Previous Article Next Article Gebedsavond 7 februari 2019 : teksten van Frère Laurent, Thérèse van Lisieux, Titus Brandsma
Posted in Gebed

Gebedsavond 7 februari 2019 : teksten van Frère Laurent, Thérèse van Lisieux, Titus Brandsma

Gebedsavond 7 februari 2019 : teksten van Frère Laurent, Thérèse van Lisieux, Titus Brandsma Posted on 7 februari 2019

Teksten van de Karmelitaanse gebedsavond van 7 februari 2019 
Voor de teksten bij de rozenkrans, zie Blijde geheimen

We willen één uur waken uit dankbaarheid voor Jezus’ bidden voor ons de avond voor zijn lijden. Omwille van het feest van de opdracht van de Heer dat wij zaterdag vierden overwegen wij de blijde geheimen. Voor de aanbidding gebruiken we het gedicht van Thérèse: Rappelle-Toi en het gedicht van Titus Brandsma. Nu luisteren we naar fr. Laurent die ons leert leven in Gods tegenwoordigheid. Het boek: “Licht in ons hart”.

102 Een kloosterling vroeg hem eens op welke manier hij zich de gewoonte van Gods tegenwoordigheid had eigen gemaakt. Met zijn gewone eenvoud zei hij: “Sinds mijn intrede in het klooster, heb ik God als het doel en het einde van al mijn gedachten en gevoelens beschouwd. In het begin van mijn noviciaat probeerde ik mij tijdens de uren van gebed van Gods waarachtigheid te doordringen, meer door de verlichting van het geloof dan door de inspanning van de meditatie en de redenering. En langs die korte en zekere weg maakte ik vooruitgang in de kennis van dat aantrekkelijke Wezen, waarmee ik besloten was altijd samen te blijven. Toen ik op die manier helemaal doordrongen was van de grootheid van dat oneindige Wezen, heb ik mij teruggetrokken op de plek die mij werd aangewezen door de plicht van de gehoorzaamheid, en dat was de keuken. Daar was ik alleen, en als ik daar alles had gedaan wat nodig was om mijn taak te vervullen, wijdde ik alle tijd die over was aan het gebed, zowel voor het werk als daarna. Als ik met mijn werkzaamheden begon, zei ik tot God: ‘Mijn God, omdat U bij mij bent en ik op Uw wens mijn geest moet richten op deze uiterlijke dingen, bid ik U om de genade bij U te blijven en U gezelschap te houden. Maar werk met mij samen, Heer, dan zal het beter lukken. Aanvaard mijn bezigheden en al mijn genegenheid.’ Tenslotte ging ik gedurende mijn werk voort met mijn vertrouwelijk gesprek. Ik bleef doorgaan met Hem mijn kleine diensten aan te bieden en Hem om Zijn gunsten te vragen. Op die manier ben ik, door steeds weer op te staan als ik het verkeerd had gedaan en ook door veelvuldige akten van geloof en liefde, in een toestand gekomen waarin het mij bijna even onmogelijk is om niet aan God te denken als het mij in het begin moeilijk viel om mij daaraan te gewennen.”

Nu nog enkele fragmenten uit zijn brieven:

62 denk nog eens terug aan wat ik u heb aanbevolen, nl om vaak aan God te denken, overdag, ’s nachts, bij al uw bezigheden, zelfs tijdens uw ontspanning. Hij is altijd bij u en met u samen, laat Hem niet alleen: u zou het toch ook onbeleefd vinden om een vriend alleen te laten die u zou komen opzoeken. Waarom God verlaten en Hem alléén laten zitten? Vergeet Hem dus niet! Denk vaak aan Hem, aanbid Hem onophoudelijk, leef en sterf met Hem. Ik zal u daarbij helpen met mijn gebed.

67 alles wat maar in staat was om de gedachte aan God uit mij weg te nemen, verbande ik uit mijn geest en ik bande het iedere keer weer daaruit weg, op elk uur en op elk moment, zelfs op het drukste moment van mijn werk. Als wij trouw zijn om in Zijn heilige tegenwoordigheid te blijven, om Hem altijd voor ogen te houden, dan verhindert ons dat niet alleen om vrijwillig iets te doen wat Hem zou kunnen mishagen, maar door Hem op die wijze te beschouwen krijgen wij een heilige vrijheid om Hem de genaden te vragen die wij nodig hebben. Tenslotte danken wij het aan het steeds weer herhalen van die akten dat wij er steeds meer mee vertrouwd raken en de tegenwoordigheid van God wordt ons daardoor heel natuurlijk.

72 als wij dus reeds in dit leven de vrede van de hemel willen genieten, dan moeten wij ons gewennen aan een vertrouwelijk, nederig en liefdevol gesprek met Hem. Wij moeten verhinderen dat onze geest zich daarvan verwijdert voor wat voor aangelegenheid ook. Wij moeten voor Hem van ons hart een geestelijke tempel maken waarin wij Hem onophoudelijk aanbidden.

 

Thérèse

Herinner U, Heer, hoe U de heerlijkheid van de Vader hebt verlaten om een banneling te worden hier op aarde en ons arme zondaars vrij te kopen. O Jezus, U heeft zich vernederd door mens te worden in de maagd Maria. Uw grootheid en oneindige heerlijkheid hebt U versluierd. Herinner U, dat de schoot van uw Moeder, uw tweede hemel is geworden, dat U haar armen verkoos boven uw Koninklijke troon.

Herinner U dat u met uw goddelijke handen in eenzaamheid hebt gewerkt. U leefde vol toeleg in het verborgen. Met één enkel woord had U de wereld versteld kunnen doen staan, maar U verkoos om voor een gewoon iemand door te gaan. Als prediker bent U rondgetrokken, zonder iets te bezitten, geen steen voor uw hoofd. O Jezus, kom in mij, leg er uw hoofd te rusten, kom, mijn ziel is klaar om u te ontvangen. Mijn veelgeliefde Heiland, rust in mijn hart, het behoort aan U.

Herinner u dat U opstijgend naar de Vader ons niet als wezen wou achterlaten. In de eucharistie heeft U zich tot gevangene gemaakt op aarde en uw goddelijke stralen omsluierd. Maar die sluier is lichtend en helder. U bent het levende brood van het geloof, ons hemels Voedsel, O geheim van liefde! “Mijn brood van elke dag”, Jezus, dat bent U! U wil mij laten zien hoeveel U van mij houdt doordat U in mijn hart komt wonen. O Brood van deze ballingschap! Heilige en goddelijke Hostie, het is niet meer ik die leef, maar ik leef van uw leven. De gouden ciborie die U boven alles verkiest, Jezus, dat ben ik.

 

Titus Brandsma

O Jezus als ik U aanschouw, dan leeft weer dat ik van U hou, en dat Uw hart mij bemint, als uw bijzondere vriend. Al vraagt mij dat meer lijdensmoed, och, alle lijden is mij goed, omdat ik daardoor U gelijk, en dit de weg is naar uw rijk. Ik ben gelukkig in mijn leed, omdat ik het geen leed meer weet, maar het uitverkorenst lot, dat mij verenigt met U, o God. O laat mij hier maar stil alleen, het kil en koud zijn om mij heen, en laat geen mensen bij mij toe, het alleen zijn word ik hier niet moe. Want Gij, o Jezus, zijt bij mij, ik was U nimmer zo nabij. Blijf bij mij, O Jezus zoet, uw bijzijn maakt voor mij alles goed.

Karmelitaanse gebedsavond

Blijde geheimen

1ste blijde geheim: de engel Gabriël bracht de boodschap aan Maria: God wil in haar mens worden om ons allen te verlossen. Zij vraagt: hoe zal dit geschieden? Zij verneemt dat de heilige Geest over Haar zal komen en dat voor God niets onmogelijk is. Zij geeft Haar ‘ja’: Mij geschiede naar uw woord. Om met Zijn Geest in ons werkzaam te zijn vraagt God ook ons ‘ja’. Moge Maria ons helpen dit ‘ja’ aan God te schenken opdat Zijn wil mag geschieden in ons en in allen.

2de blijde geheim: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth: Haar kind springt vol vreugde op in haar schoot. Elisabeth zegent Maria, Maria zingt haar Magnificat. God schenkt mensen aan elkaar om zich begenadigd en uitverkoren te weten en zich te laten bevestigen in wat Hij geeft. Zo maakt God ons bekwaam voor onze eigen zending.

3de blijde geheim: Jezus wordt geboren in Bethlehem: Er was geen plaats voor Hem in de herberg. Hij kwam in het zijne maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Alleen eenvoudige herders en wijzen uit het Oosten komen hun Redder aanbidden. Zalig de armen van geest, zalig de zuiveren van hart, zij zullen God mogen ontmoeten in het concrete van hun leven.

4de blijde geheim: Jezus wordt opgedragen in de tempel: Hij is licht en heerlijkheid, maar ook teken van tegenspraak. God openbaart zijn geheimen aan de eenvoudigen en de kleinen. Vragen wij met Maria om de genade van het gegeven zijn, het toegewijd zijn aan de Heer, arm, zuiver en beschikbaar.

5de blijde geheim: Jezus wordt teruggevonden in de tempel: Maria en Jozef hebben met pijn hun kind gezocht. Jezus zegt: Wist je niet, dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ Bidden wij met Maria voor ouders die bezorgd zijn over het lot van hun kinderen. Dat zij hun kinderen in de handen van de Vader kunnen leggen.