Dat Jezus ons iets over het ‘Koninkrijk Gods’ via parabels wil vertellen, weten we. Soms moeten we het met de parabel op zich doen … moet de tekst gewoon tot ons mogen spreken.
Soms geeft Jezus bij de parabel die Hij vertelt ook uitleg. Zoals vandaag met de parabel van het onkruid tussen de tarwe. Maar elke gelijkenis, hoe gemakkelijk of moeilijk ook. Hoe groot of klein, En of het nu wel of niet uitgelegd word. Alle gelijkenissen hebben een diepe spirituele betekenis.
Ook zijn leerlingen begrepen soms niet waar Jezus over sprak. Wat hij nu precies probeerde uit te leggen. Veel Joden hadden een verkeerd begrip over het koninkrijk. Zo stond het Romeinse rijk voor macht en verdrukking. Het koninkrijk stond synoniem voor kracht, macht en rijkdom. De Joden hadden bovendien een verkeerd begrip van de Messias. De Joden geloofden in een Messias die hen zouden bevrijden van de Romeinse overheersing. Een machtig en sterk krijger die hun zou verlossen van hun aardse vijand, Zoals in de tijd van Mozes die hun bevrijdde van de Egyptenaren. De Joden hadden dan ook een totaal verkeerd begrip van de Messias maar ook van het koninkrijk. Door hun vervormde betekenis van de beide begrippen hadden ze soms veel moeite met het begrijpen van het koninkrijk van God.
Jezus vergelijkt hier Gods koninkrijk met een zaaier. Maar toen het zaad opkwam en vrucht zette, kwam er ook onkruid tevoorschijn. Toen de knechten van de zaaier het onkruid eruit wilden halen, wilde hij dat niet: “Als jullie het er tussen uithalen, trek je ook het koren mee uit”. Laat het samen opgroeien tot de oogst!
Verderop wordt de gelijkenis uitgelegd (Mat. 13 : 36 – 43). Hier valt alle nadruk op de eindafrekening waarbij engelen de boosdoeners bijeenbrengen. Met tandengeknars worden ze in de brandende oven gegooid.
Nu heeft bijbelonderzoek duidelijk gemaakt dat het nog maar de vraag is of uitleg en gelijkenis beide van Jezus afkomstig zijn. Veel waarschijnlijker is dat de uitleg de situatie weerspiegelt waarin de zich ontwikkelende christen gemeenschap zich bevond toen het evangelie geschreven werd.
Tot hun schrik ontdekten de eerste christenen dat je gelovigen in soorten hebt. Daarbij worden Jezus’ woorden op een bepaalde manier toegepast op die situatie. Daar is niets mis mee. Zo gaan wij zelf ook vaak tewerk wanneer we iets doorvertellen. Wel moeten we ons blijven realiseren dat een gelijkenis zo een andere strekking kan krijgen dan hij oorspronkelijk mogelijk had.
Wat was deze strekking? Niet zozeer, denk ik, het probleem van het kwaad of de zonde, maar dat van de vermenging van goed en kwaad. Want een van de problemen van het kwaad is dat het zo verschrikkelijk goed gedijt in de vermomming van het goede.
Precies dát brengen die woorden van Jezus treffend in beeld. Het tegenstrijdige en paradoxale krijgt zijn plaats. Het onkruid tussen de tarwe. En het wordt als het ware onbeschroomd aanvaard.
We kunnen dat ook zien : niets werkt zo averechts als de fanatieke wil tot het goede. De geneigdheid de menselijke geschiedenis en de natuur te willen zuiveren van alles wat negatief is of een schaduw werpt leidt op den duur tot heilige oorlogen. In naam van het goede worden zuiveringsacties doorgevoerd. Ethische. Etnische.
Ook in ons eigen hart speelt dit. Hoe fanatieker we het onkruid in onszelf en om ons heen willen uitrukken, hoe rigoureuzer de aanpak en hoe minder er op den duur nog kan en wil groeien. De gelijkenis laat zien dat die zuivere wereld en dat zuivere hart niet bestaan. Wat er is, is deze wereld met zijn licht en zijn duisternis en heel dat bonte spectrum van kleuren daartussenin.
De vraag die de gelijkenis ons stelt is of we genoeg vertrouwen en geduld hebben om de dingen in onszelf en om ons heen te laten groeien zonder ons te laten overmeesteren door de angst voor wat onkruid lijkt.
De keus kortom tussen de lange adem van het vertrouwen en onze geneigdheid zelf ter hand te nemen wat we in feite aan God moeten overlaten: het vermogen precies te onderscheiden tussen goed en kwaad, tarwe en onkruid.
Dit evangelie vraagt ons eigenlijk zo geduldig en mild te worden als God zelf.
Hoe kunnen we dan groeien tot mensen die geduld hebben met mensen ?
Als we het evangelie lezen, komen we het antwoord tegen: het kan als er veel liefde is, als we ons gedragen weten door een God die Liefde is. Het wordt levenslang oefenen om daar in te groeien. Misschien lukt het ons niet echt om zo geduldig, mild en vergevingsgezind te zijn als God, dit evangelie kan ons wel inspireren om wat behoedzamer te zijn in het etiketten plakken op mensen.
Een geloofsgemeenschap die pretendeert Jezus te volgen, moet zich niet specialiseren in het benoemen van het onkruid tussen de mensen en al zeker niet in het wieden er van.
Met deze gelijkenis herhaalt Jezus nog maar eens dat God dat wel zal regelen. We hoeven dus niet de politieagent van de wereld te zijn en we moeten ons zeker niet verhogen tot moraalridders. Alle energie die daar naar toe gaat, investeren we beter in de kunst van het liefhebben, onvoorwaardelijk, zoals God …