Getuigenissen Seculiere Karmel

→ Foto’s en video van de beloften op 16 december 2018

“Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.” (Mt. 6, 21)

Ons “Ja” voor het leven, is geen vanzelfsprekende of voor de hand liggende beslissing of keuze. Waarom? Waartoe? Wat is de basis van ons Ja? Wie of wat beweegt ons tot dit Ja? … Na vijf jaar noviciaat en in de aanloop naar onze beloften voor het leven, werd vanuit de vorming aan al de novicen gevraagd om de kern van ons definitieve “Ja” persoonlijk te formuleren. We bleken allen niet zozeer logische argumenten aan te dragen, dan wel te zijn afgedaald naar de realiteit op de bodem van ons hart. Zo schreef ieder van ons zijn of haar parel. Hier volgt uit elk van deze parels een klein fragment:

Getuigenissen naar aanleiding van de tijdelijke en definitieve beloften op 16 december.

 

“Er is in mij een verlangen om te leven zoals God bedoeld heeft dat we leven. In de karmel vind ik wijze raad om dat vorm te geven in het dagelijks leven, met veel vallen en opstaan.”

“Het is niet zomaar toetreden tot een geestelijke orde, vereniging of wat dan ook; het is heel eenvoudig: Onze Lieve Vrouw van de Karmel houdt me gewoon zelf vast. Hoe zou ik dit willen of kunnen verbreken?”

“De genaden van de Liefde van Jezus Christus steeds meer en meer in daden om te zetten, en dan hoop ik om een voorbeeld te zijn om Hem te dienen, samen met Onze Lieve Vrouwke. De vreugde uitstralen, iedere dag, uit dankbaarheid voor al wat ik gekregen heb.”

“Om Jezus een plezier te doen, uit liefde en dank, wil ik mij volledig aan Hem schenken. Met Maria als Moeder, wens ik de hemel te bereiken samen met alle mensen die ervoor openstaan.”

“Ik heb al lang een grote voorliefde voor de Karmel. Ik ben de Heer zeer dankbaar dat ik mijn eeuwige beloften mag doen en leven als een echte Karmelietes in de wereld, tot heil van de H. Kerk en de wereld. Ik bid vooral voor roepingen, die zo onmisbaar zijn voor het heil van de zielen.”

“Die immer aanwezige stille tederheid, die glimp van heelheid en eeuwigheid, diep in m’n innerlijke ruimte, dát is de grond. Vruchtbare grond, waar Hij zijn woning heeft en er de voren drenkt en de kluiten effent. Midden in de wereld een weg van gebed en mystiek, dienstbaar aan de Vader en zijn mensen: Ja!”

 

 

Wie zijn wij? Heel gewone mensen zoals jij met een eigen geschiedenis.
Getuigenissen en verhalen uit het leven van een seculiere Karmeliet(es)

 

Ik ben reeds 15 jaar aangesloten bij de Gentse gemeenschap. Ik zocht naar wie of wat mij zocht, ik was onrustig. Mijn onrust dateert van ongeveer 22 jaar geleden, toen ik geconfronteerd werd met een immense innerlijke pijn. Ondanks deze pijn werd het mij duidelijk dat ik er niet alleen voor stond, dat ik gedragen werd. Ik begon te zoeken naar iets of iemand? Schoorvoetend…, terughoudend voor het onbekende.

Nu kijk ik dankbaar terug, ik ben geheeld, genezen van dit onnoemelijk verdriet. Nu ben ik geroepen om te getuigen van Degene die me gedurende die lange periode gevormd heeft. Niets werd me bespaard, ik wou het opgeven bij zoveel duisternis. Maar telkens, op het ultieme moment van opgave werd ik bij de hand gegrepen, opgetild uit de diepste duisternis. 
Zo is geleidelijk aan mijn totale overgave en volledig vertrouwen gegroeid. 
Zelfs als alles tegenzat, kon ik niet meer opgeven omdat ik wist!

Nu ben ik bezig met de daden waartoe Teresa van Avila ons oproept, niet alleen gebed, maar vooral daden van naastenliefde; heel veel vrijwilligerswerk in de ouderen- en ziekenzorg en ook mijn verantwoordelijkheid binnen de Karmel.

Getuige mogen zijn, geeft mij vleugels. Ondanks fysieke beperkingen is geen berg te hoog, geen ravijn te diep om die te overbruggen.

Mijn Karmelroeping doet mij beseffen dat de Drie-éne in mij woont en mij altijd heel nabij is, veel dichter dan ik mezelf nabij kan zijn. Hij is de énige wie ik 100 % mijn vertrouwen heb gegeven. Steeds wijst Hij mij de weg die ik moet gaan, niet mijn eigen gemakkelijke weg, niet mijn vluchtweg.

Geef je totaal, wandel in vertrouwen, met volledige overgave. Al wat je nodig hebt komt vanzelf naar je toe: kracht, moed, inzicht, wijsheid, … liefde, zachtmoedigheid, geduld… 
Vreugde, vrede, rust, dankbaarheid zijn voor altijd je metgezel.

Ik wens het jullie allemaal toe.

 

 

Gedurende drie jaren was ik vrijwilliger in de palliatieve afdeling van een ziekenhuis. Een ontbijt brengen, samen met een patiënt die daarom vroeg een paternoster lezen, maar vooral: luisteren, liefdevol een hand vasthouden, een troostende glimlach schenken. Op zo’n moment voelen hoe de liefde van God door je heen stroomt naar hen toe, je een kanaal voelen. Als dat toen mijn missie was, en het enige wat ik kon doen, dan ben ik daar dankbaar voor.

Mijn kind werd op een bepaald punt in zijn leven geestesziek verklaard. Ongeneeslijk. Geen carrière voor hem, zo goed als geen perspectief op huwelijk of gezinsvorming zoals het in onze maatschappij van elk “geslaagd mens” verwacht wordt. “Nada te turbe”, schreef Teresa van Avila, laat niets je verstoren. En vertrouw op God. Ik aanvaardde de situatie zoals die is. God heeft me dit kind geschonken, ik houd er van, wat ook de omstandigheden mogen zijn. Nee, geen protest of boosheid gevoeld. Gods liefde is onvoorwaardelijk, mijn moederliefde voor mijn kind ook, al heb ik soms verdriet. Onlangs mocht ik in gedachten een beeld ontvangen van een toekomst waar mijn kind o zo zorgeloos gelukkig lacht. Dank U, Vader, voor Uw liefde.

Van kindsbeen af heb ik in God geloofd, ondanks een atheïstische opvoeding. Hij leidde me naar de Karmel, ik volgde Zijn pad. Ik mocht er gelijkgezinden ontmoeten die me aanvaarden zoals ik ben. Al ben ik op sommige punten nog onzeker en zoekend, ik voel dat ik op het juiste pad ben en ben hier dankbaar voor, ook voor de steun die ik hier mag ontvangen van de medebroeders en -zusters. Leven als karmeliet in de wereld is niet altijd gemakkelijk of vanzelfsprekend, maar ik volg de leiding die de Heer me geeft en vertrouw er op dat alles goed komt.

 

 

In het weekend van 16/12 moet ik tot mijn grote spijt werken en kan ik niet aanwezig zijn op deze genadevolle dag. Ik wens alle zusters en broeders die op die dag hun beloftes afleggen een grote proficiat, voor hen het begin van een levenslang groeiproces van vervolmaking in het groeien naar de Heer! Ik zal in gedachten bij jullie zijn!

Zoals waarschijnlijk geweten is mijn rol als seculiere Karmeliet voor langere periode thuis bij mijn vrouw die ernstig ziek is, haar ondersteunen, helpen en bidden tot de Heer voor genezing is prioritair.

Waarschijnlijk bij gebrek aan beter, werd ik op de Amerikaanse Ambassade aangesteld tot Senior Shift Commander en word ik vanaf januari tevens aangesteld als postoverste van de American Battlefield Monuments Commission. Een nieuwe uitdaging die ik, samen met de Heer, zal aangaan.

Ondanks “mijn donkere nacht” die ik de laatste jaren beleef en de extra uitdagingen die de Heer mij geeft probeer ik alles af te geven aan Hem, die altijd het beste met ons voor heeft. Ik dank allen voor de warme thuis die ik mocht ervaren tijdens de maandelijkse bijeenkomsten op de Karmel. Laat ons steeds voor elkaar blijven bidden en dat licht mogen zijn voor elkaar en anderen in deze donkere wereld.

Verenigd in gebed.

 

 

Eénmaal per jaar tracht ik een bezoek te brengen aan O.L.V. van Lourdes in Frankrijk. Ieder jaar weer, sta ik er van versteld hoe goed het is om daar m’n hele wezen, m’n pijn en bezorgdheden, m’n vreugde en dankbaarheid toe te vertrouwen aan de zorg van ons aller Moeder en er een kaars aan te steken voor al mijn dierbaren en bij uitbreiding voor alle mensen.

Bij een bedevaart hoort ook wel eens een terrasje en zo zat ik in de voorbije meimaand in stilte alleen met een boek aan een tafeltje toen een jongeman me plots in het Nederlands aansprak: “Bent u ook van België?” – “Ja”. “En komt u voor de natuur of voor de heiligdommen?” – “Ik kom naar hier omwille van God, en dus voor de heiligdommen en voor de natuur.” De man vroeg of het zou storen als hij er even kwam bijzitten. Hij bleek hindoe te zijn. Wat volgde was een samenzijn van twee mensen, een hindoe en een christen, ik zou zeggen, “met de liefde als midden”. Een gesprek van hart tot hart, waarbij wederzijds woorden werden gewogen alvorens ze uit te spreken en dus steeds weer op tijd verstomden om niet verstrikt te raken in theologische

Mijn oorspronkelijk plan om dadelijk de vesper te gaan bidden en nadien in stilte iets te eten wijzigde: we besloten om het gesprek verder te zetten en om samen iets te eten. En zie wat zich voltrok: het gebed maakt ruimte om de maaltijd te delen. Die zin, die terugblikkend op de avond in me opkwam, raakte me sterk en zou misschien zelfs als een kernachtige formulering kunnen klinken van de karmelitaanse weg.

Het gebed maakt ruimte. Eigenlijk, of anders gezegd uiteindelijk, bid ik niet zelf. Ik bid niet vanuit mijn ik. Het is de Geest die in me bidt en ik ben vrij en oefen me om dat toe te laten (wat niet altijd makkelijk is). Misschien is Teresa daarom zo formeel: ‘Laat het gebed nooit los!’ Bidden is, zo lijkt me, gaan-de-weg toelaten om gebed te worden en Teresa roept ons op om daarvoor onder alle (ook de moeilijkste) omstandigheden beschikbaar te blijven. Dat maakt plaats, dat ruimt mijn ego op, dat schept ruimte, ruimte voor God, die maaltijd wenst te houden met de Zijnen, en daar gaat het om. Bidden is een weg, geen doel op zichzelf. Het doel is dat God maaltijd met me zou houden.

Ik ben geroepen tot de karmel, die me een structuur, een kader biedt om me te oefenen en om zo te komen tot de gesteltenis waarin Gods wil kan geschieden, waarin Hij – de Liefde -vrucht kan dragen in me, waarin Hij maaltijd met me zal houden. De weg van de regel van Albertus, laat geen misverstanden bestaan over wat prioritair is, en ook niet over wat daartoe nodig is. *

Op het einde van ons gesprek aan de dis te Lourdes, glimlachten we beiden, de hindoe en de christen, over de eenvoud en het gemak waarmee we vanuit verschillende religies écht met elkaar konden spreken, ook –misschien nog het meest- doorheen het weglaten van woorden. Het is goed om de inspanningen die de weg vraagt te leveren en om op bedevaart te gaan. Het is goed om eenzaam karmeliet te zijn in de wereld en om een naaste, een broer te ontmoeten en er maaltijd mee te houden. Zo straalt het hemelse te midden de aarde en komen de woorden van Petrus me op de lippen: “Heer, het is goed dat wij hier zijn” (Mt. 17,4).

* Deze gedachte vindt o.a. een voedingsbodem in: WAAIJMAN, K., “De mystieke ruimte van de karmel”, Gent, Carmelitana, 2004 (tweede herziene uitgave), 268 p.

 

Foto’s van de tijdelijke en definitieve beloften op 16 december 2018

Drie seculiere karmelieten legden de tijdelijke beloften af, zes de beloften voor het leven.

→ Foto’s en video van de beloften op 16 december 2018