Previous Article Next Article Homilie Pater Lukas 20 januari 2019 – 2de zondag door het jaar C
Posted in Homilie

Homilie Pater Lukas 20 januari 2019 – 2de zondag door het jaar C

Homilie Pater Lukas 20 januari 2019 – 2de zondag door het jaar C Posted on 20 januari 2019

Tot Adam in de tuin van Eden zei God: “Het is niet goed voor de mens om alleen te zijn, Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past.” Mooi hoe God begaan is met het geluk van zijn mensen. Hij wil ons gelukkig zien. De mens is inderdaad niet gemaakt om alleen te zijn, geschapen naar Gods beeld is hij mannelijk en vrouwelijk, elkaar aanvullend. Wij hebben elkaar nodig om Gods liefde te ervaren. De bijbel durft het aan om de liefde tussen man en vrouw te laten verwijzen naar de liefde van God voor zijn volk, voor de hele mensheid. Hij wil de mens opvoeden tot zijn partner. Zo deed Hij met Abraham. Elke huwelijksviering mag verwijzen naar dat plan van God, naar Zijn diepe wens, Zijn verlangen, om met mensen verbondenheid te beleven, teder, intiem, trouw in het verlangen naar elkaar, trouw in de eerbied voor de eigenheid van de ander. Zo horen wij de profeten – en vandaag Jesaja – tot het volk spreken als Gods welbeminde, als Zijn bruid. En er is het Bijbelse Hooglied dat in de joodse gemeenschap elk jaar gezongen wordt in de paasnacht. Het huwelijk is zo mooi, maar ook zo broos, dat weten wij.

Op de bruiloft te Kana maakte Jezus een begin met de tekenen en maakte zo zijn heerlijkheid openbaar zodat zijn leerlingen in Hem geloofden. Dit eerste teken, de verandering van water in wijn, in wijn van de beste kwaliteit en in overvloed, laat Johannes in zijn evangelie verwijzen naar het zevende, laatste en grootste teken: Jezus’ sterven en verrijzen. Het valt op dat in die beide passages gesproken wordt over Jezus’ uur: ‘nog is mijn uur niet gekomen’ en ‘nu is mijn uur gekomen’. Dat uur wordt door de Vader bepaald om Zijn liefde te openbaren in volheid. Wat ook opvalt is dat in beide passages Maria uitdrukkelijk aanwezig is als Moeder van Jezus en als nieuwe Eva bij de nieuwe Adam. In het Johannesevangelie zijn maar twee woorden van Maria bewaard, beide uitgesproken op de bruiloft te Kana: ‘ze hebben geen wijn meer’, gericht tot Jezus en tot de bedienden: ‘Doe maar wat Hij u zeggen zal’. Daar staan we even bij stil.

‘Ze hebben geen wijn meer’: zo brengt Maria de nood van dit echtpaar discreet onder Jezus’ aandacht. Een tekort aan wijn op een bruiloft zou vooral de bruidegom in grote verlegenheid brengen, want het was zijn taak om te zorgen voor de wijn. Als Maria zich tot Jezus richt met haar vraag dan toont Johannes daarmee dat Jezus de echte Bruidegom is op dit huwelijksfeest.

‘Ze hebben geen wijn meer’ kon ook gezegd worden van het volk dat uit ballingschap was teruggekeerd en de tempel en de stad dermate in puin zagen liggen dat de moed hen ontbrak om aan de heropbouw te beginnen. Er was ook tegenkanting van de plaatselijke bevolking. Ze dachten: God denkt niet meer aan ons, Hij is ons vergeten. Maar juist dan mag de profeet aankondigen dat God aan zijn stad een nieuwe naam geeft: Mijn welbehagen, Mijn gehuwde. Hij zal de stad tooien met een licht dat haar doet stralen voor alle volken.

‘Ze hebben geen wijn meer’: dit kunnen we zeggen bij elke situatie van wanhoop en ontgoocheling, bij gehuwden, gezinnen, gemeenschappen waar de eenheid en de vreugde verdwenen is. We kunnen denken aan onze medechristenen die vervolging lijden. Vorig jaar is hun aantal toegenomen zodat nu één op de negen christenen zijn geloof moet beleven in erg bedreigende situaties.

Laten wij, zoals Maria, de nood van onze medemens dikwijls bij de Heer brengen met deze eenvoudige woorden: ‘ze hebben geen wijn meer’.

Doe maar wat Hij u zeggen zal: concreet doen wat Jezus zegt is dikwijls de beste oplossing voor sommige problemen. Ingaan op Jezus’ woord, dat zien wij bij de bedienden die de kruiken vullen zonder goed te weten waarvoor. Dat zien we bij Petrus die de ganse nacht heeft gevist zonder iets te vangen, maar op Jezus’ woord toch de netten uitgooit. Dat zien we bij de leerlingen die toch maar hun broodjes bij Jezus brengen opdat Hij daarmee het wonder van de broodvermenigvuldiging zou kunnen doen. En dan is er Jezus aan het kruis die tot de geliefde leerling zegt: ‘zie daar, uw moeder. ‘ En op Jezus’ woord nam de leerling haar bij zich in huis. Het is goed om in moeilijke situaties even de bijbel ter hand te nemen of een stukje uit het evangelie te lezen. Maar de Heer kan ook spreken doorheen medemensen of doorheen omstandigheden.

‘In Jezus is God mens geworden’, dat hebben we de voorbije weken gevierd. Dat betekent dat ook voor Jezus geldt dat het niet goed is voor de mens om alleen te zijn. Jezus heeft nood aan onze nabijheid, ons meeleven, onze liefdevolle aandacht. We mogen Hem niet te lang alleen laten. Wij komen naar de Eucharistie om met ons hart bij Hem te zijn, om Hem in de communie tot ons te laten komen. In Kana veranderde Jezus water in wijn, in de Eucharistie verandert Hij brood en wijn in Zijn Lichaam en Zijn Bloed. En zo wil Hij met ons Zijn Kerk opbouwen. Zo kan de heilige Geest aan ieder van ons zijn gaven uitdelen tot welzijn van allen. Zo kunnen wij door elkaar Gods liefde ervaren.

Download of print deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.