Previous Article Next Article Gebedsavond 6 februari 2020 : teksten van Frère Laurent, Thérèse van Lisieux, Titus Brandsma
Posted in Gebed

Gebedsavond 6 februari 2020 : teksten van Frère Laurent, Thérèse van Lisieux, Titus Brandsma

Gebedsavond 6 februari 2020 : teksten van Frère Laurent, Thérèse van Lisieux, Titus Brandsma Posted on 6 februari 2020

Teksten van de Karmelitaanse gebedsavond van 6 februari 2020 

Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft…

De Opdracht van de Heer is een herinnering aan Kerstmis en een verwijzing naar Pasen. Jezus is gekomen om de wil van de Vader te volbrengen, Hij bad: Vader, niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede… Laten wij één uur waken uit dankbaarheid voor Zijn gebed voor ons.
Overwegen we eerst → de mysteries van het licht


Bij de aanbidding gebruiken wij enkele strofen uit het gedicht van Thérèse: Rappelle-Toi en het gedicht van Titus Brandsma. Eerst beluisteren wij enkele brieffragmenten van fr. Laurent die ons leert leven in Gods tegenwoordigheid. (Uit het boek: “Licht in ons hart”)

60 Wij kunnen de gevaren en de hinderlagen waar het leven van vervuld is niet vermijden zonder een voortdurende daadwerkelijke hulp van God. Laten wij Hem die dan ook voortdurend vragen. Hoe zouden wij die kunnen vragen zonder bij Hem te zijn? Hoe kunnen wij bij Hem zijn als wij niet vaak aan Hem denken? Hoe zullen wij vaak aan Hem denken dan enkel door daar een heilige gewoonte van te maken?

62 Denk nog eens terug aan wat ik u heb aanbevolen, namelijk om vaak aan God te denken, overdag, ’s nachts, bij al uw bezigheden, uw oefeningen, zelfs tijdens uw ontspanning. Hij is altijd bij u en met u samen, laat Hem niet alleen: u zou het toch ook onbeleefd vinden om een vriend alleen te laten die u zou komen opzoeken. Waarom God verlaten en Hem alléén laten zitten? Vergeet Hem dus niet! Denk vaak aan Hem, aanbid Hem onophoudelijk, leef en sterf met Hem, dat is nu juist de mooie taak van een christen. In één woord, het is ons beroep. Als wij het niet verstaan, dan moeten wij het leren. Ik zal u daarbij helpen met mijn gebed.

67 Alles wat maar in staat was om de gedachte aan God uit mij weg te nemen, verbande ik uit mijn geest en ik bande het iedere keer weer daaruit weg, op elk uur en op elk moment, zelfs op het drukste moment van mijn werk. Als wij trouw zijn om in Zijn heilige tegenwoordigheid te blijven, om Hem altijd voor ogen te houden, dan verhindert ons dat niet alleen om vrijwillig iets te doen wat Hem zou kunnen mishagen, maar door Hem op die wijze te beschouwen krijgen wij een heilige vrijheid om Hem de genaden te vragen die wij nodig hebben.
Tenslotte danken wij het aan het steeds weer herhalen van die akten dat wij er steeds meer mee vertrouwd raken en de tegenwoordigheid van God wordt ons daardoor heel natuurlijk. Dank Hem alstublieft, samen met mij voor de grote hoeveelheid genaden die Hij heeft geschonken aan een zo armzalige zondaar als ik. Hij moge voor alles gezegend zijn. Amen.

72 Als wij reeds in dit leven de vrede van de hemel willen genieten, dan moeten wij ons gewennen aan een vertrouwelijk, nederig en liefdevol gesprek met Hem. Wij moeten verhinderen dat onze geest zich daarvan verwijdert voor wat voor aangelegenheid ook. Wij moeten voor Hem van ons hart een geestelijke tempel maken waarin wij Hem onophoudelijk aanbidden. Wij moeten zonder ophouden over onszelf waken om niets te doen of te zeggen wat Hem zou kunnen mishagen. Wanneer wij zo bezig zullen zijn met God, zal het lijden alleen maar vreugde worden, zoetheid en vertroosting. Ik weet dat het begin om in die toestand te komen moeilijk is en dat wij louter in geloof moeten handelen. Wij weten ook dat wij alles aan kunnen met de genade van de Heer. Hij weigert die niet aan degenen die Hem er dringend om vragen. Klop aan Zijn deur, houd aan met kloppen en ik zeg u dat Hij op zijn tijd open zal doen, als u niet ontmoedigd wordt: Hij zal u plotseling geven wat Hij jaren lang heeft uitgesteld. Tot ziens, bid tot Hem voor mij zoals ik voor u, ik hoop Hem weldra te aanschouwen. Ik ben geheel de uwe in Onze Heer.

 

Thérèse

Herinner U, Heer, hoe U de heerlijkheid van de Vader hebt verlaten om een banneling te worden hier op aarde en ons arme zondaars vrij te kopen. O Jezus, U heeft zich vernederd door mens te worden in de maagd Maria. Uw grootheid en oneindige heerlijkheid hebt U versluierd. Herinner U, dat de schoot van Uw Moeder, Uw tweede hemel is geworden, dat U haar armen verkoos boven Uw Koninklijke troon.

Herinner U dat U met Uw goddelijke handen in eenzaamheid hebt gewerkt. U leefde vol toeleg in het verborgen. Met één enkel woord had U de wereld versteld kunnen doen staan, maar U verkoos om voor een gewoon iemand door te gaan. Als prediker bent U rondgetrokken, zonder iets te bezitten, geen steen voor Uw hoofd. O Jezus, kom in mij, leg er Uw hoofd te rusten, kom, mijn ziel is klaar om U te ontvangen. Mijn veelgeliefde Heiland, rust in mijn hart, het behoort aan U.

Herinner U dat U opstijgend naar de Vader ons niet als wezen wou achterlaten. In de eucharistie heeft U zich tot gevangene gemaakt op aarde en Uw goddelijke stralen omsluierd. Maar die sluier is lichtend en helder. U bent het levende brood van het geloof, ons hemels Voedsel, O geheim van liefde! “Mijn brood van elke dag”, Jezus, dat bent U! U wil mij laten zien hoeveel U van mij houdt doordat U in mijn hart komt wonen. O Brood van deze ballingschap! Heilige en goddelijke Hostie, het is niet meer ik die leef, maar ik leef van Uw leven. De gouden ciborie die U boven alles verkiest, Jezus, dat ben ik.

 

Titus Brandsma

O Jezus als ik U aanschouw, dan leeft weer dat ik van U hou, en dat Uw hart mij bemint, als Uw bijzondere vriend. Al vraagt mij dat meer lijdensmoed, och, alle lijden is mij goed, omdat ik daardoor U gelijk, en dit de weg is naar Uw rijk. Ik ben gelukkig in mijn leed, omdat ik het geen leed meer weet, maar het uitverkorenst lot, dat mij verenigt met U, o God. O laat mij hier maar stil alleen, het kil en koud zijn om mij heen, en laat geen mensen bij mij toe, het alleen zijn word ik hier niet moe. Want Gij, o Jezus, zijt bij mij, ik was U nimmer zo nabij. Blijf bij mij, O Jezus zoet, Uw bijzijn maakt voor mij alles goed.

Mysteries van het Licht

1ste mysterie van het licht: Jezus laat Zich dopen in de Jordaan:  Eens zal Jezus worden gekruisigd tussen twee misdadigers, maar nu al is Hij solidair met de zondige mensheid. Hij laat zich onderdompelen in alle menselijke ellende. Hij deelt ons menszijn om ons op te nemen in zijn goddelijk leven. Zo nederig en zachtmoedig wil de Heer naast ons komen staan.

2de mysterie van het licht: De Bruiloft te Kana: We mogen de kruiken vullen met alles wat ons verdriet doet, met alles wat mensen elkaar aandoen, met alles wat onderlinge eenheid in de weg staat. Jezus kan het een verlossende waarde geven en bron laten worden van diepe verbondenheid. We bidden Maria om gehuwden te ondersteunen in hun vreugden en beproevingen en medelijden te hebben met gebroken gezinnen en met hun kinderen.

3de mysterie van het licht: Jezus begint zijn prediking in Galilea: Het Koninkrijk van God is nabij, bekeer u en geloof in de Blijde Boodschap. De mensheid heeft nood aan bekering, aan openheid voor Gods liefde want zij is ziek, gekwetst en bedreigd. We bidden om de komst van Gods Rijk, om verkondigers die bezield zijn door de heilige Geest.

4de mysterie van het licht: De Gedaanteverandering van Heer:  Nadat Jezus aan Zijn apostelen Zijn lijden had voorspeld, laat Hij aan enkelen van hen Zijn heerlijkheid zien. Moge de Heer vertroosting schenken aan wie leven in situaties van bedreiging, vervolging, verdrukking.

5de mysterie van het licht: De Instelling van de Eucharistie:  In elke hostie schenkt Jezus zichzelf aan ieder van ons, als een Leven dat voor ons bidt, lijdt, liefheeft. De kracht van Zijn liefde is in staat alles om te vormen. In de communie groeien wij met Hem in eenheid van wil en verlangen. Moge Maria, die onder het kruis van haar Zoon heeft gestaan, ons helpen om met geloof de eucharistie te beleven.

 

Karmelitaanse gebedsavond donderdag 5 maart 2020

Secured By miniOrange