‘Gebedsavond’ 3 december 2020 : teksten van Johannes van het Kruis en zuster Elisabeth

Karmelitaanse teksten voor 3 december 2020

Hoewel er geen gebedsdiensten gehouden worden geven wij jullie toch wat voedsel voor persoonlijk gebed en bezinning.
 
Zie uit naar de Heer en houd dapper stand, wees moedig van hart en vertrouw op de Heer.

Advent is waken, waakzaam zijn voor de Heer die is, die was en die komt. De Heer wil altijd tot ons komen om ons om te vormen in Zichzelf. In de advent mogen wij Hem ons mens-zijn aanbieden opdat Hij in ons het geheim van Zijn liefde opnieuw zou doorleven. We overwegen → de blijde geheimen

 

Voor de aanbidding laten we ons straks helpen door het gekende gebed van Johannes van het Kruis (gebed van een op God verliefde ziel). Evenals zijn naamgenoot Johannes de Doper is Johannes van het Kruis een adventsfiguur. Hij wil mensen helpen geloven dat ook zij een avontuur van liefde kunnen beleven met Jezus als Vriend en Bruidegom. Hij schrijft:
Wat jammer dat zoveel zielen blijven staan bij een elementaire vorm van omgang met God. Er zijn er immers die in plaats van zich aan God over te geven en zich te laten helpen, God eerder hinderen door hun onbezonnen activiteit of verzet. Daarom willen wij uitleggen hoe men zich door God moet laten dragen.

 
Elders schrijft hij waar wij God kunnen vinden:
Mijn ziel, wat zoek je nog buiten u? In uw binnenste bezit je uw rijkdom, uw voldoening, uw verzadiging, uw koninkrijk. Dit toch is uw Beminde, naar Wie jij verlangt en die jij zoekt. Geniet van Hem en wees blij met Hem in diepe ingekeerdheid, want Hij is u zo nabij. Verlang daar naar Hem, aanbid Hem daar. Ga Hem niet zoeken buiten u, want dan raak je verstrooid en vermoeid en je zal Hem nergens zekerder, vlugger en meer nabij vinden en van Hem genieten dan binnen in u. Maar één ding moet je wel weten: hoewel Hij in u is, is Hij er verborgen.

 
De advent is ons ook gegeven om onze liefde voor de Heer te laten vernieuwen. Het is een tijd van groeien in het besef dat we te zwak zijn om onszelf te veranderen. Vanuit dit besef mogen we al onze hoop en ons vertrouwen stellen op Hem die komt als Helper en Redder. Hij wil het, kan het met ons, in ons. Maar hebben wij de eenvoud om ons te laten beminnen als een kind? God wordt een kind van mensen, opdat wij het beter zouden aandurven, opnieuw te worden als kinderen die vertrouwen, hopen, liefhebben.

Aan een vriend priester schreef zr. Elisabeth:

“Ik bereid mij voor het op het feest van Maria’s onbevlekte ontvangenis, de verjaardag van mijn inkleding. Ik vraag je op die dag een gans speciale intentie opdat Christus door het stromen van zijn bloed mij bekleedt met deze zuiverheid en maagdelijkheid die de ziel toelaten een uitstraling te zijn van Gods eigen klaarheid. Het komt me voor dat de heilige adventstijd een heel bijzondere tijd is voor mensen die ingekeerd leven, die onophoudelijk en bij alles in hun diepste innerlijk ’verborgen leven in God met Jezus Christus’, in de verwachting van het groot mysterie. Ik verdiep me graag in de mooie psalm 19 en vooral in deze verzen: ‘daar plaatste de Heer een tent voor de zon, die als een bruidegom uit zijn bruidsvertrek treedt, om fris en onstuimig zijn baan te doorlopen. Hij stijgt aan de rand van de hemel omhoog en daalt dan weer af naar de andere einder. Niets kan aan zijn stralen ontkomen’. Laten we het leeg maken in onze ziel. Dan kan Hij ons inpalmen, om ons zijn eeuwig leven mee te delen. Hiervoor heeft de Vader Hem macht gegeven over alle mensen, zegt het evangelie. Laten we dan naar Hem luisteren in de stilte van het gebed. Hij is het ‘Begin, de Eerste’ die tot ons spreekt in ons binnenste, en heeft Hij niet gezegd: ‘Diegene die Mij heeft gezonden is waarachtig en alles wat Ik van Hem gehoord heb, maak Ik bekend’. Vragen wij Hem ons waarachtig te maken in de liefde, d.w.z. mensen die helemaal gegeven zijn. Het offer van zichzelf, zo lijkt het mij, is niets anders dan de liefde in praktijk gebracht: ‘Hij heeft mij liefgehad, en zich voor mijzelf overgeleverd’. Ik hou van de gedachte dat het leven van een priester en van een karmelietes een advent is die de harten voorbereid opdat Jezus erin geboren zou kunnen worden. David zingt in een psalm: ‘een vuur gaat aan de Heer vooraf’. Het vuur is dat niet de liefde? En is het ook niet onze zending om de wegen van de Heer voor te bereiden door onze eenheid met Hem die de apostel noemt: ‘een verterend vuur’? Door zijn aanraking zal onze ziel een liefdesvlam worden die zich verspreidt in alle leden van Christus’ Lichaam, de Kerk; dan zullen wij het Hart van onze Meester troosten en Hij zal kunnen zeggen wanneer Hij ons toont aan de Vader: ‘Zo ben Ik nu al verheerlijkt in hen.”

 

Gebed van een op God verliefde ziel

Heer God, mijn beminde, als U zich nog mijn zonden herinnert en daarom datgene niet doet waar ik voortdurend om vraag, voltrek dan daarin Uw wil, mijn God. Dat verlang ik immers het meest: wees goed en vol mededogen, en U zult in mijn zonden gekend worden. En als U wacht op mijn werken om ter wille daarvan mijn bede in te willigen, geeft U dan die werken en volvoert U ze in mij. Zo ook het lijden dat U zou willen aanvaarden. Moge dit geschieden. En als U niet op mijn werken wacht, waarop wacht U dan, mijn zeer milde Heer? Waarom talmt U? Als hetgeen ik U vraag in uw Zoon uiteindelijk toch gave om niet en mededogen moet zijn, neem dan mijn onbeduidende bijdrage. U wilt die toch. Schenk mij toch dat goed. U wilt dit immers evenzeer.
 
Want wie zal zich kunnen ontdoen van die povere wijze van handelen en zijn begrensdheid, als U hem niet opheft tot U in zuiverheid van liefde, mijn God? Hoe zal zich tot U kunnen opheffen de mens, die is geboren en geschapen in deze laagvlakte, als U hem niet omhoogtrekt, mijn Heer, met dezelfde hand waarmee U hem hebt gemaakt? U zult mij toch niet ontnemen, mijn God, wat U mij eens hebt gegeven in Uw enige Zoon, Jezus Christus, in wie U mij gegeven hebt alles wat ik maar verlang. Ik zal er mij daarom over verheugen, dat U niet zult talmen als ik van mijn kant blijf wachten. Waarom stel je uit en wacht je? Je kan God immers nu al beminnen in je hart.
 
Van mij zijn de hemelen en van mij is de aarde. Van mij zijn de mensen, de rechtvaardigen horen mij toe en de zondaars. De engelen zijn van mij en de Moeder van God en alles is van mij. God zelf is van mij en voor mij, omdat Christus de mijne is en alles is voor mij. Wat vraag je dan nog en wat zoek je, mijn ziel? Van jou is dit alles en alles is voor jou. Acht je niet minderwaardig en blijf niet staan bij de kruimels die van de tafel van je Vader vallen. Trek naar buiten en beroem je op je glorie, verschuil je daarin en wees blij, en je zult verkrijgen wat je hart verlangt.

 

 

Rozenkrans: Blijde geheimen

1ste Blijde geheim: de engel Gabriël bracht de boodschap aan Maria: Zoals Maria mogen ook wij ons openen voor een goede boodschap van Godswege: Hij verlangt ernaar in ons te komen wonen, in ons Zijn leven verder te zetten. Moge Zijn Geest ons daarvoor overschaduwen. Vragen wij met Maria om het geloof dat God nieuw leven kan schenken aan ons hart, aan onze kerk, aan onze geliefden.

 

2de Blijde geheim: Maria bezoekt haar nicht Elisabeth: In de schoot van hun moeders is het Jezus die Johannes komt heiligen voor zijn taak als voorloper. Als antwoord op de zegen van Elisabeth zingt Maria haar Magnificat. God wil dat mensen elkaar nodig hebben om in elkaar te bevestigen wat Hij aan hen deed. Bidden wij om waardering voor de verbondenheden die God ons schenkt.

 

3de Blijde geheim: de geboorte van Jezus: de volkstelling brengt Jozef en Maria naar Bethlehem, maar er is voor hen geen plaats in de herberg. Ook in onze nacht, onze armoede en onze eenzaamheid wil de Heer geboren worden. Bidden wij om genade van hoop midden menselijke ellende.

 

4de Blijde geheim: Jezus wordt opgedragen in de tempel: Simeon en Hanna worden door de heilige Geest verlicht om in het kleine Kind de Messias te herkennen. Met de zegen van Simeon ontvangt Maria ook de profetie dat Jezus teken van tegenspraak zal zijn. Een zwaard zal Haar hart doorboren. Bidden wij om de gave van onderscheiding om de Heer te erkennen in de gebeurtenissen van ons leven. En om de gave van toewijding om ook tegenstroom te kiezen voor de wil van de Vader.

 

5de Blijde geheim: Het terugvinden van Jezus in de tempel: De Schriftgeleerden stonden verwonderd over Zijn wijsheid en Zijn antwoorden, terwijl Zijn ouders drie dagen met pijn naar Hem zochten. ‘Waarom heb je naar Mij gezocht, wist je dan niet dat Ik in het huis van Mijn Vader moest zijn?’ Bidden wij voor ouders die pijn lijden om de situatie waarin hun kinderen zich bevinden, dat zij mogen geloven, midden angst en duisternis, dat God als een Vader zorgt.

 

Karmelitaanse gebedsavond // Tijdelijk afgelast

 

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven