beweren dan weer dat Hij bezeten is door de baas van de demonen. Jezus reageert hier scherp op: “alle wandaden en godslasteringen, hoe erg ook, kunnen mensen vergeven worden, maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest, krijgt in alle eeuwigheid geen vergeving”.
 
Jezus heeft niet het succes voor ogen, Hij weet dat ook tegenkanting zijn deel zal zijn. Het levensideaal van Jezus wijkt dan ook sterk af van het vertrouwde. Dat maakt mensen onzeker… ook sommige toehoorders en een deel van zijn familie weet het niet meer en ze denken daarom dat Jezus zot is geworden. Hij wijkt zo duidelijk af van het gewone patroon!
 
Jezus antwoordt op de beschuldiging van de Schriftgeleerden. Hij gebruikt daarvoor korte parabeltjes, waarmee hij iets belangrijks wil uitdrukken.
 
Wat mensen je in het gezicht zeggen, kan je niet onbeantwoord laten. Jezus gaat in op hun redenering en doet hen inzien dat een verdeelde Satan een verloren Satan is en bijgevolg een overwonnen Satan. Hij beschouwt zich als degene die de Satan reeds heeft weerstaan in de woestijn (Mc.1,12-13) al beweren de Schriftgeleerden dat hij door Satan is bezeten… Hij is drager van de Geest. “Door Jezus doen te duiden als het werk van Satan in plaats van de heilige Geest in hem, sluit een mens zich definitief af voor wat Jezus te zeggen heeft. De kern van de boodschap is immers vergeving van zonden en gave van de heilige geest – de twee kanten van één medaille”.
 
Jezus is begonnen met het stichten van een nieuwe gemeenschap. Hij heeft daarvoor zijn thuis verlaten. Als twaalfjarige liet hij reeds aanvoelen dat hij afstand nam. Jezus was celibatair en die levenskeuze was ongewoon. Had hij geen verplichtingen als eerstgeborene tegenover zijn familie? Is het daarom dat Maria en zijn broeders naar Kafarnaüm zijn gekomen? Ze staan buiten. Kan wie buiten staat en daar blijft, verstaan wat er binnen gebeurt? Het volk staat rondom Jezus en het zorgt voor de communicatie tussen hem en de familie. Jezus antwoordt al met zijn blik. Heel krachtig zegt hij wie tot zijn familie behoort. Niet degene die voor hem kiezen maar die samen met hem de wil van God volbrengen. Zijn moeder en bloedverwanten zijn daartoe uitgenodigd. Zoals ook wij nu.
 
Marcus schrijft steeds naar zijn lezers en toehoorders toe opdat zij zouden kiezen om Gods wil te doen. Marcus vernoemt enkel op deze plaats Maria, de moeder van Jezus. Zoals bij het huwelijksfeest in Kana klinkt in Kafarnaüm een woord van Jezus tot zijn moeder dat eerder afstand schept. Maar Maria is de vrouw, die als moeder van Jezus tevens zijn volgeling is geworden. “In het verloop van zijn prediking nam zij de woorden op, waarmee de Zoon om de verhevenheid van het Rijk boven alle banden van vlees en bloed te doen uitkomen, degenen zalig noemde die Gods woord aanhoren en onderhouden, zoals zij zelf het met getrouwheid deed” (Lumen Gentium, 58).
 
o.a.m.d.g.

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven