Homilie Pater Lukas 15 november 2020 : 33ste zondag door het jaar A

+
Altijd weer kunnen wij ons de vraag te stellen: wie is de God in wie ik geloof? Welk beeld van God reikt de Bijbel mij aan. En wat betekent dit dan voor mijn concreet mens en christen zijn.
 
Meteen kunnen we zeggen dat God wil dat wij gelukkig zijn en dat wij daarvoor de goede weg zouden kiezen: “Gelukkig die godvrezend zijt, de weg des Heren gaat”, zingt de psalm. “Deelt in mijn vreugde!” zegt die meester in de parabel. God wil dat ons leven vruchtbaar is voor anderen. God wil ons laten delen in zijn eigen leven, zijn eigen geluk.
 
We kijken naar de parabel: een man vertrouwt zijn bezit toe aan zijn dienaars. Zijn bezit bestaat uit 8 talenten. Dat lijkt niet veel, maar het tegendeel is waar. 1 talent is gelijk aan het salaris van 6.000 werkdagen, dus het loon van een 25-tal jaar werk. Die man kent zijn dienaars goed, hij weet wat ze aankunnen zodat hij aan ieder kan geven naar zijn bekwaamheid. En dan vertrekt hij. Hij zegt aan zijn dienaars niet wat ze met zijn geld moeten doen, geen enkele richtlijn daarvoor. Ze krijgen alle vrijheid om er creatief mee om te gaan. Is dat niet een mooi beeld van God: Hij vertrouwt aan ons mensen toe alles wat Hij gemaakt heeft, heel die mooie wijde wereld. Mensen mogen delen in Gods eigen creativiteit, in zijn scheppend bezig zijn.
 
En nu zien we twee manieren om te reageren. Twee dienaars gaan onmiddellijk met hun talenten aan het werk. Ze zijn dankbaar voor het vertrouwen dat hun meester in hen stelt. Zij waarderen de grote som die hun ter beschikking wordt gesteld. Zij weten dat hun meester er ook hard heeft voor gewerkt. En omdat zij van hun meester houden willen zij hem aangenaam verrassen door hem iets goed aan te bieden wanneer hij terug komt. Zij zijn bezield met liefde en hoop. De derde dienaar daarentegen ziet het anders. Misschien denkt hij: “ik krijg maar één talent. Mijn meester heeft minder waardering voor mij. Hij is een hard iemand, hij is veeleisend, hij wil altijd meer. Dat geeft mij teveel stress. Hij mag al blij zijn dat ik zijn geld goed bewaar om het hem terug te geven.” Deze man doet blijkbaar niet mee met de geest van zijn meester. Hij bewaart alleen maar, zo meent hij in orde te zijn. Die man is bang en dat is het tegenovergestelde van het godvrezend zijn. Godvrezendheid is kinderlijk vertrouwen en ontzag. Die dienaar gelooft niet dat zijn meester hem uit liefde en zorg dat éne talent heeft toevertrouwd, hij houdt niet van zijn meester en hij bezit niet de hoop om hem bij zijn terugkomst aangenaam te verrassen met een goede opbrengst. Dat is dus geen goede manier om mee te werken aan de komst van Gods Rijk. Misschien zocht die man het ook te ver. Wijsheid ligt in de lijn van de eenvoud.
 
Daarover gaat het boek der spreuken. Op het einde van zijn boek plaatst de auteur een hoofdstuk over de ideale vrouw. Zij heeft zich laten doordringen van Gods wijsheid. Zij is vroom, bedachtzaam, toegewijd. Zij vormt het geluk van haar man. Als we kijken naar wat zij doet gaat het om de eenvoudige dingen van het dagelijks leven: het huishouden, de zorg voor man en kinderen, het handel drijven, de zorg voor de armen. Het meewerken aan het Rijk Gods moeten we niet te ver gaan zoeken. Het ligt in de concrete zorg voor mensen die ons zijn toevertrouwd. Of om het te zeggen met fr. Laurent: “we moeten niet van werkzaamheden veranderen, maar wel voor God leren doen wat wij gewoonlijk doen voor onszelf.” We kunnen ook denken aan het spreekwoord: “wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft.”
 
Ja, Gods koninkrijk komt, maar niet zonder ons. God wil ons nodig hebben. Op het einde van Zijn leven zegt Jezus aan Zijn leerlingen: “het komt u niet toe, dag en uur te kennen. Maar gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest om Mijn getuigen te zijn.” Met Paulus kunnen we zeggen: “Gij zult kracht ontvangen om kinderen van het licht te zijn, kinderen van de dag. Laten we niet slapen zoals de anderen, maar waken en nuchter zijn. Want de dag des Heren komt als een dief in de nacht.”
 
Uiteindelijk vat het vers voor het evangelie veel samen. Het woord van Jezus: “Blijft in Mij, dan blijf Ik in u. Wie in Mij blijft, die draagt veel vrucht.” Meewerken aan de komst van het Rijk is dus in Jezus blijven om veel vrucht te dragen. Zoals de twee eerste dienaars hun meester voor ogen hielden die zij aangenaam wilden verrassen bij zijn terugkomst, zo mogen wij Jezus voor ogen houden en alles doen opdat Hij meer gekend en geliefd zou zijn door onze medemensen.
 
Tenslotte nog dit: zoals die meester heel zijn bezit aan zijn dienaars toevertrouwt, zo vertrouwt God Zijn eigen Zoon aan ons toe. Wij zullen Jezus ontvangen in de Communie. Hij is veel meer waard dan 5 talenten. Die grote rijkdom legt de Vader in onze handen en zegt: “Ik geef Hem u tot broeder, tot gezel en meester, tot prijs en beloning”. We mogen leren alles doen met Hem en voor Hem. Dan dragen wij veel vrucht.

 
 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven