Homilie Pater Paul De Bois 3 maart 2024 : 3de zondag van de Veertigdagentijd

Het gaat in de lezingen van deze zondag over items die ons, moderne mensen, niet echt meer liggen.

Er is sprake van normen waaraan men zich moet houden: de tien woorden van God, in de eerste lezing. Paulus in de tweede lezing heeft het over de gekruisigde Christus en in het Evangelie doet Jezus er nog een schep bovenop door kwaad te worden en de handelaars, met hun waren en vee, de tempel uit te jagen.

Vrijheid is sinds de jaren ’60 heel belangrijk geworden. Pas wanneer politieke regimes dit aan banden leggen realiseren we ons dat die vrijheid niet vanzelfsprekend is. Mensen gaan dan grote risico’s aan om voor die vrijheid te kampen. Sommigen bekopen dat met hun leven.

Maar wat is vrijheid?

Vrijheid is niet gelijk aan doen en zeggen wat je wil, zonder rekening te houden met medemensen.

Vrijheid is evenmin doen wat altijd werd gedaan omdat we het zo gewoon zijn.

De handelaren waren al lang in de tempel aanwezig. Toch komt Jezus in opstand tegen die heersende cultuur: de tempel moet opnieuw de heilige ruimte worden, de plek van Gods aanwezigheid. Natuurlijk wordt Jezus bevraagd op zijn bevoegdheid om zo radicaal tekeer te gaan. Het antwoord van Jezus verrast: Jezus verwijst naar zichzelf: “Breekt deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem doen herrijzen. Maar de Joden zien enkel het stenen tempelgebouw waaraan zesenveertig jaar is gebouwd.

Ook wij komen te dikwijls niet verder dan de oppervlaktelaag van de werkelijkheid. Pas als wij openkomen voor Gods onvoorwaardelijke Liefde zal de genade van het geloof onze ogen openen voor de Werkelijkheid van de werkelijkheid.

Precies daarom, om hun hart op het rechte pad te houden krijgen de Israëlieten in de woestijn op de berg Sinaï de tien godswoorden te horen. De eerste vier gaan over ons omgaan met God. De zes die daarna volgen gaan over onze menselijke relaties.

De woestijn is daarbij een plek met grote symboolwaarde. Precies de woestijn staat symbool voor het contrast tussen leven en dood. Beetje bij beetje leerde het Volk Gods in de woestijn hoe ze met God en met elkaar moesten omgaan.

Ze leerden luisteren naar Gods woord. Ze leerden Gods liefde voor hen kennen. Pas dan kunnen ze de goddelijke aanwezigheid leren kennen.

Vele jaren later is dat precies Jezus’ bedoeling: Hij wil de blindheid van het volk doorbreken en herinneren aan waar het écht om gaat en dat is voor Hem Gods liefde en nabijheid bij mensen. Daarom maakt Hij een einde aan het verdienmodel dat men gemaakt heeft van het geloof in God en van de tempelruimte.

Jezus spreken, zijn doen en laten zijn erop gericht zijn toehoorders die nabijheid van God te leren ontdekken.

Zo op het eerste aanvoelen lijkt Jezus daar in te lukken. Mensen volgen Hem enthousiast en luisteren naar zijn preken. Toch blijven de meesten van hen steken in hun eigenbelang en begrijpen ze niet echt waarom het Jezus te doen is.

Vrienden,

De veertigdagentijd is zoiets als de woestijntocht van het Godsvolk. Een tijd, lang genoeg, om ons leven onder het Evangelie te leggen. In de prefatie bidden we “dit is een tijd van meer toeleg op het bidden en grotere liefde tot de naaste, van grotere trouw aan de sacramenten”. Ik ben de laatste om iets af te doen aan deze drie aandachtspunten.

Maar niet voor niets verwijst Paulus in zijn brief naar Jezus Christus en naar de dwaasheid van Gods liefde.

Voor iedere christen mens is de gekruisigde Christus Gods kracht en Gods wijsheid … de dwaasheid van Gods liefde toont zich immers in de zwakheid van de Gekruisigde.

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën

 

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven