Homilie Pater Roeland Van Meerssche
10 maart 2024 : 4de zondag van de Veertigdagentijd

Broeders en zusters,

De evangelist Johannes verwijst ons in dit evangelie naar een merkwaardig verhaal uit het boek Numeri. Wanneer het volk in de woestijn in opstand komt tegen Jahwe, wordt het geteisterd door giftige slangen. Wanneer de Israëlieten zich bekeren en terugkomen van hun verzet tegen God, moet Mozes een bronzen slang maken en die op een paal zetten. Iedereen die is gebeten en opkijkt naar de bronzen slang, zal gered worden.
 
De jonge christengemeente heeft in de bronzen slang aan die houten paal een afbeelding herkend van Jezus op het kruis. Johannes zegt het zo: ‘De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft’ (v 14). Jezus wordt omhoog geheven, verhoogd, verheerlijkt aan een houten paal. En die verheerlijking te midden van de diepste ellende toont de weg naar bevrijding, genezing en redding. Het is de weg naar het leven, leven in eeuwigheid.
 
De voorwaarde die gesteld wordt is dat we zouden geloven en geloven wordt hier geïllustreerd met het treffend beeld van de zieke die opkijkt naar de bronzen slang of die zijn blik fixeert op Jezus aan het kruis. Meer niet. Want iedereen die zo gelooft in Jezus aan het kruis ‘zal niet omkomen, maar het eeuwig leven verkrijgen’ (v 15).
 
Het lijkt allemaal eenvoudig en goedkoop: alleen maar een blik die rust op de gekruisigde. Maar hierachter gaat echter de wondere kracht schuil van een sterke en stoere liefde. Van de grootste liefde die er ooit geweest is. Op de eerste plaats de liefde van Jezus zelf, want: ‘er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden’ zegt Jezus (15, 13). En geloven in Jezus, is geloven in de liefde.
 
Maar ook de liefde van de Vader want ‘God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft’ (v 16).
Paulus schreef het ook in de tweede lezing van deze viering: ‘Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die Hij voor ons heeft opgevat, zo groot is, heeft Hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered’ (Ef 2, 4 – 5).
 
Dat wil Jezus ons duidelijk maken: wat op Golgota gebeurde, heeft alles met liefde te maken. De dood van Jezus was het absolute hoogtepunt van Gods liefde voor ons.
 
Geloven is dan ‘JA’ zeggen op deze uitzonderlijke liefde langs het kruis van Jezus om. En wanneer we dit aanvaarden is er geen plaats meer voor oordeel of veroordeling: ‘Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken’ (v 18), zegt Jezus.
 
Daar ligt onze redding. Wat voor niet-gelovigen op een fiasco lijkt, is voor ons, christenen, een bron van nieuw leven en wie met een gelovig hart naar het kruis van Jezus kijkt en er Gods liefde in ontdekt, zal ‘opnieuw geboren worden’ (3, 3). Het sterven van Jezus neemt alle twijfel weg: God houdt van ons. Wie of wat we ook zijn; hoe ons leven ook geweest is: zijn liefde is trouw en duurt tot in eeuwigheid.
 
Maar, broeders en zusters, die liefde geeft ons ook een opdracht. We kunnen ontvankelijk zijn voor deze liefde: we kunnen ze ook weigeren. Maar als we geloven dat God van ons houdt, en als we heel ons leven in het licht van Gods liefde stellen, zal dat aan ons ook te zien moeten zijn. God heeft ons nodig om aan de wereld de kleuren van zijn verbond te geven opdat het licht van Jezus mag stralen over alle mensen, zonder onderscheid. Hij heeft ons lief en hoopt dat wij die liefde vertalen in concrete daden. Dat wij zijn droom voor alle mensen zichtbaar en voelbaar proberen te maken in de manier waarop wij met anderen samenleven. Iemand die voelt dat hij bemind wordt, zal dat ook uitstralen. Want liefde maakt mensen mooier. Amen.

P. Roeland

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën

 

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven