Posted in Gebed

Gebedsavond 6 juni 2019 : teksten van Mariam Bawardy, Maria Magdalena de’ Pazzi, Thérèse van Lisieux

Gebedsavond 6 juni 2019 : teksten van Mariam Bawardy, Maria Magdalena de’ Pazzi, Thérèse van Lisieux Posted on 6 juni 2019

Teksten van de Karmelitaanse gebedsavond van 6 juni 2019 

Mijn hart en heel mijn wezen, alleluia, gaan juichend uit naar U, de God die leeft, alleluia.

In voorbereiding op Pinksteren mogen wij deze avond met de apostelen in het cenakel verblijven, met Maria, wachten op de beloofde heilige Geest. Wachten en waken, onszelf aanbieden aan het werk van de heilige Geest, opdat Hij in ons doet wat wij zelf niet kunnen: dat we mensen van liefde worden. Voor de aanbidding zelf laten we ons helpen door enkele gebeden van de heilige Thérèse. We beginnen met het overwegen van de →glorierijke geheimen van de rozenkrans.

H. Mariam van de gekruisigde Jezus schreef een gebed tot H. Geest op weg naar Pinksteren:

Het leek alsof mijn hart van ijzer was. Ik kon niet meer denken aan God. Toen heb ik de heilige Geest aangeroepen: “U bent het die ons Jezus doet kennen. De leerlingen bleven zo lang bij Hem en toch begrepen ze Hem niet. Maar één druppel van U deed hun alles begrijpen. Help mij Hem ook te begrijpen! Kom, mijn trooster, kom, mijn vreugde, kom, mijn vrede, mijn kracht, mijn licht. Kom en verlicht mij opdat ik de bron zou vinden waaraan ik mijn dorst kan lessen. Eén druppel van U is voldoende om mij Jezus te tonen zoals Hij is. Jezus heeft gezegd dat U de onwetenden te hulp zou komen; ik ben de eerste onder de onwetenden. Ik vraag U geen andere kennis, geen andere wijsheid dan Jezus te vinden en de wijsheid te bewaren.” En ik voelde het vuur een beetje gloeien in mijn hart. De heilige Geest weigert me niets. “Heilige Geest, verlicht mij. Wat moet ik doen en hoe kan ik Jezus vinden? De leerlingen wisten van niets, zij verbleven bij Jezus en begrepen Hem niet. Ik leef ook in het huis van Jezus en toch begrijp ik Hem niet…Het minste verwart mij, jaagt mij op. Ik ben zo kwetsbaar: ik ben te weinig edelmoedig om offers te brengen voor Jezus… O heilige Geest, toen U hun een straal van licht gaf, verdwenen de leerlingen: ze waren niet meer wat ze tevoren waren: hun kracht was vernieuwd, ze brachten met gemak offers voor Jezus; ze kenden Jezus beter dan ze Hem hadden gekend toen Hij bij hen was. Bron van vrede, van licht, kom mij verlichten. Ik heb honger, kom mij voeden; ik heb dorst, kom mij laven; ik ben blind, kom mij verlichten; ik ben arm, kom mij rijk maken; ik ben onwetend, kom mij onderrichten. Heilige Geest, ik geef mij in vertrouwen over aan U…

Z. Maria Magdalena de’ Pazzi

Heer, Uw Geest is de liefde waarmee U ons tracht te winnen. Tot Hem bidden wij: O heilige Geest, zonder iemand zijn vrijheid te ontnemen oefent U met eeuwige wijsheid een zachte drang uit op hen die Uw gaven willen ontvangen. U klopt aan alle harten, maar U klopt zacht en tracht ieder ertoe te bewegen zich bereid te houden tot het ontvangen van Uw gaven. O Geest die voortkomt uit de Vader en de Zoon, U daalt zo zacht in onze ziel dat Uw komst niet eens wordt opgemerkt. En omdat men Uw komen niet opmerkt, wordt het door weinigen naar waarde geschat. En toch stort U niet alleen Uw goedheid in onze ziel, maar ook de macht van de Vader en de wijsheid van de Zoon. Altijd staan de sluizen van de hemel open om genade naar beneden te laten stromen, maar wij houden de mond van het verlangen niet geopend om haar te ontvangen. Kom, O kom zeer lieflijke Geest. Ik kijk naar U terwijl U uit het hart van de Vader gaat en intreedt in het hart van het Woord. Vanuit Zijn hart komt U naar ons. Vanuit het hart van de Vader brengt U ons kracht, vanuit het hart van het Woord, de brandende liefde.

H. Thérèse van Lisieux

Mijn God, ook ik zou U willen zeggen: “Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat U mij hebt opgedragen. Ik heb Uw naam doen kennen aan hen die U mij gegeven hebt. Mijn Vader, ik wens dat, waar Ik ben, zij die U Mij hebt gegeven met Mij zullen zijn en dat de wereld mag erkennen dat U hen hebt liefgehad zoals U Mij hebt liefgehad”. Ja, Heer, dat zou ik U willen nazeggen, alvorens mijn opvlucht te nemen en mij in Uw armen te storten. Is dat misschien te vrijmoedig? Nee, want U hebt mij toch al een hele tijd toegestaan om stoutmoedig met U te zijn. Zoals de vader van de verloren zoon tot zijn oudste zoon sprak, zo hebt U ook tot mij gezegd:”Alles wat van mij is, is van U”. Uw woorden, o Jezus, zijn dus van mij en ik mag daar gebruik van maken om de gunsten van Uw hemelse Vader aan te trekken over hen die met mij verenigd zijn….

Uw liefde is mij al in mijn jeugd tegemoetgekomen, zij is met mij opgegroeid, en nu is zij een afgrond waar ik de diepte niet van kan peilen. Liefde trekt liefde aan. Mijn liefde, o Jezus, verheft zich naar U. Zij zou de afgrond die haar aantrekt willen vullen. Maar helaas, het is zelfs geen dauwdruppel verloren in de oceaan! Om U te beminnen zoals U mij bemint, moet ik uw eigen liefde lenen, dan alleen vind ik rust.

O mijn Jezus, het is misschien een illusie, maar het lijkt mij dat U een ziel niet met meer liefde kunt overstelpen dan U met de mijne hebt gedaan. Om die reden durf ik U vragen om hen die U mij hebt gegeven te beminnen zoals U mij hebt liefgehad. Als ik op een dag in de hemel ontdek dat U méér van hen houdt dan van mij, dan zal ik mij daarover verheugen en nu al erken ik dat zij Uw liefde veel meer verdienen dan ik. Maar hier beneden kan ik mij geen grotere onmetelijkheid van liefde voorstellen dan die welke U mij zo maar hebt willen schenken, gratis, zonder enige verdienste van mijn kant.

Uw tedere liefde wordt zo miskend, verworpen. O Heer, zal Uw misprezen liefde dan in Uw hart besloten blijven? Nee, aan harten die zich aan U wegschenken, kunt U die stromen van oneindige tederheid kwijt. U die mijn jonge leven wou zegenen en bekoren, blijf dicht bij mij tot aan de laatste avond. Heer, aan U alleen heb ik mijn leven verkwist en al mijn verlangens zijn U bekend. Schenk mij Uw eigen hart, om U daarmee lief te hebben en om al mijn broeders en zusters naar U toe te brengen.

Glorierijke geheimen van de Rozenkrans

1ste glorierijk geheim: Jezus verrijst uit de doden: Onverwacht mogen de vrouwen en de apostelen de verrezen Heer ontmoeten. 40 dagen verschijnt Hij aan zijn leerlingen om hen te bemoedigen en voor te bereiden op hun zending. Moge Maria ons helpen geloven in de Verrezen Heer die hier en nu aanwezig is, opdat Hij ons hart kan genezen met Zijn vrede.

2de glorierijk geheim: Jezus stijgt op naar de hemel: Hij vroeg om in de stad te blijven totdat wij zouden worden toegerust met kracht uit den hoge. Jezus schenkt ons aan elkaar om eensgezind te volharden in gebed, vol verwachting voor wat Zijn Geest in ons zal bewerken. Jezus heeft gezegd: Wanneer twee van u eensgezind op aarde iets vragen – het moge zijn wat het wil – zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is.

3de glorierijk geheim: De heilige Geest daalt neer over de apostelen: We kunnen bidden met zr. Elisabeth: Verterend Vuur, Geest van Liefde, kom over mij, opdat er in mijn ziel een menswording van het Woord gebeurt; dat ik nog een mens-zijn-erbij kan aanbieden waarin Hij heel zijn mysterie opnieuw kan doorleven. Heilige Geest, met en in Maria, wijden wij ons gehele zijn aan U toe, onherroepelijk, onvoorwaardelijk, totaal.

4de glorierijk geheim: Maria wordt in de hemel opgenomen: Door de hevigheid van haar liefde werd de zuiverheid van haar natuur verteerd. De aarde kon haar lichaam niet meer vasthouden. Zij werd vol luister ten hemel gevoerd om er de drie goddelijke personen te omhelzen. In haar hart voerde Maria ook ons allen met zich mee.

5de glorierijk geheim: Maria wordt gekroond in de hemel: Wij mogen tot haar bidden: onder uw bescherming nemen wij onze toevlucht, versmaad onze gebeden niet in onze nood maar verlos ons altijd van alle gevaren, Gij roemrijke en gezegende Maagd.

 

Karmelitaanse gebedsavond 1 augustus 2019