Homilie Pater Lukas 1 november 2020 : Hoogfeest van Allerheiligen

Pasen, Hemelvaart, 15 augustus en 1 november zijn feesten die ons doen kijken naar een werkelijkheid waar wij gewoonlijk minder mee bezig zijn, maar die nochtans belangrijk is, want het gaat om onze eindbestemming, om onze toekomst. Met de vraag: waar zien wij naar uit? Naar wie zien wij op, naar wie kijken wij het liefst? Als gelovigen kijken wij naar iets wat niet evident is in onze wereld: naar God, de hemel, de Vader, Jezus, Maria, de heiligen. Het is een werkelijkheid die verdwenen is uit het gezichtsveld van veel van onze tijdgenoten. En soms kunnen ook wij twijfelen aan die werkelijkheid, vooral in situaties van lijden, van schrijnend onrecht, van wereldwijde pandemie. Dan vragen wij: maar waar is God in dit alles?
 
De schriftlezingen willen onze blik opvoeden, ons leren kijken naar wat echt belangrijk is.
 
Johannes op Patmos krijgt in een visioen dingen te zien die anderen niet kunnen zien: twee grote processies. De eerste bestaat uit 144.000 dienaars van God, op hun voorhoofd getekend met het zegel van de levende God. Dit zijn de tijdgenoten van Johannes die als gedoopte christenen vervolging lijden onder keizer Domitianus. De tweede processie is een ontelbare menigte uit alle rassen, stammen, volken en talen, dus uit de ganse mensheid. Zij dragen witte gewaden en houden een palmtak in de hand, als teken van hun redding. Zij zijn echter niet getekend met het zegel van de Levende God wat een symbool is van het doopsel. Met dit visioen mag Johannes zijn medechristenen bemoedigen. Hij zegt hen: “Die ontelbare menigte heeft zijn redding te danken aan jullie getuigenis, aan jullie die nu volharden in het geloof midden deze beproeving. Jullie treden in het spoor van de lijdende Dienaar van God. Schijnbaar zijn jullie overwonnen, verdrukt, verpletterd door de Romeinse overheersing. Maar God overwint de machten van het kwaad doorheen de kleinen en de zwakken die zoals jullie Jezus volgen als het Lam van God.” Als zij dit voor ogen houden, worden zij bemoedigd in hun geloof.
 
De psalm vraagt vandaag wie er in Gods heiligdom mag staan. Het antwoord luidt: “Wie rein is van handen en zuiver van hart, zijn zinnen niet zet op wat kwaad is.” De eerste betekenis van deze verzen is: hart, handen en zinnen vrij houden van afgoderij om alleen de ene God te aanbidden en te dienen. Een zuiver hart is een hart dat alleen God op het oog heeft en alles doet om Hem te eren. Dat was ook de rol van de profeten in gans de geschiedenis van Israël. Het volk vrijhouden van de afgodendienst. Denken we maar aan het gouden kalf en aan het feit dat Israël altijd omringd geweest is door beschavingen met vele goden. Vandaar de verleiding om uiteindelijk gewoon te doen zoals iedereen. Wie zo zijn handen rein houdt, zijn hart zuiver en zijn zinnen gericht op het goede, die zal vanzelf mededogen betonen met zijn broeders en zusters. Echte vroomheid leidt tot gerechtigheid. Zo spoort de psalm ons aan ons oog gericht te houden op de rechten van God en mens.
 
Dan is er de brief van Johannes. “Zie eens hoe groot de liefde is die de Vader ons betoond heeft”: door Jezus Christus zijn wij kinderen van God. Dat is de uitnodiging: Die grote liefde van de Vader altijd voor ogen houden, leven voor de Vader die in het verborgene is en in het verborgene ziet. Dat klinkt gewoon, maar het is niet zo. Er is iets in de mens dat moeite heeft met God als een liefdevolle Vader. En dat komt sinds Adam en Eva. De sluwe slang is erin geslaagd om de blik van de mens van God af te wenden. Hij heeft het in het oor van de mens ingefluisterd: “God wil niet dat je aan Hem gelijk bent, Hij wil je klein houden. Zie toch eens hoe mooi die boom van de kennis van goed en kwaad is en hoe aantrekkelijk er inzicht door te krijgen.” Voortaan kijkt de mens met argwaan naar God. Maar Johannes maakt het sterk: God is liefde en wil dat wij ons bemind weten als zijn geliefde kinderen. Er zijn mensen die dat geloven en anderen die dit niet geloven. Zo schrijft Johannes: “Jezus kwam in het Zijne, maar de zijnen aanvaarden Hem niet. Aan allen die Hem wel aanvaarden gaf Hij het vermogen kinderen te worden van God.”
 
Tenslotte is er het evangelie met de zaligsprekingen als proloog op de Bergrede. Jezus kijkt naar zijn leerlingen en prijst hen zalig. Zo kunnen ook wij kijken naar mensen hier in ons midden en in hen één van de zaligsprekingen herkennen. Wie is onder ons nederig, zachtmoedig, barmhartig, vredelievend, wie onder ons heeft honger en dorst naar gerechtigheid? Maar waarom is het zalig om te treuren, om vervolgd te worden, om honger en dorst te hebben naar gerechtigheid? Omdat Jezus hen op die weg is voorgegaan. Elke zaligspreking is een stukje van Jezus’ identiteitskaart. Zo kunnen wij naar Jezus kijken om te zien waar het Koninkrijk van God zich bevindt. Want dat Rijk is dikwijls niet daar waar wij het verwachten. Geluk is niet zozeer te vinden in hebben, kunnen en weten. Nee, Gods gedachten zijn anders dan de onze. Gods gedachten zijn veel meer met mensen begaan dan wij durven vermoeden.
 
Kijken naar Jezus maakt ons zuiver van hart en het zet ons op het juiste spoor van de hemel. De heiligen ons voorgegaan hebben die weg betreden en willen ons helpen en bemoedigen om ook die weg te blijven gaan. Daarom richt het feest van Allerheiligen onze blik op de heiligen. In naam van mijn medebroeders wens ik jullie een zalig hoogfeest.

 

 

deze homilie als pdf
Heiligen en zaligen van de Karmel

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven