Homilie Pater Lukas Martens 30 januari 2022 : 4de zondag door het jaar C

Bekering

Woensdag is het weer lichtmis, de opdracht van de Heer in de tempel. De bejaarde Simeon zal zijn profetie laten horen over het kleine Kind: ‘Dit Kind zal een teken van tegenspraak zijn. Het zal openbaren wat er in de harten omgaat’. Jezus openbaart wat er omgaat in het hart van zijn dorpsgenoten. Zij zijn jaloers. Jezus heeft in Kafarnaüm zoveel wonderen gedaan en blijkbaar wil Hij dat niet doen hier in zijn vaderstad. Maar samen met die jaloersheid is er ook ongeloof. De passage uit de profeet Jesaja, die Jezus in de synagoge voorlas en zijn commentaar daarop, toonden aan dat Jezus Zichzelf als de Messias ziet. ‘Maar dat kan toch niet’, reageren de mensen van Nazareth boos, ‘Hij is toch gewoon de zoon van Jozef. Wat voor een pretentie heeft die Jezus? Voor wie houdt Hij zichzelf wel?’ Bij dat ongeloof ligt er dan weer een stuk onwil tot bekering. Als God een beetje veraf blijft en vaag, dan is het gemakkelijker om met Hem te leven, dan kan men gewoon verder doen wat men doet. Maar als God dichterbij komt, meer concreet wordt, dan is dat veeleisender. Dan vraagt dat bekering.

God roept

Dat God dichtbij komt, dat Hij meer concreet wordt, gebeurt o.a. wanneer Hij iemand roept om in zijn dienst te staan. Dat zien wij doorheen de geschiedenis tot op vandaag. Mensen weten zich op een heel bijzondere manier aangesproken door God. En dat brengt een ommekeer teweeg in hun leven. Elke geroepene kan hiervan getuigen. Bij de profeet Jeremia zien we dit duidelijk. God zegt tot Hem: ‘Voordat Ik u in de moederschoot vormde, kende Ik u. Voordat ge geboren werd, bestemde Ik u tot profeet.’ En dit was voor Jeremia helemaal niet evident: hij was een verlegen, schuchter man. Hij was gevoelig van aard en niet erg communicatief. En toch moet hij Gods woordvoerder zijn voor edelen en koningen. God kiest anders dan wij dat zouden doen, want Hij is bij machte zwakke mensen bij te staan, te maken tot een ijzeren zuil en een koperen muur. En dit zal nodig zijn want Jeremia zal veel tegenkanting ondervinden. Daarom is Jeremia de profeet die het meest met Jezus kan vergeleken worden.

Gevaar van de gewoonte

We gaan nog even terug naar de bekering die God vraagt. Het feit dat de mensen van Nazareth in Jezus niet de Messias herkennen, kan ook te maken hebben met een stuk gewoontevorming. Zij kennen Jezus té goed, Hij was voor hen té gewoon, niets opvallends aan Hem. Welnu, ook bij ons kan er zich een zekere gewoontevorming voordoen, zodat wij de kostbaarheden van het geloof niet meer waarderen. Zo gaat het met het bestaan van een God die onvoorwaardelijk liefheeft en ons rakelings nabij is, dichter bij ons dan wij durven dromen. Zo gaat het met een God die aanwezig is, telkens er twee of meer mensen in Zijn Naam samen zijn. Zo gaat het met een God die zich aan gelovige mensen wil meedelen in de sacramenten van de Kerk. Dat kunnen wij op de duur allemaal normaal vinden, terwijl het zeer bijzonder is en onze blijvende verwondering zou mogen opwekken. Daarom is het dat Jezus meer geloof vindt bij vreemdelingen dan bij eigen volksgenoten.

Liefde is…?

En om te eindigen, kunnen we dit nu ook doortrekken naar wat Paulus schreef in zijn brief aan de Korintiërs. Als wij vandaag spreken over liefde, dan kan dit op vele wijzen ingevuld worden. Iedereen kan zijn eigen invulling geven aan dit woord. Maar Paulus omschrijft dit woord liefde door er vijftien eigenschappen van te vermelden. ‘De liefde is niet afgunstig, zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij verheugt zich over de waarheid, zij verdraagt alles… enz.’ We kunnen ze voor onszelf nog eens nalezen in 1 Kor. 13. Dit kan ons helpen om te onderscheiden hoe het met de kwaliteit van onze liefde staat. Maar de eerste bedoeling van Paulus is om ons aan te tonen hoezeer God zelf die liefde is. In de plaats van het woordje ‘liefde’, mogen wij telkens ‘God’ invullen. Dat is de wijze waarop God ons het eerst liefheeft. Ons antwoord kan dan een vorm van wederliefde zijn, zoals Jezus ons vraagt: ‘Zoals Ik u heb liefgehad, zo moeten ook jullie elkaar liefhebben.’ En ook hierin ligt nog een diepere betekenis: Jezus deed niets uit zichzelf. Zijn liefde voor ons was helemaal bezield door de heilige Geest, met wie Hij gezalfd was. Zo mag het ook bij ons zijn: zo open voor Gods liefde, dat we kunnen liefhebben met de liefde van de Heer. Daarom zegt Paulus: ‘de liefde van God is in ons hart uitgestort, door de heilige Geest die ons werd geschonken. Die liefde laat ons niet meer met rust.’
 
Moge de Heer ons in deze eucharistie komen sterken opdat ook wij op onze manier een kleine profeet kunnen zijn in onze omgeving, in deze tijd.

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven