Homilie Pater Lukas Martens 21 april 2024 : 4de Paaszondag

Arm schaapje

De wereld van de schapen en de herder is ons niet meer zo vertrouwd. In ons woordgebruik is er wel nog iets van overgebleven. Soms zeggen we over iemand, ach, dat arm schaap. Daarmee bedoelen we dan iemand die op de sukkel is. En het is niet voor niets dat we dat zo zeggen. Want een schaap is zo kwetsbaar dat het meer dan andere dieren nood heeft aan hulp en bescherming. Het is de gemakkelijke prooi van roofdieren en van slecht-willende mensen. Bij de profeet Ezechiël horen wij hoe God zich kwaad maakt op herders die alleen aan eigen profijt denken en de schapen misbruiken. Hij zal zelf voor zijn schapen komen zorgen, wat in Jezus helemaal werkelijkheid is geworden.

Persoonlijke intieme band

Jezus had medelijden met die grote menigte die naar Hem toekwam. Allemaal mensen die waren als schapen zonder herder. Jezus heeft een hart voor de schapen, omdat de Vader ze aan Hem heeft toevertrouwd. Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij, zegt Hij. En dat is het kennen van de liefde die onderlinge banden smeedt. Jezus heeft een heel persoonlijke intieme band met elke mens, met ieder van ons.

Echt medelijden

We kunnen ons voorstellen dat Jezus ook vandaag kijkt naar die grote menigte mensen die zijn als schapen zonder herder. Kinderen en jongeren aan hun lot overgelaten, vluchtelingen op zoek naar een veilige plek, mensen verleid en misleid door de media, politici die vooral hun eigenbelang behartigen, machthebbers voor wie mensen alleen pionnen zijn, ouderen en langdurig zieken die vereenzamen,… ja, Jezus heeft medelijden met hen. En het medelijden van Jezus is niet alleen een gevoel van compassie, het is een gave van zichzelf. Hij zal niet alleen figuurlijk meelijden, maar letterlijk. Het leed van mensen zal Hij op zich nemen, die last helemaal dragen ten einde toe, tot de dood toe, en tot het eeuwig leven toe, want als Verrezene blijft Jezus de Goede Herder ook doorheen mensen die Hij roept in zijn dienst, om te gaan in zijn spoor.

Ik geef wat ik ben

Jezus wil zijn leven in ons verder zetten. Daarvoor blijft Hij zichzelf aan ons geven in de Eucharistie. Ik ben de Goede Herder, zegt Jezus, Ik geef mijn leven voor mijn schapen: Ik ben wat Ik geef en Ik geef wat Ik ben.

Kind van God

In ons christelijk geloof hebben wij woorden die veelzeggend zijn maar door de gewoonte hun zeggingskracht verliezen. Een schaap, een lam, een herder. Het klinkt zo gewoon en tegelijk zijn ze zo diep. Johannes heeft het vandaag in zijn brief over de kinderen van God. Zo worden we genoemd en zo zijn we ook, u en ik, hier en nu. Dat klinkt zo gewoon, kind van God, maar is bijzonder geladen.
 
Hoe groot is de Liefde die de Vader ons betoond heeft! Wat had de Vader nog meer voor ons kunnen doen, dat Hij niet gedaan heeft? Wat had Hij ons nog meer kunnen geven dan zijn enige geliefde Zoon, die zijn eigen leven heeft durven geven, opdat wij in waarheid kinderen van God zouden kunnen zijn. Hij deelt ons menszijn en neemt ons op in zijn goddelijk leven.
 
Wij dragen de naam: kind van God. Die naam is een gave en ook een opgave. Jij bent kind van het licht, schrijft Paulus, wel leef dan ook als kinderen van het licht. Onze roeping is groot. Iedereen is geroepen. Niemand is zo arm dat hij niets te bieden heeft, en niemand zo rijk is dat hij geen hulp nodig heeft. Elke christen mag de vraag met zich meedragen: wat zou Jezus doen in mijn plaats, indien Hij in mijn situatie was, mijn leeftijd en mijn gezondheid had?

Instrument van liefde en vrede

Ik besluit met de woorden van paus Franciscus waarmee hij zijn brief inleidt ter gelegenheid van de 61ste gebedsdag voor roepingen: De Wereldgebedsdag voor Roepingen nodigt ons jaarlijks uit om stil te staan bij het kostbare geschenk van onze unieke goddelijke roeping. Als gelovige leden van Gods volk onderweg, worden we geroepen om te deel te hebben aan zijn liefdesplan en om de schoonheid van het Evangelie te belichamen in diverse levensroepingen. We vinden onze levensvervulling wanneer we ontdekken wie we zijn, welke talenten we hebben, waar we ze kunnen inzetten, en welke weg we kunnen volgen om teken en instrument te worden van liefde, van gastvrijheid, van schoonheid en vrede te midden van onze leefomgeving.

Waar kunnen wij onze talenten inzetten?

Dat zijn dus concrete vragen die paus Franciscus ons stelt: wie zijn wij? Welke talenten hebben wij? Waar kunnen wij die inzetten? Welke weg kunnen wij volgen om instrument te worden van liefde midden onze concrete leefomgeving. Laten we in deze Eucharistie ons hart openen voor datgene waartoe God ons roept en voor wat Hij van ieder van ons persoonlijk verwacht.

 

 

deze homilie als pdf

Overzicht van alle homilieën

 

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven