Homilie Pater Lukas Martens 27 maart 2022 : 4de zondag van de veertigdagentijd C

Eindelijk thuis
 
Wellicht verlangen vele vluchtelingen uit Oekraïne ernaar om zo vlug mogelijk weer thuis te komen in hun eigen land. Eindelijk thuis, zo was de titel van het boek dat Henry Nouwen schreef over de parabel van de verloren zoon. Eindelijk thuis: zo mochten de Israëlieten zeggen, na 40 jaar rondzwerven in de woestijn, toen zij door het water van de Jordaan, het beloofde land introkken en eten van de vruchten van eigen grond. ‘Eindelijk thuis’ mogen christenen zeggen die door het doopsel als een nieuwe schepping binnengaan in de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods. Thuiskomen.
 
Geleidelijke openbaring
 
Dat was de bedoeling van de lange heilsgeschiedenis waarin God Zichzelf geleidelijk openbaart. Want Zijn gedachten en Zijn wegen zijn zo anders dan die van ons. Het is Gods pijn te moeten vast stellen hoeveel moeite mensen hebben om weer op Hem te leren vertrouwen. Dat is zo mooi uitgetekend in de parabel van de verloren zoon.
 
De jongste zoon
 
De jongste zoon kent het hart van zijn vader niet. Hij denkt dat de liefde van de vader verdiend moet worden en dat vindt hij te moeilijk. Daarom eist hij zijn deel van de erfenis op en zegt hij zijn vader vaarwel. Daarmee verklaart hij zijn vader dood, voor hem bestaat hij niet meer. Deze zoon gaat zijn eigen weg, maar hij komt terecht in diepe ellende. Zijn besluit om naar zijn vader terug te keren is alleen maar berekening. Hij wil hoe dan ook voldoende te eten hebben.
 
De oudste zoon
 
De oudste zoon kent het hart van zijn vader ook niet. Hij denkt dat de liefde van de vader verdiend moet worden en daarvoor werkt hij en mort hij als anderen iets onverdiend van de vader ontvangen.
 
Beiden verloren
 
We kunnen zeggen dat beiden dezelfde relatie hebben tot hun vader. En de vader laat begaan, laat zijn zonen doen wat ze denken te moeten doen. Maar het is met pijn in het hart, want hij voelt dat zij niet open zijn om zijn liefde te ontvangen. Zijn liefde dringt niet tot hen door, hun hart blijft van steen. Zij zijn beiden ongelukkig, verloren.
 
Terugkeer
 
En de vader wacht met veel geduld op de terugkeer van zijn beide zonen. Hij kijkt elke dag uit naar hun thuiskomst. Als hij zijn jongste zoon op een bepaalde dag ziet aankomen, snelt naar hem toe, vliegt hem om de hals, kust hem hartelijk, laat hem het mooiste kleed aantrekken, steekt een ring aan zijn vinger en doet hem sandalen aan. Zijn zoon heeft geen kans om zijn zonden te belijden. Het feestmaal kan beginnen.
 
Zo is de God van de Bijbel: meelijdend, teder, Hij telt de fouten van zijn kinderen niet, Hij werpt ze zo ver mogelijk van Zich weg, bij Hem komt het niet aan op verdiensten, want zijn liefde is onvoorwaardelijk. Zou de jongste zoon dit nu eindelijk begrepen hebben? Komt hij eindelijk thuis in het hart van zijn vader?
 
De oudste zoon heeft gewerkt op het land, komt ook terug thuis, hoort muziek en dans en verneemt dat zijn broer is thuisgekomen en dat voor hem een feestmaal is aangericht. Hij wordt kwaad en wil niet naar binnen. Ook voor deze zoon komt de vader zelf naar buiten en krijgt van hem te horen: ‘al zoveel jaren werk ik voor u en nooit heb ik uw geboden overtreden. Toch heb je mij nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren.’ Het antwoord van de vader is pakkend: ‘mijn jongen, jij bent altijd bij mij en alles wat van mij is, is van jou. Maar we konden niet anders dan feestvieren, want je broer was verloren en is teruggevonden.’ Zal deze oudste zoon zich nu gewonnen geven aan de liefde van zijn vader? Zal ook hij eindelijk thuiskomen in het hart van zijn vader?
 
Een God die een echte vader is
 
Het heeft alles te maken met ons beeld van God. Vertrouwen wij echt op de liefde van de Vader? Durven wij ons door Hem bemind weten één van zijn kinderen? En zijn wij ook bereid om instrumenten te worden van Zijn liefde voor armen en ongelukkigen, voor jongste en oudste zonen?
 
Wonen in God
 
‘Alles wat van mij is, is ook van jou!’, dat zegt God tegen ons in elke Eucharistie. ‘Alles wat van Hem is’, dat is zijn enige Zoon. Die Zoon wordt ons geschonken: neemt en eet, neemt en drinkt. We mogen ons in de communie openen voor die onschatbare gave van de Vader aan ons. Jezus zegt: ‘Ik ben er voor u, aanvaard Mij in geloof.’ Zo schreef Johannes: ‘Als iemand erkent dat Jezus de Zoon van God is, woont God in hem en woont hij in God.’ Dat is het eindelijk thuiskomen dat wij in geloof mogen beleven: God in ons, wij in Hem. En zuster Elisabeth schrijft: ‘De Drie-eenheid is het ouderlijk huis dat wij nooit moeten verlaten’. Wij zijn een nieuwe schepping want gedoopt in de Drie-ene God. Daarom mogen wij in de vreugde die het geloof ons schenkt maaltijd houden aan de tafel van een liefde die onvoorwaardelijk is.

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven