Homilie Pater Lukas Martens 22 augustus 2021 : 21ste zondag door het jaar B

In onze streken is er een tijd geweest waarin geloven in Jezus vrij normaal was. Maar vandaag is dat niet meer zo. Geloof is een zeer persoonlijke keuze geworden. En in feite is geloof dat altijd: we kiezen voor het geloof in een bepaalde God waarvan wij overtuigd zijn dat Hij helemaal recht doet aan ons menszijn.
 
Zo was het voor Israël. Jozua brengt het gehele volk bijeen in Sichem om het verbond met God opnieuw te bevestigen. De vraag was: ‘als je de Heer niet wil dienen, kies dan wie je wel wilt dienen.’ Hun antwoord was: ‘wij denken er niet aan de Heer te verlaten en andere goden te vereren.’ En zij geven daarvoor als reden: ‘De Heer onze God heeft ons uit Egypte geleid. Hij heeft voor onze ogen grote tekenen verricht en ons beschermd op al onze tochten.’ De God van Israël is dus een levende God, een God die bevrijdt, teken doet en beschermt. Die verbondssluiting te Sichem wordt weergegeven als een grootse liturgie. En ja, ook wij vieren die verbondssluiting elk jaar opnieuw op Pasen, bij de hernieuwing van onze doopbeloften. Ook daar zeggen wij welke God wij willen dienen, door drie keer te antwoorden: ‘ja, ik geloof. Ja, ik beloof’.
 
Ook de leerlingen uit het evangelie worden voor een keuze gesteld: ‘willen jullie ook weggaan?’ vraagt Jezus. Petrus antwoord in naam van hen allen: ‘Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij weten en geloven dat Gij de heilige van God zijt’. De leerlingen geloven dat de woorden die Jezus spreekt van de Vader komen, dat Jezus de grote Gave is van God aan ons, dat Hij het ware manna dat uit de hemel neerdaalt en ons door de Vader wordt gegeven. Jezus had gezegd: ‘Mijn vlees is echt voedsel en Mijn bloed is echte drank.‘ Daarmee voorspelde Hij zijn lijden, zijn zelfgave. Geloven in Jezus is geloven in een God die zich aanbiedt om ontvangen te worden. Hij wil heel dichtbij zijn en Zichzelf geven als voedsel om van te leven.
 
Maar niet iedereen gelooft. We hoorden in het evangelie: ‘Jezus wist vanaf het begin wie niet geloofden en wie Hem zouden overleveren.’ Met daarbij de zin: ‘Niemand kan tot Mij komen als het hem niet door de Vader is gegeven’. Dat is een diep geheim, dat weten van Jezus, dat bekennen hoe alles van de Vader komt. Het betekent dat God altijd eerst is in de liefde. Als een mens kiest voor God, heeft God al eerst voor hem gekozen. Daarom is het geloof eerst een gave en dan een opgave. Zoals Jezus aan Petrus zei na zijn geloofsbelijdenis: ‘niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is.’
 
Geloof is gave en opgave, maar velen falen in de opgave. Van de 5000 leerlingen die na de broodvermenigvuldiging met Jezus meetrokken zijn er maar 12 overgebleven. De anderen trekken zich terug, haken af, kunnen niet meer naar Jezus luisteren, want zijn taal stuit hen tegen de borst. Sommige woorden in de Schrift kunnen ons tegen de borst stuiten. Dat komt meestal door gebrek aan geloof, of omdat we context niet voor ogen houden. Vandaag hoorden we bij Paulus een zin die tegen de borst kan stuiten, nl. waar hij het heeft over de verhouding tussen man en vrouw, waar hij zegt dat de vrouw in alles onderdanig moet zijn aan haar man. We weten hoeveel onheil er in huwelijken ontstaat door machtsmisbruik van de man. En toch, we moeten de Schriftpassage lezen in haar context. Het eerste zinnetje uit de tweede lezing was immers: ‘wees elkaar onderdanig uit ontzag voor Christus’. Dus ook de man moet onderdanig zijn aan de vrouw vanuit het geloof in Christus. Daarnaast weten we ook dat in de tijd van Paulus de man de ‘pater familias’ was van het ganse gezin, vrouw, kinderen, slaven en slavinnen. Hij moest ervoor zorgen dat alles in goede orde verliep. En dan het vers zelf: ‘vrouwen, weest onderdanig aan uw man’ maar er staat wel bij: ‘zoals aan de Heer’. En onderdanig zijn aan de Heer is juist een houding van vertrouwen en ontzag, wetend dat Christus het hoofd is van de kerk, maar ook de verlosser van zijn lichaam.
 
Het gaat dus helemaal niet over een slaafse onderworpenheid aan de willekeur van de ander. Het ligt eerder in de lijn van dat ander woord van Paulus: ‘acht de ander hoger dan jezelf’. En dan komt de meest revolutionaire uitdrukking in dit verband aan het adres van de man: mannen, hebt uw vrouw lief zoals Christus de Kerk heeft liefgehad. Hij heeft Zich voor haar overgeleverd, haar reinigend door het waterbad met het woord.’ Mannen moeten hun vrouwen liefhebben zoals zij hun eigen lichaam voeden en koesteren. Zo komen we tot een heel evenwichtige relatie tussen man en vrouw en zo zijn man en vrouw beeld van de liefdesband tussen Christus en zijn kerk en van de liefdesband tussen God en de mensheid. Samenvattend zou Paulus kunnen zeggen: man en vrouw, jullie zijn beeld van de liefde van Christus voor de kerk, wel leef dan ook zo. Eerst komt datgene wat God voor mensen doet, en pas daarna ons antwoord, onze keuze: ‘ja, Heer, zo willen wij leven. Sta ons bij met uw genade’.
 
Zo komen we weer bij de overgave van Maria: ‘hier ben ik, mij geschiede naar uw woord’.

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven