Homilie Pater Lukas Martens 10 juli 2022 : 15de zondag door het jaar C

De wet houdt je vrij
 
De weg kan lang zijn, de weg tussen ons hoofd en ons hart. Met ons hoofd kunnen wij weten wat God vraagt, wat zijn geboden zijn. Maar met ons hoofd zijn we ook vindingrijk om uitvluchten te zoeken, achterpoortjes te vinden om niet te moeten doen waar we tegen op zien. Gods geboden kunnen wij zwaar vinden, ver van ons hart, of althans van ons oppervlakkig aanvoelen. Meestal hebben we de indruk dat geboden onze vrijheid beperken. Toch staan ze juist in dienst van onze vrijheid. God bevrijdde zijn volk uit de slavernij van Egypte en daarna, in de woestijn, gaf Hij hen de geboden om hen juist in die vrijheid te bewaren. Daarom is Israël zo fier op de wet. Voor hen is dat een geschenk van God.
 
Liefde tot de naaste is een keuze
 
Jezus komt niet om de wet op te heffen, maar om die te vervullen, om die te volbrengen, om die naar zijn diepste bedoeling te brengen, nl. naar de liefde voor God en voor de naaste. De wetgeleerden weten dat Jezus helemaal recht doet aan de liefde tot God, maar vinden dat Hij te ver gaat in zijn liefde voor de naaste. Hij wordt genoemd: de vriend van tollenaars en zondaars, die gulzigaard en wijndrinker. De wetgeleerde uit het evangelie vraagt daarom aan Jezus: wie is mijn naaste? En Jezus antwoordt niet met een definitie: de naaste is die en die. Nee, liefde tot de naaste kunnen we niet vastleggen, we kunnen er alleen voor kiezen in de concrete situaties, in de soms onverwachte, onvoorziene omstandigheden.
 
De meest gekende parabel
 
Jezus geeft geen definitie van liefde tot de naaste, maar Hij vertelt één van zijn meest gekende parabels: de barmhartige Samaritaan. Tussen Jericho en Jeruzalem liep een lange weg, die af en toe een smalle doorgang vormde tussen rotsen. Dat was heel gevaarlijk omwille van rovers. Zo gebeurde het dus die dag. Een man werd overvallen en halfdood achtergelaten. We kunnen het ons voorstellen. Dan zijn er de priester en de leviet die die man zien liggen en er met een boog omheen gaan. Zij hebben er een gegronde reden voor: zij zijn op weg naar de tempel en om daar hun dienst te verrichten moeten zij ritueel rein zijn. Zij mogen dus niet in contact komen met bloed of met een gestorvene. Zij mogen die man dus niet aanraken. Dat hoorde bij hun beroep.
 
Medelijden krijgen
 
Dan komt er een Samaritaan die op reis is. Joden en Samaritanen zijn elkaars vijanden. In de ogen van de Joden zijn Samaritanen ketters. Maar deze Samaritaan ziet de gewonde man liggen en krijgt medelijden. Dat maakt het verschil: het medelijden krijgen. Letterlijk staat er: hij werd aangegrepen tot in zijn ingewanden. Hij kon niet anders dan halt houden en naar die man toegaan. Zijn liefde was te sterk. En hij is overvloedig in zijn zorg voor de man: giet olie en wijn op zijn wonden, verbindt ze, laadt hem op zijn rijdier, brengt hem naar de herberg en betaalt om verder voor hem te zorgen.
 
Die naaste, dat ben jij!
 
En dan komt de belangrijkste vraag van Jezus: wie is volgens u, de naaste van die man? Het doet mij denken aan wat de profeet Nathan aan David zei. De profeet had David verteld over een rijke die het lammetje van een arme afpakte om dat als gastmaal voor te zetten aan iemand die bij hem op bezoek kwam. David is verontwaardigd als hij dat hoort en zegt: de man die dat gedaan heeft, verdient de dood. Waarop Nathan hem zei: ‘die man, dat ben jij.’ David had inderdaad Uria, de man van Batseba, laten ombrengen. Die man ben jij. Zo keert Jezus de vraag van de wetgeleerde ook helemaal om: wie is mijn naaste? Wordt die naaste, dat ben jij! Het is aan jou om je tot naaste te maken van een noodlijdende.
 
Jezus is de naaste van elke mens
 
Uiteindelijk kunnen we zeggen: dat is het wat Jezus heeft gedaan. Hij heeft Zichzelf tot naaste gemaakt van ons allen, van elke noodlijdende, van zieken en zondaars, van elke mens die barmhartigheid nodig heeft. God is het eerst in de liefde. Jezus heeft van God gehouden met heel zijn hart, met heel zijn ziel, met al zijn krachten en met heel zijn verstand. Maar Hij heeft ook van de naaste gehouden als van zichzelf. Daarover geraakt Paulus niet uitgesproken, daar loopt zijn mond van over: ‘In Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed aan het kruis vergoten.’ Het kruis, dat is de liefde tot God en tot de naaste samengebracht als de opstaande en horizontale balk die een kruis vormen.
 
Door Hem, met Hem en in Hem.
 
Tenslotte nog dit geheim: Mozes zei tot het volk: ’de geboden die Ik u heden geef, zijn niet te zwaar voor u en liggen niet buiten uw bereik. Het woord van God is dicht bij u, het is in uw mond, het is in uw hart, gij kunt het dus volbrengen.’ Ja, het woord is dichtbij. Dat mogen wij zo verstaan: Jezus is dichtbij, Hij heeft Zich tot onze naaste gemaakt, Hij staat zo nederig en zachtmoedig naast ons, om door ons, met ons en in ons de naaste lief te hebben, ook als wij daar zelf tegen opzien of daar argwaan voor hebben. ‘Ga en doe gij evenzo’, betekent dan: handelen zoals Jezus zou doen en zo deelhebben aan zijn leven. De weg gaan van hoofd naar hart is leven volgens dit Schriftwoord: Zalig die naar het Woord van God luisteren en ernaar handelen.

 


 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven