Previous Article Next Article Homilie Pater Lukas 3 november 2019 : 31ste zondag door het jaar C
Posted in Homilie

Homilie Pater Lukas 3 november 2019 : 31ste zondag door het jaar C

Homilie Pater Lukas 3 november 2019 : 31ste zondag door het jaar C Posted on 3 november 2019

Wij blijven lezen in de Schriften, week na week, dag na dag. De Bijbel is ons voornaamste houvast, een rots om ons leven op te bouwen en om stand te houden tegen de stormvlagen van zoveel wat ons kan doen opschrikken. Maar soms komen we in de lezingen moeilijke teksten tegen waarvan we ons de vraag stellen: over welke God is hier toch sprake? Belangrijk is daarom de Bijbel voldoende in zijn geheel te bekijken. Hij is gegroeid doorheen vele eeuwen: in het begin kon God nog niet tot mensen spreken zoals Hij dit op het einde kon. Hij moest Zich aanpassen aan de mensen van daar en toen om iets van Zichzelf te kennen te geven. Zo zien we het beeld van God langzaam evolueren doorheen de eeuwen totdat het zijn volle helderheid bereikt in Jezus.

Die groei doorheen de Schrift toont het belang van de lezing uit het boek Wijsheid die wij vandaag beluisterden. Het boek wijsheid is één van de recentste Bijbelboeken (50 voor Christus) en kan dienen als een inrijpoort voor het Nieuwe Testament. Daar krijgen wij een beeld van God dat goed aanleunt bij het beeld van God dat Jezus ons zal brengen. We hoorden het: God is Schepper van alles wat bestaat. Alles wat bestaat is voor Hem maar een stofje op de weegschaal en toch is God ook Diegene die Zich ontfermt over allen, die met veel geduld mensen tot inkeer wil laten komen. Samengevat staat er dat de Heer heerst met liefde. Zijn heersen is een heersen vol mildheid en vol zorg, zo anders dan het er in onze harde wereld aan toegaat. Psalm 145 zingt dat uit: ‘De Heer is vol liefde en medelijden, lankmoedig en zeer goedgunstig, Hij is bezorgd voor iedere mens, barmhartig voor al wat Hij maakte.’

Zoals het boek wijsheid een inrijpoort is voor het Nieuwe Testament, zo was de stad Jericho de plaats langs waar Israël het Beloofde Land is binnengetrokken. Jezus is onderweg naar Jerusalem, de stad die haar profeten doodt. In Jericho begint de laatste rechte lijn op Zijn reis naar Jerusalem dat slechts 35 km verwijderd is van Jericho. Aangezien Jericho 300 m onder de zeespiegel ligt en Jerusalem om een berg is gebouwd mogen we letterlijk spreken van een opgaan naar Jerusalem. Het is ook een goed beeld van wat Jezus wil doen. Hij is gekomen om de laagste/laatste plaats in te nemen, om Zich helemaal solidair te maken met de mensen die aan lager wal zijn geraakt, in de put zitten of aan de kant worden gezet.

Zo komen we bij Zacheus, een rijk man, maar iemand die zich ook arm weet, met de vinger gewezen, uitgestoten uit de Joodse gemeenschap, innerlijk moe, vereenzaamd, verloren. Vandaar zijn verlangen om Jezus te zien, vandaar zijn moed om ondanks de menigte zich toch een weg te banen om Jezus zeker niet te missen. En dan gebeurt het: Jezus kijkt omhoog, roept Zacheus bij zijn naam en zegt: ‘Kom vlug naar beneden, vandaag moet ik in jouw huis te gast zijn.’ Hierin ligt het wonder: hij die Jezus wou zien, mag zich door Hem aangekeken; Hij die Hem wou kennen, beseft nu dat Jezus hem al zo heel persoonlijk kende met zijn eigen naam; hij die zich uitgestoten voelde, mag zich nu uitverkoren weten. Waaraan heeft hij dat verdient, dat Jezus uitgerekend bij hem te gast wil zijn? De ervaring van Zacheus kunnen we duiden met de woorden van psalm 139: ‘Gij kent mij, Heer, en Gij doorschouwt mij, Gij ziet mij waar ik ga of sta, van verre kent Gij mijn gedachten, Gij weet waarom ik bezig ben of rust, Gij let op al mijn wegen. ‘

Laten we nog eens stilstaan bij die zin van Jezus: ‘Vandaag, moet ik in jouw huis te gast zijn.’ Vandaag, wil zeggen: geloof is altijd hier en nu. Het is hier, op de stoel waar wij nu zitten, dat wij Jezus aanwezig mogen weten als Diegene die ons kent en bij ons wil zijn. Het is alleen hier en nu dat wij in contact kunnen treden met Hem. En we kunnen het op een heel bijzondere manier beleven wanneer wij straks de communie ontvangen. ‘Ik moet in uw huis te gast zijn’: o zalig, heerlijk, goddelijk moeten van het Hart van de Heer. Het is Zijn wil, Zijn verlangen om bij ons te zijn, hoe ellendig en armzalig wij ons ook weten, hoezeer ons huis maar een arme stal is, hoe wankel ons huis ook is omdat het op zand gebouwd is. Jezus voelt Zich bij ons thuis, bij ons, zondaars, want zo kan Hij ons tonen wie God voor ons wil zijn.

Als wij zoals Zacheus de Heer zo persoonlijk durven ontvangen in ons eigen huis, kunnen wij ons rijk weten en mild en edelmoedig zijn jegens anderen. In de mate wij ons als zondaars door de Heer bemind weten, kunnen wij ook kiezen voor de zwakken, de armen om ons heen, om hen nabij te zijn. In hen kunnen wij de Heer dienen.

Vandaag, Allerzielen, mogen wij al het goede wat we doen en al het leed dat we dragen ook bestemmen voor hen die ons in de dood zijn voorgegaan. In de gemeenschap van de heiligen blijven wij met elkaar verbonden en kunnen wij allen helpen die nog loutering en bevrijding nodig hebben om helemaal thuis te komen in het beloofde land van de Liefde van de Vader. Zo mogen we met Jezus zoeken en redden wat verloren was.

Download of print deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.