Homilie Pater Paul De Bois 28 april 2024 : 5de Paaszondag

Paulus komt voor de eerste keer in Jeruzalem als christen en daar voegt hij zich bij de leerlingen. Dit hoorden we in de eerste lezing. Volgens Paulus’ eigen verhaal in zijn brief aan de Galaten, is hij na zijn roeping onmiddellijk naar ArabiĂ« gegaan, vandaar is hij teruggekeerd naar Damascus en pas drie jaar later ging hij naar Jeruzalem om Petrus een bezoek te brengen.
 
Ik denk dat Paulus zich daar te Jeruzalem een beetje eenzaam moet hebben gevoeld. Nog leeft in Paulus heel levendig de herinnering aan al het wonderbare dat in zijn leven is voorgevallen. Hij is daar met al de ijver van een nieuwbekeerde, en dat betekent wat voor een man met zijn temperament. Maar Paulus staat voor een muur. De leerlingen van Jeruzalem hebben hun mening over hem: Paulus die kennen ze als de vervolger. Ze konden niet geloven dat hij een leerling geworden was.
Wat heeft hij in het verleden niet allemaal uitgespookt en wat zal hij in de toekomst nog uithalen? Geen risico’s, dachten ze ! Die ijskoude houding, die muur van geslotenheid moet voor Paulus een ontnuchtering en een ontgoocheling geweest zijn. Het was hard om te dragen voor een man van zijn formaat, een man met grote dromen bezield op dat ogenblik.
 
En in die situatie staat dan de mooie figuur van Barnabas. “Zoon van vertroosting” betekent zijn naam. Hij gelooft in Paulus, hij wil dat Paulus een kans krijgt. Daarom poogt hij de argwaan van de leerlingen tegenover Paulus weg te nemen. De 1e lezing zegt: “Barnabas trok zich het lot van Paulus aan. Hij bracht hem bij de apostelen en vertelde hun hoe Paulus onderweg de Heer had gezien en dat Jezus tot hem had gesproken en hoe Paulus daarna in Damascus vrijmoedig opgetreden was in de naam van Jezus.”
Wat Barnabas deed, dat is wat we nu “bevestigen” noemen. En zo begrijpen we dat in de Handelingen van Barnabas gezegd wordt dat hij was “een rechtschapen man vol geloof en de heilige Geest.”
 
Jarenlang zou Barnabas Paulus’ reisgezel zijn tot aan hun twist die in het 15e hoofdstuk der Handelingen wordt verhaald. Daar gaat Barnabas niet met Paulus mee omdat hij ook Marcus nog een kans wil geven. Marcus had het blijkbaar bij Paulus verkorven. De Handelingen zeggen dat het meningsverschil hoog opliep. En als Barnabas Paulus alleen laat vertrekken, dan is het omdat hij Marcus niet wil afschrijven.
 
Dit alles moge ons leren dat wij de eerste Kerk niet te veel mogen idealiseren. Toen zoals altijd is de Kerk een Kerk van mensen geweest: mensen met eigen opvattingen, met eigen temperament, met een eigen aard. Toen zoals altijd, heeft het geleid tot wrijvingen en twisten. Te midden van dat alles rijst de mooie figuur van Barnabas. Hij was iemand die in de mensen geloofde en mensen nooit afschreef.
Om dat te kunnen moet hij heel innig met Jezus geleefd hebben.
 
Verder zou ik nog iets willen zeggen over de nederigheid van Paulus. Een nederigheid, die je ook zou kunnen noemen: zijn erkenning van de kerkelijke autoriteiten. Paulus is door Christus geroepen, maar hij ontvangt zijn zending van de Kerk der apostelen. En echte apostelen zijn volgens Lucas alleen de Twaalf, zij die met Christus geleefd hebben, die met de Verrezene hebben gegeten en gedronken. Alle anderen, ook Paulus moeten zich steunen op hun gezag.
Het is vanuit die opvatting dat Barnabas Paulus zo spoedig mogelijk met de apostelen in Jeruzalem in contact brengt. En zo verdoezelt hij die drie jaar die liggen tussen de bekering van Paulus en zijn aankomst in Jeruzalem. Tussen de regels kunnen we lezen dat het Paulus wel iets gekost heeft om naar Petrus te gaan. En dat is niet te verwonderen. Paulus had immers behoord tot de groep van de Farizeeën, hij was geboortig van Tarsus en bezat het Romeins burgerschap. Hij kende de wereld van de Griekse beschaving en van het Griekse denken. Hij was van nature een man die gesteld was op zijn onafhankelijkheid. Maar Paulus is naar Jeruzalem gegaan om Petrus te zien. En Petrus was toch maar een visser die niet veel meer had gezien dan het meer van Tiberias, de Jordaanvallei en Jeruzalem.
 
Er is altijd nederigheid nodig en zelfoverwinning om een mens van de Kerk te zijn. En roeping veronderstelt ook altijd dat men een mens van de Kerk is, dat men die nederigheid verovert. En dat heeft Paulus begrepen.
 
Intussen weten wij dat Paulus’ uur toch gekomen is. De Geest wordt niet aan banden gelegd, maar de Geest kiest ook zijn ogenblik.
Dat vraagt dat men desnoods ook wachten kan. Zelfs Paulus heeft enig geduld moeten hebben voor hij de ramen van de eerste Kerk op de wereld kon opengooien.

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën

 

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven