Homilie Pater Lukas Martens 15 augustus 2021 : Hoogfeest Maria Tenhemelopneming

We zouden het feest van vandaag ook kunnen noemen: het ‘eindelijk thuis’. Het eindpunt van een lange geschiedenis, de vervulling van een eeuwenlang verlangen van God: dat mensen zou beantwoorden aan de bedoeling waartoe zij werden geschapen. Daarom delen wij vandaag in de vreugde van de hemel: eindelijk ten volle feest tussen God en mens, de bruiloft van koning en koningin, van de nieuwe Adam en de nieuwe Eva. Gods plan is geslaagd, de vijand is overwonnen, het Magnificat dat Maria zingt is een groot overwinningslied, een verzameling van verzen die her en der opgenomen zijn uit heel het Oude Testament.
 
In het evangelie horen wij vandaag twee zaligsprekingen die betrekking hebben op Maria: ‘zie van heden af prijst elk geslacht mij zalig, omdat Hij die machtig is aan mij zijn wonderwerken deed.’ En deze zaligspreking is een gevolg van de andere zaligspreking: ‘Zalig zij die geloofd heeft, dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is. Zalig die geloofd heeft.’ Wat is geloven? Geloven is ‘ja’ zeggen aan God, instemmen met wat Hij ons zo graag wil geven, met wat Hij van ons vraagt, intreden in Zijn plan met ons, zonder alles op voorhand te begrijpen, een gelovige instemming die vroeg of laat ook een diepe pijn in het hart kan veroorzaken. Het is de instemming die Maria heeft uitgesproken met de woorden: ‘zie de dienstmaagd van de Heer, mij geschiede naar uw Woord.’ Doe met mij zoals U wilt.
 
Het is dezelfde houding waarmee Jezus de wereld binnenkomt: ‘zie ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen. Vader, Uw wil geschiede.’ Dit is de houding waarin de eerste Adam heeft gefaald. Hij twijfelde aan Gods goede bedoeling. Hij hechtte meer geloof aan de woorden van de slang, dan aan wat God gezegd had. Hij had meer aandacht voor de boom van de kennis van goed en kwaad, dan voor de boom van het leven. Maria, daarentegen, heeft nooit gefaald in het geloof. Door haar onbevlekte ontvangenis kon zij vanaf het begin helemaal open zijn voor Gods bedoeling, zonder die ooit te betwijfelen.
 
Van Maria kunnen we zeggen dat haar leven heel eenvoudig was. Als de mensen van Nazareth over Jezus zeiden dat Hij voor hen alleen de zoon van de timmerman was, en meer niet, dan hadden zij over Maria kunnen zeggen: zij is de vrouw van de timmerman, en meer niet. Ja, Maria was eenvoudig en tegelijk zo uitzonderlijk koninklijk door haar geloof. Wij kunnen het ons amper voorstellen: in Maria zien wij een mens die altijd verbonden is gebleven met God, altijd volkomen ingespeeld heeft op Gods genade, zich in de grote en de kleine dingen altijd heeft laten leiden door de heilige Geest, altijd heeft ingestemd met Gods bedoeling, met Zijn plan, ook al begreep zij niet alles meteen. Welke innerlijke rijkdom droeg zij met zich mee, zo helemaal in eenklank met haar Zoon. Aan haar kon Jezus alles toevertrouwen wat er in Hem omging. Tussen Hem en haar was er een volkomen eenheid en verstandhouding.
 
Het moet ons dan niet verwonderen dat men over haar dood spreekt als over een ‘inslaping’. We mogen ons voorstellen dat Maria, op het einde van haar leven, zo’n hevig verlangen had om weer bij haar Zoon te zijn. Zoals de dood geen macht had over Jezus, zo waren graf en dood niet in staat Maria in slaap te houden. Jezus heeft haar ten volle deelachtig gemaakt aan Zijn verrijzenis. Zoals Jezus’ verrijzenis bewijst dat de weg die Hij gegaan is, een weg ten leven was, zo ook voor Maria: dat zij met ziel en lichaam is opgenomen in de hemel, bewijst dat haar weg van geloof een weg ten leven is geweest.
 
Tenslotte kunnen we nog zeggen dat Maria beeld is van de Kerk en van elke gelovige. Als wij de weg gaan van het geloof wacht ook ons deze heerlijke bestemming. Maar nog meer: Maria is ook beeld van de ganse mensheid, want iedereen is bestemd om opgenomen te worden in het eeuwig geluk van de hemel. Als gelovigen hebben wij de taak om voor al onze medemensen wegwijzers te zijn, een teken van hoop midden een wereld met zoveel onrust, beproeving en nood.
 
Johannes schreef het boek van de Openbaring voor christenen in een tijd van vervolging. Zo wou hij hen bemoedigen in het geloof. De verdrukking die zij doorstonden mochten zij aanvaarden als barenspijnen voor een nieuwe mensheid. Als wij het Magnificat bidden mogen wij ons tot God richten in de naam van het ganse Godsvolk, in naam van alle gelovigen. En als wij het ‘Wees gegroet’ bidden, mogen wij dit doen in naam van de ganse wereld, van alle mensen. Voor hen allen mogen wij blijven bidden: Heilige Maria, bid voor ons, nu en in het uur van onze dood. Amen.

 


deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven