Homilie Pater Lukas Martens 12 september 2021 : 24ste zondag door het jaar B

Iemand leren kennen gaat niet van vandaag op morgen. Meestal gaan we af op uiterlijkheden, op de sterke en zwakke kanten van iemand die meer in het oog springen. Maar wat iemand ten diepste bezielt, welke beproevingen iemand heeft meegemaakt, wat iemand met zich meedraagt aan verborgen pijn, blijft voor ons een geheim. Zo was het ook voor de leerlingen die Jezus leren kennen.
 
Vandaag zijn we aan een keerpunt gekomen in het evangelie van Marcus. De eerste 8 hoofdstukken gaan over de vraag: maar wie is die Jezus toch? Vanwaar zijn wijsheid, zijn wonderen? Wie is Hij dat zelfs zee en wind aan Hem gehoorzamen? Mensen hebben zich een eigen opvatting gevormd over Jezus. Maar Jezus is meer dan zij denken. Petrus geeft vandaag het juiste antwoord: Gij zijt Christus, d.w.z. de Gezalfde, de Messias, diegene die zou komen om al Gods beloften tot vervulling te brengen. Maar Jezus verbiedt zijn leerlingen nadrukkelijk dit aan de mensen te zeggen. Want pas langzaam, in de loop van de volgende 8 hoofdstukken zal duidelijk worden welke Christus Jezus is. Voortaan zal Jezus zonder terughoudendheid spreken over zijn paasweg: zijn lijden en verwerping, zijn sterven en verrijzen. ‘Moest de Messias dit alles niet lijden om zo zijn heerlijkheid binnen te gaan?’, zo zal Hij na zijn verrijzenis aan de leerlingen van Emmaus vragen.
 
Moeten lijden! Dat doet ons vragen stellen. Wie is die God die mensen de weg van het lijden laat gaan? Moeten wij dan in zo’n God geloven? Petrus protesteert: ‘Heer, zoiets mag u nooit overkomen!’ Maar Jezus protesteert nog heftiger: ‘ga weg, Satan, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil. Jezus heeft in de woestijn gestreden om satan te weerstaan, waar hij Jezus wilde afbrengen van zijn weg, van zijn vertrouwen op de Vader, van de overgave aan zijn wil. Satan wou Jezus aansporen om zichzelf te redden, om de macht in eigen handen te nemen: ‘Jij bent toch de Zoon van God?’ Maak dan van die stenen brood, dat kunt Gij!’ Jezus heeft telkens weerstand geboden en ook nu: zoals de lijdende dienaar uit de profeet Jesaja, zal Jezus ervoor kiezen om geslagen te worden en bespuwd maar tegelijk te blijven vertrouwen op de Vader die Hem zal helpen, Hem nabij zal blijven. Jezus wou niet toegeven aan de gedachte dat God Hem in de steek zou laten, Hem zinloos lijden zou laten doorstaan. Jezus bleef vertrouwen dat God doorheen alles met Hem zijn heilsplan zou verwezenlijken.
 
En Jezus durft aan zijn leerlingen vragen Hem hierin te volgen. Jezus volgen is kiezen voor een leven met sterke paradoxen: het is tegelijk helemaal kiezen voor het leven en bereid zijn uw leven te verliezen omwille van Jezus. Het is kwetsbaar blijven en tegelijk weerbaar. Het is veracht, bespuwd en vernederd worden en tegelijk liefde uitstralen. Het is beschuldigd worden en tegelijk een onaantastbare onschuld bewaren. Het is uiterlijk lijden maar vanuit een verborgen innerlijke zalving. Bij zijn doopsel werd Jezus gezalfd met olie van vreugde, als de veelgeliefde van de Vader. En wij zijn geroepen om Jezus te volgen.
 
Nog even terug naar de vraag van Jezus: wie zegt Gij dat Ik ben? Het is een vraag om diep tot ons te laten doordringen. Een vraag die we niet te vlug moeten beantwoorden met een uitspraak die we van buiten kennen. Het gaat om een diepe overtuiging van ons hart, van onze wil. En vandaaruit zullen wij concrete keuzes moeten maken. Marcus onderlijnt het in zijn evangelie: we kunnen Jezus alleen maar leren kennen door Hem na te volgen, door te doen wat Hij deed.
 
Tot slot nog een woordje over de brief van Jacobus. Geloof zonder daden is dood. Geloof veronderstelt voldoende innerlijk weten in wie je gelooft en waarom. Maar goede opvattingen volstaan niet. Geloof moet zich ook uiten in daden van liefde. We moeten niet roepen: ‘Heer, Heer’, zonder te doen wat Jezus zegt. Jazeker, geloof wordt in praktijk gebracht door gebed, persoonlijk en gemeenschappelijk, zoals ons samenkomen voor de Eucharistie. Maar dat alleen is onvoldoende. Geloof wordt ook en vooral in praktijk gebracht door de liefde voor de naaste: ‘Ik had honger en jij hebt Mij te eten gegeven’. En ‘hieraan zullen allen kunnen opmaken dat jullie Mijn leerlingen zijn: indien je de liefde onder elkaar bewaart’. Moge het vieren van deze Eucharistie ons bereid maken, in navolging van Jezus, te leven en te sterven voor onze broeders en zusters.

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven