Homilie Pater Lukas Martens 1 augustus 2021 : 18de zondag door het jaar B

Zoveel mensen hebben alles verloren door de hevige neerslag. Ik stel me voor met welke waardering zij voedsel, kledij en onderdak ontvangen van familie of hulpinstanties. Wat we anders zo gewoon vinden wordt plots bijzonder.
 
Misschien kan ons dat helpen om het volk te begrijpen in de woestijn. Ze hadden wel nog één en ander kunnen meenemen uit Egypte, maar na maanden verblijf in de woestijn knaagt de honger. Als het nijpt wordt het vertrouwen op de proef gesteld. Men gaat morren, men twijfelt aan Gods goede bedoeling, men zoekt een zondebok en maakt verwijten: ‘je hebt ons alleen maar naar de woestijn gebracht om ons allen te laten omkomen van de honger. Waren we maar door de hand van de Heer gestorven in Egypte, daar hadden we tenminste volop te eten’. En God gaat in op hun vraag: ’s avonds komen er kwartels aangevlogen en ’s morgens is er brood, voortaan elke ochtend, veertig jaar lang. En toch is dat niet zomaar. We kunnen ons de vraag stellen: ‘waarom heeft de Heer niet van in het begin aan Mozes gezegd dat er manna te eten zou worden gegeven voor onderweg?’ Als God iets voorheeft met iemand, met Zijn volk, dan zorgt Hij altijd voor het nodige. En Hij wil mensen niet alleen voeden maar ook opvoeden. Daarom steekt er in de gave van het manna een belangrijke les. God zegt het immers zelf: ‘Ik wil vaststellen of zij mijn leiding willen volgen of niet!’
 
Zo was het ook in het begin. God had aan Adam en Eva alles gegeven wat zij nodig hadden en nog veel meer, maar toch niet zonder de vraag dat ze van één boom niet zouden eten. God vraagt dat niet omdat Hij het ons een beetje moeilijk wil maken, maar omdat Hij ons wil opvoeden tot vertrouwen op Zijn Woord. Want daarvan hangt ons echte geluk af: of wij onze relatie met Hem eerbiedigen, waarderen, hoogachten door alles heen of niet. Gods Woorden zijn er om ons in vrijheid te bewaren.
 
Terug naar de les van het manna: elke dag mogen de Israëlieten er ’s morgens op uittrekken om de hoeveelheid voor één dag te verzamelen. Natuurlijk waren er mensen die voor alle zekerheid toch wat meer verzamelden. Je weet maar nooit, misschien zou er de volgende dag niets uit de hemel vallen. En dan moesten deze mensen vaststellen dat ’s anderendaags alles wat ze meer hadden verzameld helemaal bedorven was. De les is duidelijk. Er mag geen voorraad worden aangelegd. God wil dat we dag voor dag op Hem vertrouwen. Daarom bidden we in het Onze Vader niet om brood voor een ganse week, maar om ons dagelijks brood. Maar op de zesde dag moesten ze dubbel zoveel verzamelen omdat er op de sabbat niets uit de hemel zou vallen. Natuurlijk waren er dan weer mensen die op de sabbat toch gingen kijken of er nog iets te rapen viel. Maar niets. God is erop gesteld dat we leren heel nauwgezet zijn Woorden op te volgen.
 
Als Paulus vraagt dat we geheel ons denken zouden vernieuwen betekent dat dat we ons denken voeden met de Waarheid die Jezus is. Jezus is Gods Woord: Hij toont ons in eigen persoon hoe we moeten leven, wat de weg is naar echte vrijheid, vrij van waanwijsheid en bedrieglijke begeerten, zoals Paulus die noemt. Wij vieren Eucharistie om Jezus te gedenken, om Hem in gedachten te houden, om te denken aan wat Hij ons heeft voorgedaan. ‘Denk eraan dat Ik Mij aan u heb gegeven, dat Ik als verrezen Heer altijd bij u ben’. Want wij vergeten zo gemakkelijk. Toen de leerlingen bang waren omdat ze maar één brood bij zich hadden in de boot, vermaant Jezus hen: ‘hoeveel manden vol brokken heb je opgehaald toen met die 5 broden voor 5000 man, en toen met die 7 broden voor 4000 man?’ Wij zijn hardleers. Alle onheil dat de Israëlieten meemaakten was een gevolg hiervan: dat zij Gods weldaden vergeten hadden. Denken aan Jezus is ook zien waartoe wij zijn geschapen, hoe wij gemaakt zijn naar Zijn beeld. Alleen door Jezus kunnen wij ten volle onszelf zijn. Een overdreven verering voor een idool of een ideologie, maakt dat wij er vroeg of laat de slaaf van worden. Alleen Jezus maakt vrij.
 
Maar de weg naar de vrijheid loopt door de woestijn, door de beproeving. We leren midden de stormen, de ontbering, het gemis en het verlies, vasthouden aan Gods Woord, gedenken wat de Heer voor ons deed, wat Hij voor ons heeft geleden, hoever Hij in Zijn liefde voor ons is gegaan.
 
Jezus zei: ‘Mijn spijs is het de wil te doen van Mijn Vader’. We mogen Jezus niet scheiden van de Vader. Jezus is het brood dat de Vader ons geeft. In Jezus zien wij de liefde die de Vader voor ons heeft. Ons zo bemind weten door de Vader is voedsel voor onze diepste honger. Dit mag onze opdracht zijn: in al het goede wat ons ten deel valt een teken zien van de liefde van de Vader voor ons en Hem daarvoor danken in naam van allen. Ons bidden bij de maaltijd, ons gebed bij het opstaan en slapen gaan kan op die manier een invulling krijgen. Ik eindig met een gebedje dat wij soms bidden voor de maaltijd: ‘God die het kleine en het grote met dezelfde zorg omringt, leer ons eerbiedig en dankbaar omgaan met heel uw schepping en met alle mensen.’
 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven