Homilie Pater Lukas Martens 26 december 2021 : Feest van de Heilige Familie

Een gezin, een familie, is een plaats waar je jezelf mag zijn, erbij mag horen zoals je bent, met alles wat je eigen is, waar je op verhaal kan komen, kan uitwisselen onder gelijken. Op die manier kunnen gezins- en familierelaties stabiliteit bieden en ons weerbaar maken. Gezinnen en families waar mensen goed aan elkaar hangen zijn daarom een zegen. Maar we weten dat het niet altijd zo is, dat het kort op elkaar leven in sommige gevallen oorzaak is van diep leed, van bittere pijn. Dat men zelfs genoodzaakt kan zijn afstand te houden van elkaar. In de tijd van corona kan het dichter op elkaar moeten leven voor sommige mensen een grote uitdaging zijn. Het mooiste wat er bestaat kan dan het moeilijkste worden wat er is.
 
In de Bijbel speelt de vruchtbaarheid een grote rol, is het omgaan met kinderloosheid erg moeilijk. We kijken naar Hanna: zij is de lievelingsvrouw van Elkana, maar zij bleef onvruchtbaar, terwijl zijn andere vrouw Pennina, hem reeds enkele kinderen had geschonken en daarbij werd Hanna soms door Pennina bespot, alsof haar pijn nog niet groot genoeg was. Maar de Bijbelse mens neemt vanuit elke vorm van tegenspoed zijn toevlucht tot God, in gebed, in aanhoudend gebed. De Joden waren verplicht eens ze volwassen waren om drie keer per jaar op bedevaart te gaan naar Jerusalem. Zo’n bedevaart is dan letterlijk ook een weg van gebed, een weg die men samen gaat, als gezin, als familie. Zouden wij ook het naar de mis gaan kunnen beschouwen als een kleine bedevaart, naar een plaats van gebed, om onze toevlucht tot God te nemen, voor eigen nood of voor de nood van anderen?
 
Als antwoord op haar aanhoudend gebed krijgt Hanna van de priester Eli de verzekering dat God haar gebed zal verhoren en zij doet een belofte: als ik een zoon mag ontvangen, zal ik hem aan de Heer afstaan. Zij zal haar kind de naam ‘Samuel’ geven, wat betekent: van God afgesmeekt. En zij zal hem inderdaad na drie jaar, als hij van de borst is ontwend, naar Silo brengen om hem aan de Heer af te staan: Samuel zal opgroeien in het huis van de Heer en de profeet worden die David tot koning zal zalven. Zo zien wij hoe Gods plan wordt verder gezet door mensen die zich vanuit hun nood biddend tot God wenden en bereid zijn om met wat God geeft, in dienst te staan van de gemeenschap, van het Godsvolk.
 
Even naar het evangelie. We zullen het ganse liturgische jaar lezen uit het evangelie van Lucas. We staan aan het begin. Voor het evangelie van Lucas zijn sommige dingen heel belangrijk: Jerusalem als plaats van uitverkiezing en zijn Vader, met een hoofdletter. In het evangelie van vandaag komt Jezus voor de eerste keer aan het woord. Het is een vraag aan zijn ouders: ‘Wist je niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ En op het kruis horen we Jezus’ laatste woorden: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.’ ‘Zijn Vader, daarmee begint het en eindigt het. Jezus moét in het huis van de Vader zijn en na zijn verrijzenis vraagt Jezus: ‘moést de Messias dit alles niet lijden om zo zijn heerlijkheid binnen te gaan?’ Het gaat twee keer om hetzelfde moeten. Dit moeten is geen dwang, alsof het niet anders kon. Maar het is een innerlijk moeten. De liefde wil het zo, daartoe weet Jezus zich gezonden. Hij kan niet anders.
 
Is het ook niet zo dat elke mens zijn eigen geheim in zich draagt, zijn eigen innerlijk moeten, zijn diepste bezieling van waaruit hij keuzes maakt die niet evident zijn, die ons kunnen verrassen. Zou het waar zijn dat een mens nog meer kind is van God, dan kind van zijn ouders? Voor Jezus is het wel zo. Dat is het geheim van zijn persoon: waarlijk God en waarlijk mens. Helemaal thuis bij de mensen en helemaal thuis bij God.
 
Zou het ook zo niet mogen zijn voor ons: ons gezin, onze familie, onze vriendenkring, maar ook het ons verbonden weten met God, met Jezus, met heiligen.
 
En die twee verbondenheden kunnen elkaar stimuleren, maar ze kunnen ook scheiding te weeg brengen.
 
Dat Jezus zijn ouders drie dagen met pijn naar Hem liet zoeken, zou ook nog deze betekenis kunnen hebben: een voorbereiding op de tijd van Goede Vrijdag tot Pasen, waar Maria haar Kind ook verloren zal hebben en zij er ook dan moet op vertrouwen dat Jezus bij de Vader is. Het leert ons vertrouwen op de zorg van de Vader. En dat is heel weinig evident. Dat is een harde leerschool.
 
Vandaaruit kunnen we Jezus’ woord beluisteren: ‘Wie zijn mijn moeder, mijn broeders en mijn zusters? Het zijn zij die het Woord van God beluisteren en het onderhouden.’ Maria is op dit punt echt moeder van Jezus: zij bewaarde alles wat er gebeurde in haar hart en overwoog het bij zichzelf. Zij leefde in de overgave aan Gods Woord. Zij heeft Gods Woord vlees en bloed geschonken. Ook wij mogen zo familie worden van Jezus en delen in de belofte waarover Johannes sprak in zijn brief: ‘Dierbare vrienden, ons geweten hoeft ons dus niet te veroordelen. Wij mogen vrijmoedig omgaan met God. Wij krijgen van Hem alles wat wij vragen omdat wij doen wat Hem aangenaam is.’ Mochten wij dan zo’n mensen zijn.

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven