Homilie Pater Lukas Martens 17 oktober 2021 : 29ste zondag door het jaar B

We mogen vandaag stilstaan bij deze ene, wonderbare zin uit het evangelie waar Jezus zegt: ‘Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen’. Jezus kiest voor de weg van de dienstbaarheid. Hij is dienaar van de Heer en dienaar van de mensen. We kunnen ons de vraag stellen waarom Jezus kiest voor die weg. En dit kan het antwoord zijn: alleen dienstbaarheid, vergeving, nederigheid en geweldloosheid kunnen het hart van de mens tot inkeer brengen. In het evangelie van Johannes zegt Jezus: ‘wanneer Ik van de aarde zal zijn omhoog geheven, zal Ik allen tot Mij trekken’. En de profeet Zacharia schrijft: ‘zij zullen opzien naar Hem die ze doorstoken hebben’.
 
Nu even terug naar het evangelie met die bijzondere vraag van Johannes en Jakobus: ‘Meester, wij willen dat U voor ons doet wat wij vragen.’ Op het eerste zicht klinkt die vraag heel pretentieus. Hoe durven zij zoiets vragen. Maar iets positiever beoordeeld kunnen we zeggen: wat een vrijmoedigheid van die twee donderzonen (want zo was hun bijnaam). En nog positiever: zij moeten toch wel een groot vertrouwen gehad hebben in hun meester om zoiets te vragen: het geloof dat Hij hen kon geven wat ze vroegen en dat Hij dat ook wel zou willen. Deze twee leerlingen konden zich ook bijzonder uitverkoren weten door Jezus want zij waren met Petrus de enigen die aanwezig mochten zijn bij de opwekking van het dochtertje van Jaïrus en ook bij de gedaanteverandering.
 
Hoe zal Jezus nu op die gedurfde vraag reageren. Het is belangrijk om daar aandacht voor te hebben. Het toont ons hoe Jezus te werk wil gaan. Een oprecht verlangen van mensen krijgt bij Hem nooit het deksel op de neus, het wordt nooit afgestraft. Nee, Jezus is vol respect voor wat er in mensen leeft. Zo laat Hij de leerlingen van Emmaus ook voluit hun verhaal doen en in het evangelie van Johannes is Jezus’ eerste en laatste woord de vraag: ‘Wat verlangt je? Wie zoek je?’ Jezus antwoordt dus met de wedervraag: wel, wat wil je dat Ik voor jullie doe?
 
Zij antwoorden: ‘Geef dat in uw heerlijkheid één van ons aan uw rechterhand en de ander aan uw linkerhand mag zitten’. En hiermee vragen ze dus het beste wat er is. Echt vertrouwen schept ruimte voor het verlangen. Van Thérèse van Lisieux is de uitspraak bekend: ‘ik kies alles’. Dit typeert haar spiritualiteit van vertrouwen dat alles durft vragen. Maar ze bedoelt er mee: ‘Heer, ik kies alles wat U wilt’. Wat zal Jezus nu doen met dit alweer gedurfde antwoord van die beide broers?
 
Hij antwoordt opnieuw met een wedervraag: ‘Je weet niet wat je vraagt. Ben je in staat de beker te drinken die Ik ga dringen en het doopsel te ondergaan waarmee Ik gedoopt ga worden?’ Ze beseffen inderdaad niet goed wat ze vragen. Hun verlangen is blind of tenminste ingevuld vanuit de eigen nood. Maar ook nu aanvaardt Jezus hun verlangen, maar Hij zal dit verlangen opvoeden, hun verlangen meetrekken tot op het punt waar Jezus zelf zich nu bevindt: de beker drinken, het doopsel ondergaan van zijn nakende passie. Daarvoor staat Jezus nu. Dat is zijn weg en het zal ook de weg zijn van ieder die Hem wil volgen. Hoe reageren beide leerlingen nu op deze vraag van Jezus?
 
‘Ja, dat kunnen wij!’ Alweer een vrijmoedig, vertrouwvol antwoord. Er is in hun verlangen dus ook overgave aanwezig. Wij kunnen het want wij willen het en waar een wil is, is een weg. En Jezus zal hen daarin bevestigen: ‘inderdaad, mijn beker zullen jullie drinken en mijn doop zullen jullie ondergaan’. En van beide leerlingen is ook bekend dat zij de marteldood gestorven zijn. Maar Jezus vervolgt zijn antwoord en zegt: ‘Maar het is niet aan Mij u te doen zitten aan mijn rechter of linkerhand omdat alleen zij dit verkrijgen voor wie het bereid is.’ Daarmee voedt Jezus hun verlangen nog verder op: ja, zij zullen de weg gaan die Jezus gaat, maar de beloning daarvoor moeten ze helemaal openlaten. De Vader mag daarover beslissen. Overgave zegt: ‘maar toch, niet zoals ik wil, maar zoals God het wilt.’
 
Tenslotte nog een woordje over de verheven hogepriester waarover de Hebreeënbrief het heeft. Die hogepriester is iemand die helemaal van God is, zonder zonde, geheel heilig en tegelijk helemaal solidair met de menselijke zwakheid. Niets menselijks is Hem vreemd. Deze hogepriester zal zijn leven geven als losprijs, als zoenoffer. Dit zijn moeilijke woorden die goed verstaan moeten worden. Van in het begin is duidelijk dat de God van de Bijbel geen mensenoffers wil. Wat wel het geval was bij de naburige volken. Dit is Gods plan: de mensheid bevrijden van alle vormen van verknechting en negatieve dwang, van alles wat mensen hindert voluit te leven naar het beeld waartoe zij geschapen werden. Dat Jezus zijn leven geeft langs de weg van het lijden en het kruis betekent dat Hij zich vrijwillig toewijdt aan dat goddelijke werk van bevrijding.
 
En God neemt dit werk van Jezus aan. Als leerlingen van Jezus mogen ook wij ons betrokken weten in dit werk van bevrijding en het leed dat ons treft op ons nemen als een vorm van toewijding aan Gods liefdesplan voor mensen. En die toewijding is een vrije keuze van ons hart: kiezen voor liefde en vergeving i.p.v. kiezen voor verharding en haat. En die keuze betekent bevrijding voor ons eigen hart. Maar God aanvaardt onze toewijding ook om bevrijding te bevorderen voor anderen. Zo zegt men dat wie slachtoffer werd de macht bezit om voor zijn belager verzoening te bewerken. Zo bad Jezus: ‘Vader, vergeef hen want ze weten niet wat ze doen.’ Het is dus alleen de weg van dienstbaarheid en vergeving, van nederigheid en geweldloosheid die anderen tot inkeer kan brengen. Daarom zegt Jezus: ‘Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.’ Mochten wij zo nederig en klein dienaars van Gods grootheid zijn.

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven